Isaiah Berlin Twee opvattingen van vrijheid

berlin portret

Op 31 oktober 1958 hield Isaiah Berlin een inaugurele rede aan de universiteit van Oxford. Deze lezing over twee opvattingen van vrijheid is een toegankelijke inleiding op de verschillende aspecten van het vrijheidsbegrip en een krachtige verdediging van het westers pluralisme. Je kunt de lezing van Berlin niet begrijpen als je niet iets weet over de achtergronden van de levensloop en culturele achtergrond van Berlin zelf en de tijd waarin hij leeft. In het nawoord van Hans Blokland wordt vermeldt dat Berlin in 1909 in Riga is geboren in een joods gezin en in 1919 met zijn ouders is gevlucht naar Engeland. Dit verklaart zijn Russische en Joodse ziel en de invloed die hij als immigrant heeft ondergaan van het Britse empirisme en de overtuiging dat de enige bron van kennis over de wereld voortkomt uit ervaring en waarneming. Helder denken is daarbij een kernwaarde. Berlin lezen betekent een inleiding in de politieke filosofie. Hij begint zijn oratie met het schetsen van het belang van politieke ideeën voor de maatschappij als geheel. Hij onderstreept het belang van het ‘onderhouden’ van ideeën door filosofen, opdat deze ideeën geen eigen leven zullen gaan leiden. Dit is een voorzichtige verwijzing naar de invloed van ideeën op de levens van mensen in de Tweede Wereldoorlog en de nasleep ervan (koude oorlog). Onnodig om te benadrukken hoe belangrijk het is om kritische discussies over politieke opvattingen levend te houden. Berlin doet dit in deze oratie op een polemische manier, waarbij de spreker duidelijke stellingen betrekt. In grove penstreken en uitdagend probeert hij zijn punt duidelijk te maken. Blokland stelt in zijn nawoord bij de lezing dat, mede daardoor, in de loop der tijd er misverstanden over de tekst zijn ontstaan. p. 107. In zijn onderzoek naar het denken over vrijheid door filosofen in de voorgaande vier eeuwen, is een van Berlin’s kernthema’s de afwijzing van de monistische overtuiging dat er op elke (normatieve) vraag één juist antwoord bestaat en dat alle juiste antwoorden op harmonieuze wijze in een rationeel en kenbaar stelsel kunnen worden geordend. Juist deze monistische visie heeft volgens hem tot inertie, intolerantie en wreedheden geleid. Hiertegenover stelt hij een pluralistische opvatting. Er bestaat in elke cultuur een grote diversiteit aan nastrevenswaardige ideeën en waarden. (Die wel conflicteren en met elkaar moeten worden afgewogen). Tegelijkertijd verzet hij zich tegen relativisme en subjectivisme. Naar zijn idee bestaat er wel een minimale moraal en is het mogelijk om rationeel over waarden te argumenteren.

Berlin’s opvatting behelst het denken en gedrag van mensen als het gaat om hun behoefte aan vrijheid en erkenning van veiligheid, maar hij probeert als politiek filosoof ook te kijken naar groepen, gemeenschappen en samenlevingen. Van daar uit probeert hij iets te formuleren over de aspecten van de maatschappelijke strijd tussen ideeën die tegenstrijdige antwoorden geven op vragen naar bijvoorbeeld gehoorzaamheid en dwang. Denkbeelden die op hun beurt weer ten grondslag liggen aan het denken en handelen van mensen. In dit boekje probeert hij een geschiedenis van ideeën te beschrijven die terug gaat naar Kant, Rousseau, Fichte, en John Stuart Mill. Berlin neemt zo een zeer genuanceerde positie in als het gaat om de verdediging van de liberale samenleving met zijn denken over vrijheid, traditie, regels, staat, erkenning, de rol van de intelligentsia, het bij een gemeenschap horen en identiteit.

Hieronder een selectie uit zijn betoog op hoofdlijnen. Voor meer uitgebreidere informatie aan het einde van de tekst enkele verwijzingen naar andere bronnen.

Negatieve en positieve vrijheid.

boek berlin

Negatieve vrijheid wordt door hem in eerste instantie gedefinieerd als ‘vrijheid van’, dat wil zeggen, de afwezigheid van beperkingen of begrenzing van machtsuitoefening ten aanzien van de mens opgelegd door andere mensen. Hij gebruikt hierbij de denkbeelden van John Stuart Mill in zijn boek On Liberty.

