In ‘De constructie van de wereld’ (2022) bespreekt de filosoof Arjen Kleinherenbrink de ideeën van Bruno Latour, een invloedrijke Frans denker op het gebied van wetenschap, technologie en maatschappij. De naam Bruno Latour had ik wel eens voorbij zien komen en begrippen als parlement der dingen en zijn bemoeienis met milieufilosofie, maar dan hield ook wel op. Dit boek biedt een toegankelijke en systematische introductie in Latour’s filosofie, waarbij de centrale gedachte is dat de wereld niet vooraf bestaat als een vaste realiteit, maar voortdurend geconstrueerd wordt in netwerken van menselijke en niet-menselijke actoren. Het is een zeer leesbaar boekje voor leesgroepen omdat het allerlei maatschappelijke thema’s in een nieuw daglicht plaatst en aanzet tot discussie. Een voorbeeld is de werking van de politiek gezien vanuit het idee van wederzijdse afhankelijkheid en verbondenheid van actoren rondom Dingen, d.w.z. thema’s die tussen mensen, partijen, ontwikkelingen, spelen. Daarbij stelt Latour voor dat in het democratisch debat niet alleen de politieke partijen met hun bekende ideologische posities aan het woord komen, maar ook woordvoerders van zoiets als de Noordzee, het christendom of jongere generaties. Op die manier is voor hem politiek de manier waarop het collectief gezamenlijk de compositie van de wereld bepaalt. Alles bij elkaar een kwetsbaar ‘landschap’ waarvan we de gevolgen dagelijks in de krant kunnen lezen. Het boek onderstreept dat kennis, feiten en waarheden geen neutrale weergaven van een bestaande werkelijkheid zijn, maar resultaten van complexe sociale en materiële processen.
Het boek bestaat uit drie delen: 1. Actoren en netwerken. Hier geeft de schrijver een goede inleiding in de basisideeën van Latour en zijn voorstel voor een nieuwe ontologie. Ook komt aan bod wat nu precies wordt bedoeld met een actor en de werking van netwerken. Dit leidt tot zijn bekende actor-netwerktheorie (ANT), waarin zowel mensen als dingen (‘actanten’) sociale verbanden vormen door met elkaar relaties aan te gaan. 2. Wetenschap en samenleving. In dit hoofdstuk wordt een uitleg gegeven over hoe de constructie van feiten plaats vindt en hoe wetenschap verspreidt wordt. Latour bekritiseert ook het idee dat er een vaste, objectieve wereld is waarvan wetenschappers “de waarheid” achterhalen. In plaats daarvan laat hij zien dat ook wetenschappelijke feiten geleidelijk tot stand komen binnen netwerken van laboratoria, instrumenten, instituties en overtuigingen. De derde paragraaf gaat over wat de wetenschapsbenadering van Latour en zijn denken in actoren en netwerken van invloed is op het sociologisch kijken. Deel 3 Mens en wereld. In dat laatste deel bespreekt Kleinherenbrink de politieke implicaties van Latour’s denken, vooral in relatie tot ecologische- (Gaia) en technologische vraagstukken. Zijn netwerkbenadering past hij nu toe op het grootse vraagstuk van onze tijd: de omgang met onze leefomgeving op aarde.
Ik geef geen samenvatting van de tekst maar pak een aantal elementen uit het boek die ik wil vast houden.
1. We zijn nooit modern geweest. De noodzaak van een nieuwe ontologie.
De grondwet van onze tijd is dat je ‘modern’ bent of moet zijn. Dit is de dominante vorm van denken die volgens Latour niet klopt, sterker ‘de modernen’ zijn niet eerlijk over wat ze doen. Het is een zelfbeeld dat niet overeenkomt met de realiteit. Kleinherenbrink gebruikt het eerste hoofdstuk van zijn boek om deze these van Latour goed uit te leggen. Het is het basisidee dat de andere hoofdstukken een kader geeft en daarom een samenvattende weergave. Allereerst ordent ons moderne denken de veelheid aan ontwikkelingen in rubrieken en katernen, waarbij de overkoepelend twee categorieën Natuur en Cultuur zijn. Het moderne denken maakt een ontologisch onderscheid tussen natuur dat een objectieve, waardevrije, neutrale, voorspelbare werkelijkheid zou zijn, die meetbaar is en zich altijd houdt aan dezelfde wetmatigheden. En daartegenover staat de categorie cultuur voor het domein van de vrije, emotionele, creatieve en spontane subjecten. Het is het gefragmenteerde gebied van het irrationele, van onvoorspelbare individuen en groepen die door hun eigen belangen met elkaar over hoop liggen. Deze ordening en scheiding is voortgekomen uit de opeenvolgende denkontwikkeling sinds Descartes en Verlichtingsdenkers zoals Kant.
