Filosoof Onno Zijlstra onderzoekt in dit boekje “Authenticiteit, in tijden van massamedia, egocultuur en consumentisme” het begrip authenticiteit aan de hand van de vraag: Is wat iemand denkt en doet in overeenstemming met wie hij of zij ECHT is? Aan de hand van filosofen en stromingen geeft hij een globale geschiedenis van dit begrip. Hij grijpt terug op Rousseau, de Romantici en filosofen uit de 20e eeuw (Sartre, Lasch, Dilthey) om te laten zien hoe het ontwikkelend zelfbewustzijn van mensen vorm kreeg, maar ook ‘misbruikt wordt (consumentisme en populisme). Het is een wankel evenwicht als je ‘authentiek’ door het leven denkt te gaan. De Nederlandse filosoof Maarten Doorman stelt zelfs dat als je zegt authentiek te willen leven je al niet meer authentiek bent. Al zoekend en waarderend houdt Zijlstra een pleidooi voor méér authenticiteit. Een nieuwe positieve invulling van het ideaal. Hij gebruikt dan woorden als ‘volwassen’ authenticiteit. Hij gebruikt in zijn betoog de filosoof Charles Taylor die volgens Zijlstra zo’n beetje in zijn eentje de positieve invulling van het begrip authenticiteit weer op de agenda heeft gezet. In deze blog beschrijf ik aantal elementen die kunnen helpen om te komen tot een scherpere positieve invulling van authenticiteit en zelfrealisatie. Filosofisch onderzoek gecombineerd met tips voor psychologische zelfhulp zeg maar.
1. Tijd. Zijlstra benoemt allereerst dat we als mens bepaald worden door twee gebeurtenissen. Onze geboorte en onze dood. Dat gebeurt ons en bepaalt ons als mens. Maar zo voegt hij toe dat ons DNA ons uniek maakt, maar dat voor een volwassen authenticiteit meer nodig is n.l. een zelfrealisatie die haar eigen bronnen en achtergronden niet vergeet. Al die tradities, gewoontes en andere achtergronden maken ons tot wie we zijn. Een kind dat opgroeit in een wolvengezin mist deze cultuur door de afwezigheid van de spiegeling van mensen.
2. Socialiteit. Daarom, en dat wisten de romantici ook, kan authenticiteit niet buiten de samenleving om. Tegenover het losgeslagen zelfdenkende individu van de Verlichting komt er een ander mensbeeld op n.l. een individu dat kleurrijk is en die uniek kan zijn door de inbedding in een traditie en volk.
3. Taal. Een derde aspect is benoemd door Ludwig Wittgenstein die stelt dat taal door en door sociaal is omdat we allemaal als individu door en door talig zijn. Een baby reageert nog primair door te huilen net als dieren, maar na verloop van tijd ontwikkelt zich een subtielere en complexere vorm van uiten. Je ouders leren je wanneer het gepast is om te huilen, angst te hebben, hoe gevoelens te benoemen.
4. Deel van een taal en toch individu zijn. Het gebruik van woorden, kennis van gevoelens en angsten enz. halen we uit onze sociale omgeving, maar tegelijkertijd zijn we daar ook weer uniek in. We worden wie we zijn door de taal die we ons toeeigenen en gebruiken. Als ik zeg ‘ik hou van je’ is dat een bekende uitdrukking, maar kleur ik dat ‘zelf’ in met mijn invulling, manier van zeggen, moment en situatie. Daarin ben ik persoonlijk en eigen.
5. Passen in de rol die je hebt. In wat we als individu, als persoon zeggen en doen moet passen in de rol en situatie die we spelen stelt Zijlstra. We herkennen in-authenticiteit van iemand als deze zich niet thuis voelt in zijn of haar rol. Dan voelen we dit aan als geforceerd. Zijlstra schrijft dat we werkelijke authenticiteit bij mensen herkennen als iemand opgaat in zijn of haar rol, maar ook als mensen zich in hun rol verliezen. De volksmenner, de relschopper die de zaak boven menselijkheid stelt. Taylor gaat er van uit dat in ons leven het de menselijke opdracht is dit leven ‘op onze manier’ te leiden. En zo spreekt Zijlstra over existentiele authenticiteit, iets wat we niet kwijt willen, een persoonlijk, individueel ‘a priori’.