Mill verwerpt wettelijke dwang of sociale druk om de opinies en het gedrag van mensen in een bepaald patroon te dwingen. Hij argumenteert dat de enige uitzondering hierop is, wanneer het gedrag van een persoon een gevaar oplevert voor andere personen. In alle andere gevallen dient de maatschappij zich terughoudend op te stellen en diversiteit te respecteren. Mill rechtvaardigt de waarde van vrijheid op een utilitaristische manier. Zijn essay tracht de positieve effecten van vrijheid aan te tonen op alle mensen en op de maatschappij als geheel. In het bijzonder verbindt Mill vrijheid met de mogelijkheid tot vooruitgang en het vermijden van sociale stagnatie. Bron: Wikipedia

Berlin associeert negatieve vrijheid met de klassieke liberale traditie zoals deze is ontstaan en ontwikkelt in Groot-Brittannië en Frankrijk van de zeventiende tot de vroege negentiende eeuw. Deze opvatting van vrijheid was vooral bedoeld als een verdedigingswal tegen de staat. Berlin betreurde in zijn latere leven dat hij niet meer aandacht had besteedt aan het feit dat negatieve vrijheid is gebruikt om de uitbuiting onder het laissez-faire kapitalisme te rechtvaardigen. Dit zag hij als een verkeerde interpretatie van zijn betoog.sleuel

Positieve vrijheid definieert Berlin zowel als vrijheid voor, dat wil zeggen, het vermogen of bron van machtsuitoefening (niet alleen de mogelijkheid) om gewilde doelen na te streven en te bereiken; het is gericht op autonomie of zelfbestuur, in tegenstelling tot afhankelijkheid van anderen. De politieke vertaling van dit aspect wordt gevormd door de democratie: de mogelijkheid van individuen om samen met degenen met wie ze een gemeenschap vormen, richting te geven aan hun samenleving.

Berlin beschouwt beide concepten van vrijheid als geldige claims over wat nodig en goed is voor de mens; zowel negatieve als positieve vrijheid zijn voor hem echte waarden, die in sommige gevallen kunnen botsen, maar in andere gevallen kunnen worden gecombineerd en kunnen zelfs onderling afhankelijk zijn Het is niet zo dat Berlin uitsluitend de negatieve opvatting van vrijheid acceptabel acht en iedere vorm van positieve vrijheid verwerpt. Juist door democratisch procedures geven mensen gezamenlijk richting aan het samen leven. Wel moet dit aspect goed onderscheiden worden van de momenten dat een regime te veel intervenieert in de negatieve vrijheid van de burgers. Het gaat om een goede afweging tussen de twee principes.

Berlin beschouwt ook positieve vrijheid, individuele zelfbepaling en zelfverwerkelijking als een uiterst betekenisvolle waarde, maar waarschuwt voor de ontspoorde versies van deze vrijheidsopvatting, met name voor die rationalistische versies waarin men pas vrij is wanneer men zijn leven heeft ingericht volgens een, voor allen of sommigen, kenbaar, objectief en als enig juist voorondersteld plan. zie Nawoord Hans Blokland

Wat Berlin bespreekbaar wil maken is de vele manieren waarop positieve vrijheid wordt gebruikt om de ontkenning, verraad of verlating van zowel negatieve vrijheid als de ware vormen van positieve vrijheid zelf te rechtvaardigen. Het thema van onderzoek is niet de positieve vrijheid als zodanig, maar de metafysische of psychologische aannames die, gecombineerd met het concept van positieve vrijheid, tot perversie hadden geleid: monisme en een metafysische of collectieve opvatting over het zelf. Dit is het verraad of afstand doen van zowel negatieve vrijheid als de ware vorm van positieve vrijheid zelf.

Berlin ziet twee taken voor zijn politieke filosofie weggelegd. Ze moet de categorieën, concepten en modellen proberen te verhelderen die, vaak verborgen, ten grondslag liggen aan het denken en handelen van mensen. Daarnaast moet ze deze concepten en modellen kritisch evalueren en mogelijk bijstellen dan wel vervangen door meer adekwate versies. In de lezing probeert hij dit te doen rondom de verschillende aspecten van het denken over vrijheid.

Vrijheid.

