Pierre Rosanvallon De democratie denken.

Gelijkheidsbeginsel en organisatie van het sociaal leven.
Kenmerk van een democratie is dat de inwoners van een land elkaar als gelijk zien. Dit versterkt de legitimiteit van de democratie. Bij gelijkheid moet je ook denken aan rechten, waardigheid, onderlinge sociale relaties en respect. Rosanvallon maakt daarbij onderscheid tussen sociaal burgerschap en politiek burgerschap. Sociaal: de burger is niet alleen kiezer, maar ook onderdeel van een bepaalde gemeenschap, het betekent dat je als inwoner bepaalde rechten hebt als het gaat om onderwijs, werk en gezondheidszorg. Dat er een bepaalde gemeenschappelijk belang is. Bij dit alles staat de relatie centraal. Politiek burgerschap: In dit motief staat het kiezend individu en het procedurele centraal. Het is meer een abstract formeel mensbeeld. De schrijver spreekt over een gevaarlijke verschuiving omdat ze de morele en sociale basis van de democratie ondermijnt. Op deze manier groeit ongelijkheid op alle niveaus: inkomen, status, erkenning en wordt de symbolische band van gelijkheid tussen burgers verbroken. Zonder sociaal burgerschap verdwijnt het gevoel van gemeenschap en burgers worden consumenten, niet meer medeleden van een collectief project. Dit leidt tot wantrouwen, ressentiment en identitaire verdeeldheid. De publieke sfeer verandert in een arena van isolatie en vijandigheid. Hij schrijft: politiek burgerschap zonder sociaal fundament is leeg. Zelf maakt Rosanvallon ook een denkontwikkeling door. In de tijd dat hij voor de vakbonden werkte zoekt hij een “derde weg” tussen kapitalisme en bureaucratisch socialisme. Democratisering betekent dan dat iedereen invloed moet hebben op beslissingen die hen raken — dus een uitbreiding van politieke macht naar de werkvloer. Echte gelijkheid komt niet van boven, maar van onderop (participatie). Vrijheid is geen individuele aangelegenheid, maar iets dat gerealiseerd wordt binnen gemeenschappelijke besluitvorming.
Dertig jaar later moet hij constateren dat de moderne democratie haar idee van gelijkheid heeft verloren — niet economisch alleen, maar vooral sociaal en moreel. Hij definieert gelijkheid nu meer als relatie: Gelijkheid is niet alleen een kwestie van inkomensverschillen, maar van hoe mensen elkaar zien en behandelen. Hij pleit voor herstel van sociale weefsels: Democratie in relatie tot gemeenschappelijke lotsverbondenheid; erkenning, respect, en reciprociteit; De staat als garant van relaties, niet van herverdeling: De overheid moet voorwaarden scheppen voor sociale samenhang en participatie, niet enkel inkomensnivellering; democratie functioneert als burgers zich onderling als gelijken beschouwen. Gelijkheid in deze fase wil zeggen: iedereen wordt erkend als gelijke, met waardigheid en deelname aan het publieke leven.

Maatschappelijke ontwikkelingen en ‘onbepaaldheden’.
De kwetsbaarheid van de democratie zit zowel in de ‘structuur’ als in allerlei maatschappelijke veranderingen als het gaat om veranderingen in het mensbeeld en zelfverstaan, groepen in de samenleving en economische ontwikkelingen. Rosanvallon noemt de volgende factoren:

  • De samenleving is ondoorzichtiger. Dit komt door singulariteit en individualisering. Burgers zijn mondiger en veeleisender geworden.
  • Daarbij komt dat de sociale omgeving van mensen complexer en heterogener is.
  • De identiteit en leefsituatie wordt tegenwoordig minder bepaald door klasse, maar door persoonlijke geschiedenis en het eigen narratief. Klassieke partijen hebben moeite met hun bemiddelende functie op deze ontwikkeling in te spelen.
  • Er is sprake van een groeiend seperatisme en ongelijkheid. Bepaalde groepen mensen zijn wanhopig.
  • De politiek is te traag bij noodsituaties en soms te direct bij lange termijn vraagstukken.
  • Er is veel taalverwarring als het gaat om begrippen als gelijkheid, burgerschap, soevereiniteit en volk. Politieke partijen spelen daar mee. Hiermee is ook voor een deel de lokroep van het populisme te verklaren. Rosanvallon bespreekt deze onbepaaldheden in de teksten die in het boek zijn opgenomen zeer genuanceerd en gedetailleerd.