6. Afhankelijkheid en nieuwsgierigheid. Een eigen volwassen authenticiteit als ideaal ontwikkelen betekent niet dat je als mens een asociaal egocentrisch wezen wordt. Je hebt anderen nodig om die authenticiteit te ontwikkelen. Door je in anderen te verdiepen, te leren, te beseffen dat er sprake is van een diepgewortelde afhankelijkheid groeit de zelfreflectie. Door om te gaan met anderen en je in hen te verdiepen wordt jouw wereld verrijkt. Dit vraagt om nieuwsgierigheid. Een groot authenticiteitsgoed.
7. Wordt wie je bent. Het voorgaande samenvattend kun je stellen dat authenticiteit een idee, ideaal is dat in een bepaalde tijd, samenleving opkomt en niet tijdloos is. Je hebt authenticiteit niet al vanzelf, maar deze ontwikkel je door te participeren in dialoog met anderen en de samenleving. De 19e-eeuwse uitdrukking ‘wordt wie je bent’ heeft een waardevolle dubbele intuïtie in zich. Authenticiteit is niet vanzelf gegeven, je moet die realiseren. Tegelijkertijd wordt er wel een aanleg gerealiseerd, een ‘a priori’. Dit lijkt op een gedachte van Aristoteles die de idee had dat we moeten realiseren ‘wat we in potentie zijn’. Bij Aristoteles is de mens onderdeel van de harmonische orde van de kosmos in ontwikkeling. In het moderne mensbeeld is het a priori van de authenticiteit geen vast gegeven, maar ook geen schepping uit het niets. We hebben tegenwoordig het idee dat we al ontdekkend onszelf worden, en onszelf al wordend ontdekken. Door de omgang met betekenisvolle anderen neem ik hen mee in mijn zelfreflectie, overwegingen en handelingen, gebruik ik hun waarden, maar ben ik weer zelf aanwezig in wat datgene van die anderen betekenisvol maakt voor mij.
8. Via kunst komen tot zelfinzicht. Zijlstra brengt de filosoof Hegel in die op zijn romantische tijdgenoten reageert en stelt dat zelfwording niet zonder zelfvervreemding gaat. Hij bedoelt hier mee dat om jezelf te kennen en jezelf te worden, iets buiten jezelf moet zien of produceren. Zo ‘leer je’ jezelf te zien. Reflecteren doe je niet alleen door in je bed te liggen en te denken (Descartes p. 52), maar door te maken en te handelen, maar vooral ook door de herkenning en erkenning door anderen, door deel te nemen aan de traditie en culturele ontwikkeling. Kunst is daarbij de veruiterlijking van de hoogste waarden en ideeën van een cultuur in een bepaalde tijd.
9. Beleving en zelfbewustzijn. Dilthey een Duits filosoof ontwikkelde een filosofie die uitgaat van de beleving van de werkelijkheid. Het ik is de bundeling van ervaringen uit het verleden en verwachtingen van de toekomst. In deze samenhang is het ik de unieke samenhang van dat alles en al die belevingen hebben hun betekenis. Deze eigenheid wordt versterkt doordat we reflecteren op deze eigenheid en eindigheid, want bij onze dood zal die unieke onherhaalbaarheid van ons als persoon verdwijnen. Authenticiteit hangt samen met zelfbewustzijn. We zijn in ons handelen ons bewust dat we bepaalde uitgangspunten hanteren en zo kiezen we er voor om een bepaald iemand te zijn. Hiervoor is zelfreflectie noodzakelijk.
10. Openheid en verwondering tegen zelfvoldaanheid en beschaving. De openheid voor een nooit geheel te voorziene toekomst in het zoeken naar authenticiteit, voorkomt dat we in nostalgie blijven hangen. Iets wat kleeft aan de romantici die zoeken naar een eigenheid die verloren is gegaan. Taylor benadrukt dat we niet zonder regels en wetgeving kunnen leven, maar dat het centrum van ons spirituele leven zich buiten die orde bevindt. Dat zit in het gewone dagelijkse geleefde leven en is altijd anders, nieuw. Denk aan het verhaal van de barmhartige samaritaan die door het zien van de man langs de weg en het appèl dat dit veroorzaakt en uit zijn orde getrokken wordt. Kierkegaard komt tot iets vergelijkbaars in zijn analyse van het verhaal van het offer van Isaak waarbij Abraham overvallen wordt door een stem die hem vraagt zijn zoon te offeren. Een onmogelijke vraag maar ook hier gaat het om het wakker worden als we in slaap dreigen te vallen te midden van ‘ons soort mensen’ en onze veilige gezapigheid.