Niemand kan mij dwingen op zijn manier gelukkig te zijn. Emmanuel Kant.

nadenken

In het boekje komen vele aspecten van het begrip aan bod. Berlin ziet het als een wezenskenmerk van de menselijke conditie om in vrijheid zelfstandig te kunnen kiezen en niet het lijdend voorwerp te zijn van de keuzen van anderen. Vanuit dit uitgangspunt is het begrijpelijk dat hij zoveel nadruk legt op maatschappelijke diversiteit, tolerantie, relativeringsvermogen en incrementalisme. Binnen deze nadruk op pluralisme is de mens de schepper van alle waarden en doel op zich. Derhalve mag geen enkel mens als middel gebruikt worden om andere waarden te realiseren van welke autoriteit dan ook. Mensen hechten aan een eigen privégebied waarin ze ongehinderd door anderen hun gang kunnen gaan. Dit is een ervaringsfeit en politieke theorieën die dit niet erkennen missen overtuigingskracht. Toch is het mensbeeld van Berlin niet atomair. Mensen en culturen delen volgens hem vele dezelfde gemeenschappelijke waarden. Voldoende om een sociaal leven en een publieke moraal mogelijk te maken. Er is wel degelijk sprake van een gemeenschappelijke horizon van universele morele standaarden. ( dit zijn echter geen absolute waarden!)

In het hoofdstukje Innerlijke citadel gaat hij dieper in op het thema van persoonlijke

mannen

vrijheid en de vraag of vrijheid betekent dat je alles kunt realiseren wat je wenst. Hij beschrijft heel scherp dat veel mensen, maar ook organisaties en landen kiezen voor isolationisme of terugtreden in het zelf op het moment dat zich obstakels of problemen voordoen. Hij ziet dit mechanisme van zoeken van veiligheid in jezelf en onafhankelijkheid in het Stoicisme (Epictetus), Boeddisme, asceten en Quietisten. Deze ascetische zelfverzaking kan wel degelijk een bron zijn van integriteit, sereniteit en geestelijke kracht. Maar het is volgens hem ook een stikken, een vlucht of versimpeling. Een innerlijke citadel of verschansing. Daarmee wordt ontlopen dat elk samen leven betekent dat er obstakels zijn die je moet aanpakken. Dit is nog geen politieke vrijheid. Vanuit het idee van negatieve vrijheid zijn er volgens hem meer handelingsruimten om je vrijheid te vergroten. Om zijn punt van de innerlijke citadel te illustreren vertelt hij over de situatie dat iemand een wond aan het been heeft dat moeilijk kan genezen. Er zijn dan twee oplossingen. Ofwel je gaat er mee aan de slag om de wond beter te maken. Of je amputeert het been dan is het probleem van de wond ook weg. Vrijheid is niet de eliminatie van wensen. Rousseau stelt: Waarlijk vrij is hij die wenst wat hij kan volbrengen en doet wat hij wenst. Mooi gezegd, maar wat doe je als dat wat je wenst en verlangt niet bereikbaar is. Dat waar je niet zeker van bent kun je ook niet waarlijk willen. Maar dan stelt Berlin de vraag: ben je dan vrij door minder te willen of te wensen?

Gebruik van de kritische rede en regels in de gemeenschap

europa

Het programma van het verlichte rationalisme van Spinoza tot de volgelingen van Hegel gaat uit van een rationele noodzaak. D.w.z. dat wat je weet, waarvan je de noodzaak begrijpt, daarvan wil je als rationeel wezen niet dat het anders is dan het is. (anders ben je onwetend of irrationeel) In de 18e eeuw gingen de wetenschappelijke deterministen er van uit dat het model dat werkte voor de natuurwetenschap ook toepasbaar was voor de maatschappijwetenschappen. Herder, Hegel (rol van instituties) en Marx (werking van de economie) vervingen de oudere mechanische modellen door hun eigen vitalistische maatschappijmodellen, maar ook deze gingen uit van het paradigma dat begrijpen van de wereld gelijk is aan vrij zijn. Zelfbeheersing en zelfbepaling zijn hierin cruciaal. Deze leer heeft zich echter ontwikkeld en verwijderd van zijn rationele grondslag waardoor stromingen als fascisme en communisme konden ontstaan. Berlin spreekt hier van de ‘metafysische kern van het rationalisme’. Dat is de positieve leer van bevrijding via de rede die in de 20e eeuw desastreuze gevolgen heeft gehad. En dat was nog steeds aan de orde als je kijkt naar de nationalistische autoritaire en communistische ideologieën in de sinds de tijd dat Berlin zijn rede hield.