Twee perverse reacties ontstaan door de kwetsbaarheid van de democratie.
De schrijver besteed aandacht aan twee kenmerkende trends. De eerste is de verschuiving van de wetgevende macht naar de uitvoerende macht met als gevaar autoritarisme. Door de ontwikkelingen hierboven genoemd komt er druk op de partijen om te ‘leveren’. De nadruk komt te liggen op uitvoering en resultaat. Rosanvallon koppelt dit aan het begrip presidentialisme. De persoon van de leider wordt belangrijker (personificatie) In Nederland zie je vaker dat de tweede kamer bots met ministers. In de VS probeert de president met decreten de democratische orde te passeren. De tweede perverse vorm is populisme, een tegenkracht met een lange geschiedenis en zeker niet iets van de laatste 25 jaar. Rosanvallon is zeer genuanceerd over deze ontwikkeling. Hij ziet aan de ene kant het gevaar van versimpeling die door deze partijen wordt gehanteerd, tegelijkertijd ziet hij populisme als een signaal vanuit de maatschappij dat er te weinig naar bepaalde groepen uit de bevolking geluisterd wordt. Met name de overgang van de sociale naar publieke democratie ziet hij als verklaring voor het groeiende populisme, het wantrouwen en de opkomst van de tegen-democratie : burgers reageren met afwijzing en verzet in plaats van met participatie.
Daarbij is ‘volk’ een onbepaald complex begrip. Wie precies is het volk? Bij volk kun je ook denken aan alle groepen in het maatschappelijk middenveld die zich als sociaal en politiek subject druk maken om groepen en thema’s. Hij vraagt de lezer om niet te vervallen in moralisme of minachting en populistische uitingen ook te zien als een vorm van tegenkracht, maar tegelijkertijd de vormen van simplisme ( gebruik van het woord volk, illusie van referendum, de nadruk op identiteit en de eigen identiteit tegenover immigranten en aanhangers van andere religie) te ontmaskeren en allerlei vormen van werkende tegendemocratie te ontwikkelen.

Verbeteringen voor de werking van de democratie.
Rosanvallon zoekt naar manieren om de democratie sterker en positiever te maken. Maar dan moet wel rekening gehouden worden met ‘Contre-démocratie’, dwz. een democratie van wantrouwen: een nieuwe vorm van burgerlijk gedrag die ontstaat uit teleurstelling en afstand tot de officiële politieke manieren. Dit wordt zichtbaar als burgers de machtigen in de gaten houden (media, ngo’s, burgerbewegingen); als burgers proberen beslissingen te blokkeren of te corrigeren (protesten, petities, rechtszaken); en als burgers permanent het handelen van bestuurders (publieke opinie, experts, sociale media) beoordelen. Het vertrouwen in representatie neemt af, maar dit betekent niet per se dat mensen de democratie zelf verwerpen.
Op verschillende plekken in het boek komt aan bod wat Rosanvallon ziet als oplossingen om de democratie sterker te maken. In kernbegrippen is dat: meer uitleggen; rekenschap afleggen; pluriformiteit; en controle. Democratie als werk in uitvoering kenmerkt zich door: Productie van gemeenschappelijk leven, vertrouwen en herverdeling (via verzorgingsstaat); interactieve democratie, werken met een maatschappelijk verdrag, taal van gelijkheid ontwikkelen; democratie van permanente interactie tussen macht en samenleving; strenger toezicht op bestuurders, controle, beoordeling en deelname aan evaluatie van uitvoering; uitoefeningsdemocratie door heldere eisen, pluriformiteit en meer decentraliseerd werken omdat dit betrouwbaarder is. Kortom door de betrokkenheid en participatie van burgers groter te maken kan het gegroeide wantrouwen omgebogen worden naar meer betrokkenheid bij de politiek. Een recent voorbeeld is het Nationaal burgerberaad Klimaat dat recent verslag heeft uitgebracht over oplossingen voor beter klimaatbeleid in Nederland. Een breed en divers samengestelde groep van 175 burgers heeft zeven weekenden overleg gevoerd en is zo tot dertien plannen en aanbevelingen gekomen over reizen, landbouw, CO2, duurzaamheid van spullen en belastingen. Andere vormen zijn parlementaire enquete, onderzoek van de rekenkamer, petities, inspraak platforms, onderzoeksjournalistiek.