11. Waarden die ons overstijgen. Authenticiteit staat niet op zichzelf. Het is gerelateerd aan waarden die we met anderen delen. Dit zijn de ‘horizons of significance’. Wil ik mij onderscheiden dan doe ik dat op terreinen die mij onderscheiden van anderen en op punten die er voor mij toe doen. Authenticiteit is een waarde te midden van andere waarden en georiënteerd op andere waarden. En juist door die diversiteit van waarden (rechtvaardigheid, schoonheid, barmhartigheid, liefde, waarheid) kan authenticiteit juist bestaan. Juist door die diversiteit van verschillende waarden moeten we als mens keuzes maken. En daarmee toont de mens zich. De filosoof Isaiah Berlin waarschuwt daarbij voor de ‘legpuzzel opvatting’ van het leven. Het is de idee dat er verschillende waarden en idealen bestaan, maar dat die uiteindelijk toch in elkaar passen en een geheel vormen. Alsof er een universeel harmonisch patroon zou zijn. Volgens Berlin heeft de romantiek dit idee doorbroken. Pluraliteit, onuitputtelijkheid en imperfectie van menselijke antwoorden en regelingen, het idee dat er niet één antwoord is, komt bij de romantici vandaan.
12. Fundamenteel pluralisme betekent vrijheid, zelfbepaling en waarachtigheid. Juist omdat het leven geen legpuzzel is (Hemels Baldakijn) kunnen we kiezen en hebben we vrijheid. En daarmee is er een mate van zelfbepaling mogelijk. We moeten wel compromissen sluiten met onszelf en anderen. Maar, en dat is een proces, is mijn authenticiteit, mijn commitment aan mijn keuzes permanent in ontwikkeling en laat vrijheid toe. We sleutelen voortdurend aan het vlot dat ons leven is. In mijn handelen committeer ik mij aan waarden. En zo doe ik en laat ik zien wie ik wil zijn. Wat voor mij ‘goed’ is. Sleutelwoord is daarbij waarachtigheid en dat is een aspect van authenticiteit dat verder gaat dan egocentrisme en narcisme.
13. Belang van kunst en subtiele talen. We leven in een tijd van vloeibare moderniteit (Zygmunt Bauman) De nadruk ligt op individuele voorkeuren en keuzes. Kunstenaars doen ‘hun ding’ , hun beleving van de tijd. Maar de kunstenaar leeft niet in een gesloten kamer. Een eigen origineel werk is altijd een reactie op de tijd, als op andere werken en op de traditie en is daarmee in gesprek. Als Taylor het begrip ‘subtiele taal’ gebruikt dan gaat het er om dat nieuwe gebeurtenissen en ervaringen vragen om nieuwe en gepaste verbeelding. En het bekijken van kunst is een manier van mensen om met zichzelf en de cultuur in gesprek te gaan. Kunst is zo een plek waar individuele authenticiteit gevoed kan worden.
14. Authenticiteit en populisme. Als populisten spreken over het ‘echte authentieke’ volk, en behoeften van ‘echte’ mensen misbruiken en versimpelen ze iets uit de werkelijkheid. Want door zo over ‘échte Nederlanders’ te spreken worden grote groepen mensen uitgesloten. Interessant is dus hoe populistische leiders het authenticiteitsframe dat de afgelopen eeuwen is ontwikkeld (romantiek; existentialisme; sixties; consumptiedenken) gebruiken / misbruiken om mensen aan zich te binden: een overtrokken primaat van het gevoel; de hang naar een illusionair verleden; de voorkeur voor het persoonlijke en directe relaties ipv. politiek en rechtspraak; gebrekkig besef van afhankelijkheid van traditie en context, stellen van authenticiteit boven andere waarden; ingebeelde echtheid; neiging tot narcisme. Kortom veel ‘valsheid’ en door tegenstellingen te creëren (elite- gewone mensen; randstad-platteland) die zijn gebaseerd op angst, rancune, boosheid en ontevredenheid wordt er een vorm van escapisme gevormd. Wegdromen in een wij-gevoel in plaats van de problemen, waar de angst en boosheid uit voortkomen, onder ogen zien en aan pakken.