Toch levert het idee van vrijheid als rationele zelfbepaling problemen op. Wat voor mij geldt hoeft niet voor anderen te gelden. Waar ligt de grens tussen mij (rationeel bepaalde) rechten en dezelfde rechten van anderen. Een rationele staat is een staat waar wetten van kracht zijn die door alle rationele mensen vrijwillig wordt aanvaard. Het achterliggende idee hiervan is dat er voor elk probleem slechts één ware oplossing bestaat. Een waarheid die in beginsel door elke rationele denker kan worden ontdekt. Politieke vrijheid is dan mogelijk, omdat er geen twee oplossingen zijn of twee waarheden. En als er verschillen bestaan komt dat, omdat er sprake is van domheid of irrationaliteit bij een van de partijen.

Daarnaast is er volgens Berlin bij de positieve leer van de bevrijding via de rede

plein

zelfbeheersing nodig.

Vrijheid wil zeggen dat ik meester ben over mezelf, dat ik obstakels die mijn wil dwarsbomen, uit de weg ruim, wat die obstakels ook mogen zijn: de weerstand van de natuur, van mijn ongebreidelde harststochten, van irrationele insituties, van de tegenovergestelde wil of het tegengestelde gedrag van anderen. De natuur kan ik, althans in beginsel, altijd door technische middelen naar mijn wil kneden en vormen. p. 47

En:

De gemeenschappelijke veronderstelling van deze denkers (Spinoza, Locke, Burke) luidt dat de rationele doelen van de ‘ware’ natuur van alle mensen moet samenvallen of moeten worden gelijkgeschakeld , hoe heftig ons arme, onwetende, door wensen en harstochten gedreven, empirische zelf zich ook tegen dit proces mag verzetten. Vrijheid is niet de vrijheid om het irrationele, domme of verkeerde te doen. Het impirische zelf in het juiste patroon te dwingen is geen tirannie maar bevrijding. p. 49

Om als rationeel individu samen met anderen te leven zijn regels en afspraken nodig. Maar door zelfbepaling en zelfbeheersing valt vrijheid, met wet en autonomie, samen met autoriteit. In de ideale samenleving die uit volledig verantwoordelijke wezens is samengesteld, zouden de regels geleidelijk aan vervagen, omdat ik ze nauwelijks zou waarnemen. En natuurlijk moeten mensen, die irrationeel zijn, opgevoed worden:

De rede in mij moet, wil zij triomferen , mijn lagere instincten en mijn harstochten en wensen, die van mij een slaaf maken, elimineren en onderdrukken; op dezelfde wijze (..) mogen de hogere elementen van de samenleving- de hoger ontwikkelden, de meer rationelen, zij die ‘het hoogste inzicht van hun tijd en volk bezitten dwang uitoefenen om het irrationele deel van de samenleving rationeel te maken. Want (..) door de rationele mens te gehoorzamen, gehoorzamen wij onszelf. p. 52

voor wie

Met behulp van deze opsomming van ‘verkeerde redenaties’ probeert Berlin te laten zien hoe er vanuit het uitgangspunt van Kant dat ‘niemand mij kan dwingen op zijn manier gelukkig te zijn’ er onder invloed van de ideologie van rationele zelfbepaling een maatschappijbeeld ontstond waarbij het individu zich in belangrijke mate moest aanpassen. Veel verkeerd heersend denken stelt dat:

  1. Alle mensen hebben slechts één waar doel: rationele zelfbepaling.
  2. De doelen van rationele mensen moeten passen in een universeel harmonisch patroon.
  3. Conflicten zijn louter en alleen te wijten aan de botsing tussen rede en het irrationele.
  4. Als alle mensen rationeel zijn gemaakt, zullen zij de rationele wetten van hun eigen natuur gehoorzamen. Op die manier zijn ze zowel geheel gezagsgetrouw als geheel vrij.

Berlin constateert tot slot dat deugd niet kennis is en dat vrijheid noch met kennis, noch met deugd te maken heeft.

Individu en de groep

Het louter kijken naar de individuele rationele mens doet diezelfde mens tekort. Berlin betoogt dat mensen altijd deel uit maken van een gemeenschap op historisch, moreel, economisch en mogelijk ook ethisch terrein. Zij, de mensen en groepen om mij heen, zijn het die erkenning en waardering tonen aan wie ik als individu ben. Juist het feit dat mensen deel zijn van groepen, maakt dat ze niet persé altijd kiezen voor individuele vrijheid (in de negatieve vorm), maar een stukje van hun vrijheid inleveren ten dienste van het belang van de groep of het land als geheel. Juist de spanning tussen positieve en negatieve vrijheid is een belangrijk thema. Berlin:

Waarschijnlijk is de aanspraak op vrijheid in deze extreme vorm altijd slechts door een kleine minderheid van hoogbeschaafde en zelfbewuste mensen naar voren gebracht. Het overgrote deel van de mensen is in veruit de meeste gevallen bereid geweest deze eis te laten vallen ten gunste van andere doeleinden: veiligheid, status, welvaart gelijkheid en broederschap en vele andere waarden, die geheel of ten dele onverenigbaar lijken te zijn met het bereiken van de grootste mate van individuele vrijheid, en die deze vrijheid voor hun eigen verwezenlijking zeker niet als voorwaarde vooraf nodig hebben. p. 68

In zijn beschrijving van de Franse revolutie en de ontwikkelingen daarna, laat Berlin zien dat soevereiniteit voor het volk niet automatisch meer vrijheid betekent. De liberalen uit het begin van de 19de eeuw (Mill e.a.) spraken over de tirannie van de meerderheid en de tirannie van de heersende opvattingen en meningen. Benjamin Constant wees er op ‘dat als de absolute macht of soevereiniteit overgaat, dit niet de vrijheid vergroot maar slechts de last van de slavernij verschuift’. P. 71

De centrale vraag die voor hen speelde was hoeveel gezag er bij wie moest worden gelegd om nog enige eigen( negatieve) vrijheid te behouden. Ze stelden:

‘Als vrijheid betekent dat er grenzen moeten worden gesteld aan de bevoegdheden van eenieder die mij tot iets wil dwingen wat ik niet wil of zou willen doen, dan ben ik niet vrij als ik tot iets gedwongen wordt, ongeacht het ideaal uit naam waarvan deze dwang wordt uitgeoefend’.

vissen

Vanuit deze redenatie ontstond het idee waarin vrijheid aan een aantal grenzen is gebonden die niemand mag overschrijden. Deze grenzen moeten op basis van beraad een algemene geldigheid hebben en een minimum aan individuele vrijheid bieden. Toch is dit niet het einde van het debat. Berlin laat zien dat het leiders van staten, koningen en presidenten steeds weer lukt om inwoners te manipuleren te gaan geloven in zijn of haar visie en een deel van de eigen vrijheid in te leveren. Hij schrijft: misschien zijn slaven wel heel oprecht als zij verklaren vrij te zijn. Maar zij blijven slaven. P.73. Deze liberalen probeerden het gevaar van onvrijheid door de staat te beteugelen via dan wel het recht, dan wel via regels die via breed beraad tot stand zijn gekomen. Opnieuw een manier om de privé ruimte van mensen te begrenzen en zo de negatieve vrijheid te vergroten. Dit staat tegenover het motief van anderen om het gezag juist in handen te krijgen met het oog op positieve vrijheid. Hier scheidt Berlijn de twee posities scherp:

Het gaat hier niet alleen om twee verschillende interpretaties van een begrip, maar om twee sterk afwijkende, onverenigbare houdingen ten opzichte van de doeleinden van het leven. P75

Maar hij nuanceert zichzelf als hij daarna schrijft:

Maar het zou van een wezenlijk gebrek aan sociaal en moreel begrip getuigen als we niet zouden inzien dat de bevrediging waarnaar beide aanspraken streven, een ultieme waarde is, die er in historisch en en moreel opzicht gelijkelijk recht op heeft tot de diepst gevoelde belangen van de mensheid te worden gerekend. P75.

Het belang van identiteit en het gevaar van ideaalbeelden.

In het laatste hoofdstuk ‘Het ene en het vele’, maakt Berlin scherp duidelijk waar het

linksrechts

hem in zijn oratie uiteindelijk om te doen is. In elke tijd, en in elke samenleving zijn er overtuigingen en denkbeelden die gezien worden als ultiem ideaal waar aan gewerkt zou moeten worden. Een zeer menselijke en begrijpelijk verlangen. Het is zichtbaar in het Christendom, het communisme, het neoliberalisme enz. Berlin ziet het als een onmogelijkheid dat één idee, één maatstaf, één monistisch idee, de grote diversiteit aan waarden en ideeën van mensen en groepen kan verbinden. Dit idee doet geen recht aan onze kennis dat mensen vrij handelende personen zijn. De belangrijkste reden van zijn verzet is dat belangrijke waarden als vrijheid, gerechtigheid, gezondheid, gelijkheid opgeofferd kunnen worden aan dat ene centrale metafysische hemelse idee. Zijn insteek is pluralisme en een bepaalde mate van negatieve vrijheid. Hij ziet dit als een waarachtiger en menselijker ideaal. Het gaat daarbij om de erkenning dat er vele menselijke doelen zijn, dat ze niet allemaal verenigbaar zijn en sterker continue met elkaar rivaliseren.