Rosanvallon laat zien dat burgers vandaag niet langer genoegen nemen met enkel stemmen. Ze willen zien, begrijpen en beïnvloeden hoe bestuurders hun macht gebruiken. Democratie is dus niet alleen een instituut, maar ook een praktijk — iets wat elke dag moet worden waargemaakt.

Reacties van de groep
Hoewel het boek pittig is zijn we samen als groep en via verschillende wegen tot een redelijk overzicht gekomen wat er speelt als het gaat om democratie.

  • Via wat je via de kranten verneemt is zorgelijk en maakt angstig. Waar gaan we in Nederland, in de wereld naar toe? Door dit boek en het idee dat democratie een werk in uitvoering is ga je beter zien wat de touwtjes zijn waar aan getrokken wordt.
  • Dat de democratie een fragiel bouwwerk is, wordt door het boek ook duidelijk. Met name de veel grotere invloed van de uitvoerende macht en de opkomst van het presidentialisme. Dat er meer autoritair geleide landen zijn is het gevolg dat de machtbalans tussen groepen uit evenwicht is. De tegenmachten zijn te klein.
  • Rosanvallon is een erudiet en genuanceerd denker. Kijk naar zijn omgang met populisme en waarschuwing om niet in moralisme of minachting te vervallen. Met name dat hij steeds thema’s historisch benaderd helpt goed om overzicht te krijgen, maar ook waar je zelf grip op kunt hebben.
  • Wat iemand van de groep meeneemt is het begrip vertrouwen. Rosanvallon definieert dit op p. 190 als volgt: ‘vertrouwen is het gegeven dat je een hypothese kunt opstellen over iemands toekomstige gedrag in de toekomst in de wetenschap dat je op hem kunt rekenen. En je weet dat je op iemand kunt rekenen omdat je hem kent’. In zijn idee is een samenleving waarin vooroordelen en stereotypen heersen, een samenleving waar geen vertrouwen is, dan zal dit leiden tot vervreemding onder burgers. Een gemeenschappelijke wereld kan alleen als onbegrip en miskenning wordt teruggedrongen. Hij spreekt daarbij over drie ‘onzichtbare instituties’: vertrouwen, legitimiteit en autoriteit.
  • We misten in het boek een beschrijving van de invloed van social media op de politieke verhoudingen en polarisatie. boek is eerder een theoretische analyse, dan een praktisch handboek burgerparticipatie.
  • We lazen eerder het boek De populistische verleiding, de keerzijde van de identiteitsillusie van Sybe Schaap. Hierin een verdere uitleg van het denken van C. Lefort over de noodzakelijke lege plaats in de democratie. Zie de link.
  • Wat bij een ander bleef hangen was de nadruk die Rosanvallon legt op het gezamenlijke en relationele als kernbegrippen van de democratie. Wat vroeger vanzelfsprekend was, is nu door emancipatie en individualisering complexer geworden. Hoe krijg je dat communale en relationele weer terug als het bijvoorbeeld gaat om letten op je buren in de straat of de wijk?

Verder lezen:


Ontdek meer van Filosofie lezen

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Plaats een reactie