Ten tweede wordt deze scheiding in categorieën door Latour een dubbele verlichting genoemd. De eerste verlichting is dat de mens via wetenschappelijke kennis ontdaan moet worden van bijgeloof en vooroordelen, irrationaliteit en zijn of haar door particuliere belangen vertroebelde blik op de werkelijkheid. De tweede verlichting waar de mens naar moet streven is dat hij of zij als politiek en creatief wezen bevrijd moet worden van de natuur en haar objecten en zo optimaal gebruik kan maken van de vrijheid. Het gevolg is een complexe dubbele aanspraak en spanning zoals we zullen gaan zien. De moderne grondwet bestaat uit de volgende paradoxale artikelen
- a. Natuur is transcendent. Niet door ons gemaakt. Ze gaat haar objectieve gang.
- b. Natuur is immanent. Binnen handbereik. We kunnen haar manipuleren voor onze eigen doelstellingen. (Omgang met de aarde)
- c. Cultuur is immanent. We zijn vrije mensen die zelf bepalen wat ze worden en hoe ze samenleven.
- d. Cultuur is transcendent . We kunnen wetmatigheden en patronen ontdekken in de cultuur, net als in de natuurwetenschap. En volgens die patronen moeten we ons gedragen.
- e. Natuur en cultuur moeten apart worden gehouden. Objecten en gebeurtenissen moeten altijd aan een van de twee domeinen worden toegewezen.
Deze redenaties zijn volgens Latour een vorm van zuivering door onzichtbaar te maken dat culturele factoren invloed hebben op de wetenschappelijke feiten en objecten en aan de andere kant ook het onzichtbaar maken dat gefabriceerde objecten (techniek) van invloed zijn op onze vrijheid en leefruimte.
Ten derde heeft dit krampachtig onderscheid tussen natuur en cultuur een enorme productiviteit tot gevolg. Aan de ene kant een wetenschappelijk bedrijf dat een constante stroom aan technieken, methodes en inzichten produceert. Aan de andere kant een voortdurend streven naar het vergroten van onze vrijheden en de vermindering van onderwerping. De vreemde, niet houdbare scheiding tussen natuur en cultuur – terwijl er veel overlap is- wordt door de modernen voortdurend gemanipuleerd afhankelijk van of de redenatie hen aanstaat of niet. Een voorbeeld van de spanning is het omgaan met Godsgeloof. Geloven kan ontmaskerd worden als primitief bijgeloof dat haaks staat op wat de wetenschap beweert. Maar godsgeloof kan ook omarmd worden als een waardevolle traditie en een belangrijk cultureel element. Daarnaast kan geloof in God ‘logisch’ gemaakt worden door de evolutietheorie of de architectuur van het brein en tegelijkertijd beschouwd worden als opium van het volk die de vrijheid van mensen in de weg staat. Kortom: a. modern denken is een bijgeloofverdelger; b. een vooruitgangsideologie die wil dat mensen breken met het archaïsch verleden; c. het is een missionair veroveringsapparaat. Iedereen ter wereld moet modern gaan denken; en d. tenslotte is het een expertisevehikel. Modern denken ligt vooral in de handen van een kleine groep wetenschappers.
De moderne grondwet zorgt voor veel discussie, misverstanden en kritiek. De lockdown en appèl om je in te enten tijdens de coronacrises is een voorbeeld. Volstrekte vrijheid van leven bleek een illusie. Er bleken tal van economische politieke en culturele machtsrelaties werkzaam te zijn die de vrijheid beperkte. En dit werd gelegitimeerd door wetenschappelijk onderzoek en argumenten. Enzovoort. De moderniteit draait constant in cirkels om zichzelf heen aldus Latour. Elke naturalistische verklaring kan betwist worden met een socialiserende uitleg en andersom.