‘Uiteindelijk maken mensen een keuze uit ultieme waarden; zij kiezen zoals ze kiezen, omdat hun leven en hun denken bepaald worde door fundamentele morele categorien en concepten die, althans over grote perioden en ruimten, een deel zijn van hun wezen, hun denken en hun identiteit; van wat hen tot mens maakt’. p. 82

Deze kijk op pluriformiteit vraagt van ons dat we de relatieve geldigheid van onze overtuigingen beseffen, en ze toch verdedigen omdat dit bij ons past, hoort en het ons daarmee verbindt. Dat onderscheidt een beschaafd mens van een barbaar. En hij eindigt met deze zin:

‘Het is wellicht een diepe en onuitroeibare metafysische behoefte om meer te verlangen dan dit; maar het getuigt van een even diepe, en nog gevaarlijkere, morele en politieke onvolwassenheid als we de praktijk van ons leven daardoor laten bepalen’.

mening

Verwerking

Berlin laat in zijn betoog goed zien dat een kernbegrip als vrijheid een lange geschiedenis heeft als het gaat om de contextuele betekenis, de ontwikkeling van denken, het achterliggend belang van de gebruiker van het begrip en tenslotte het begrip in relatie tot het mensbeeld, wereldbeeld en visie op het goede leven (ethiek).

Het thema vrijheid is nog steeds actueel als je kijkt naar het verlangen van mensen naar eigen cultuur, autonomie van landen (Brexit, Hongarije). We zagen het ook in het boek van Paul Frissen over transparantie en veiligheid hoe aan de ene kant mensen privacy verlangen, en aan de andere kant informatie van burgers nodig heeft voor de veiligheid van het land. (zie)

Hij maakt ook duidelijk dat de verlichtingsidealen: rede, zelfbepaling en zelfbeheersing een verkeerd beeld of in ieder geval eenzijdig beeld geeft van mens zijn. De moderne mens denkt rationeel te zijn, maar is net zo vaak irrationeel. Mensen zijn gehecht aan hun autonomie, maar zijn op heel veel manieren verbonden met anderen. We denken allemaal dat we uniek en bijzonder zijn, maar door de taal die we van onze ouders leren zijn we meer dan we willen deel van cultuur met zijn opvattingen, regels en gebruiken. Zijn betoog is een behendig manoeuvreren tussen al te simpele posities. Hij is een liberaal die de menselijke vrijheid niet als iets ultiems ziet. De mens is in zijn persoon altijd verbonden met anderen, tradities en rituelen. Hij verzet zich tegen monisme, maar is als aanhanger van het pluralisme geen relativist. De diversiteit van mensen met hun verschillende tradities en waarden betekent niet dat je al deze waarden tot relatief moet maken. Er is wel degelijk een onderscheid te maken tussen sterke en minder sterke waarden. Zie ook Taylor. En ook stelt hij dat er naast de grote verschillen tussen groepen en personen er ook tal van overeenkomstige ‘minimale waarden’ zijn die door groot aantal mensen worden gedeeld. En ook als het gaat om de hoofdtegenstelling tussen positieve en negatieve vrijheid dan benadrukt hij de onverenigbaarheid van de twee paradigma’s, aan de andere kant ziet hij hoe de twee posities elkaar aanvullen. Kortom Berlin willen begrijpen, vraagt om het zien van de nuance van zijn positie.

In de bespreking in de groep kwam daarom de vraag naar boven of wij, die weer 60 jaar na de lezing leven, vrij zijn en op welke manier we zoals Berlin beschrijft gemanipuleerd worden in ons mensbeeld en de idealen die ons door de samenleving worden voorgehouden. Berlin heeft ons in ieder geval krachtig denkmateriaal achtergelaten.

Bronnen

Wikipedia over Berlin

Voor een uitgebreide levensschets zie.

http://plato.stanford.edu/entries/liberty-positive-negative/ (engelstalig, situering en uitleg)

https://www.filosofie.nl/isaiah-berlin.html

Sir Isaiah Berlin interviewed about his life by Michael Ignatieff

 


Ontdek meer van Filosofie lezen

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

2 reacties

Geef een reactie op De Populistische verleiding. Sybe Schaap – Filosofie lezen Reactie annuleren