15. Identiteit is identiteit in ontwikkeling. Het politieke belang van gemeenschap wordt door het populisme vervormd tot identiteitspolitiek door in onze complexe wereld een veilig heenkomen te zoeken in een vermeende oorspronkelijke gemeenschap waar men zich thuis voelt. Identiteit is belangrijk (Zie Fukuyame) maar het moet geen gefixeerde identiteit worden. Identiteit is altijd identiteit in ontwikkeling. Ze wordt niet alleen bepaald door het verleden, maar ook door het commitment met de wereld van nu en de toekomst. We kunnen niet zijn wie we waren. Samenleving en authenticiteit vragen om een mengsel van aanpassing en onaangepastheid (Bas van Stokkum) Daarmee verruimen we ons denken. Ook Kant ziet denken niet als een individualistische aangelegenheid. Bij hem is ‘zelf denken’ een denken met anderen. Denken is een sociale activiteit. Daarom is burgerschap het committeren aan het gezamenlijk zoeken van waarheid, maar dit impliceert diversiteit en persoonlijke ruimte voor individuen. Kortom het met anderen verkeren in een publieke ruimte in de vorm van een maatschappelijke middenveld.
16. Authenticiteit is een waarde die niet kan bestaan zonder andere waarden. We zijn als mensen deel van een gemeenschap, een taal, een horizon van gedeelde waarden die zo onze cultuur en gemeenschap vormt. Tegelijkertijd is het onze verantwoordelijkheid om die gemeenschap te verbeteren en de uitwassen aan te pakken. Dat wil zeggen tegen de regels in te gaan, voor het bereiken van een hoger ideaal (liefde, waarachtigheid, enz) Reflectie opent de mogelijkheid van verwondering over wat is, de kritische afstand tot het bestaande, en de openheid voor wat eventueel nog meer mogelijk is. Dat alles laat ruimte voor authenticiteit: mijn keuzes maken tot wie ik ben.
Verwerking
Dit boekje is zeer geschikt voor filosofieleesgroepen. In een beperkt aantal pagina’s geeft de schrijver je een globaal overzicht van de denkbeelden van bekende filosofen en stromingen over het onderwerp en zoekt daarbij met behulp van Charles Taylor en enkele hedendaagse Nederlandse filosofen (Doorman en Bas van Stokkum) naar een eigen evenwichtig bruikbare invulling van het begrip authenticiteit. Discussie hadden we over:
- Hoe vast of uniek is het ik of zelf dat we als mens hebben? Zijn we een uniek herkenbaar persoon of wordt wie we zijn, bepaalt door de omstandigheden en achtergronden die ons leven bepalen. Zijlstra kiest voor de middenweg. We zijn uniek door de wijze waarop we met de achtergronden en omstandigheden omgaan, maar zijn tegelijkertijd voortdurend in beweging. Identiteit is identiteit in ontwikkeling.
- We waren blij met het inzicht van Zijlstra van ‘in je rol zitten of passen’. We hadden allemaal wel eens meegemaakt dat je in een situatie een rol speelt en daarmee niet helemaal ‘echt’. Soms kun je niet echt zijn, soms wordt in je werk een bepaalde rol gevraagd. Niet erg, maar als dat veel gebeurd is het leven wel erg vermoeiend. Het is fijn als je in je leven dichtbij je rol kunt blijven.
- Media en sociale media vertroebelen het begrip ‘echt zijn’ zeer. Is Yvonne Jaspers ‘echt’ als ze Boer zoekt vrouw presenteert? Er zit heus wel iets eigens in haar manier van spreken, maar tegelijktijd is het frame van het programma zo onecht als het maar zijn kan en wordt je als kijker gemanipuleerd.
- Zinvol in het boek is dat Zijlstra met hulp van de denkbeelden van Taylor laat zien dat achter elke vraag naar echtheid en authenticiteit een ethische component zit. Je maakt een keuze om zo te willen zijn en niet anders. In je keuze en betekenisgeving zitten waarden of waarderingen. Er staat iets op het spel.
- Tenslotte moet de vraag naar authenticiteit en de waarde daarvan ingebed zijn in een bredere reflectie waar andere waarden in meeklinken. Door hier aan vast te houden wordt voorkomen dat een bepaalde authentieke identiteit (eigen volk, echte Nederlander) dominant wordt. In deze tijd een belangrijke denkregel.
Ontdek meer van Filosofie lezen
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.