Ten vijfde. De scheiding tussen Natuur en cultuur is zoals aangetoond verhullend, maar volgens Latour ligt er tussen deze twee uiteinden, deze polen een wervelende wereld van ‘hybriden’. Iedere hybride heeft eigenschappen die de modernen graag willen uitsplitsen tot natuur en cultuur, maar elke hybride is net zo reëel en solide als de natuur. Kleinherenbrink: ‘Kobalt, smartphones, collegezalen, zwaarden, wolkenformaties en bergketens bestaan ongeacht wat mensen over ze denken. (..) Iedere hybride is dus zowel reëel als een sociaal object, en wie probeert om die eigenschappen van hybriden om ons heen te abstraheren tot de vooronderstelde achterliggende entiteiten natuur en cultuur begaat een categoriefout’. p.47
Ten zesde. Welke uitwegen zijn er om uit dit modernistisch denken te komen. Latour ziet geen heil in twee bekende vormen van moderniteitskritiek: het antimodernisme en het postmodernisme. De antimodernist onderschrijft de logica van de moderniteit , maar kijkt er pessimistisch naar. Hij accepteert dat de moderniteit een breuk is met het verleden en dat de wereld onttoverd is geraakt. Maar tegelijkertijd verlangt de antimodernist naar het verleden en dweept hij op nostalgische manier met spiritualiteit, direct contact, menselijke warmte, authenticiteit, creativiteit en lokale eigenaardigheden en gebruiken enz. Vernieuwende ontwikkelingen in de maatschappij en hybriden tussen natuur en cultuur worden gezien als kille rationaliteit. De postmodernisten zijn daartegenover ook geen uitweg volgens Latour. Door het relativerende denken en alleen te kijken naar de verklaring van de werkelijkheid in sociale termen (alles van betekenis is een spel van taal en macht) is eveneens armoedig. Zelf kiest Latour voor een a moderne denkwijze die wereld niet opdeelt in de twee hoofdcategorieën natuur en cultuur. Hij kiest voor een fundamentele filosofische heroverweging van waar de wereld nu uit bestaat. Het zijn juist de hybriden tussen natuur en cultuur in die meer aandacht moeten krijgen in de ontologie van denken. Ontologie gedefinieerd als een theorie die uiteenzet wat het betekent om te bestaan. (Grieks: ‘on’ en ‘ontos’ betekent bestaan of zijn en logia betekent wetenschap of theorie) Met het idee dat ‘we nooit modern zijn geweest’ bedoelt hij dat er nooit een wereld kan bestaan waarin alle entiteiten ofwel zuiver natuurlijk ofwel zuiver sociaal zijn. Zijn theorie of ontologie gaat er van uit dat elke entiteit begrepen moet worden als een ‘actor in een netwerk van verdere actoren’. Wat dit betekent wordt in de rest van het boek toegepast op politiek, sociologie, omgang met de aarde enz.
2. De Actor netwerk theorie
Kleinherenbrink laat dus zien hoe Latour de traditionele scheidingen – zoals die tussen natuur en cultuur, object en subject, of mens en techniek – doorbreekt of overstijgt. Zijn betekenissysteem of ontologie gaat uit van de actor-netwerktheorie (ANT), waarin alles wat invloed uitoefent (mensen, machines, ideeën, virussen, instituten, enz.) entiteiten als actoren netwerken vormen. Hij gebruikt daarbij een brede definitie van het begrip netwerk. Het omvat naast personen, dingen ook bijvoorbeeld ook symfonieën, maanrotsen en linkerhanden. Deze actoren vormen samen steeds tijdelijke, veranderlijke werkelijkheden. Het zijn relaties die in de vorm van beproevingen en krachtmetingen ook mis kunnen lopen. In ieder geval geen nette lijnen tussen punten of vaste overzichtelijke paden. De begrenzing is een kwestie van constante onderhandeling en onduidelijkheid. En actoren kunnen zich in meerdere conflicterende netwerken verkeren. Belangrijk is te zien dat een achterliggende horizon waarbinnen een netwerk zich zou bevinden, geen netwerk is. Macroverklaringen als ‘context’, ‘natuur’, ‘cultuur’ of kapitalisme zijn slechts begrippen die we om praktische redenen niet altijd kunnen verwoorden. Latour heeft duidelijk een hekel aan een soort hiërarchisch denken (hoger vs lager, micro vs macro, lokaal vs lokaal) en gaat uit van een platte ontologie waarin individuele actoren en geschakelde netwerken bestaan. En ook kan geen enkele actor op mysterieuze wijze buiten zijn eigen netwerk treden. Actoren hebben hun invloed in hun netwerk en verder niet. Zo zijn feiten en theorieën alleen reeel en geldig in de mate waarin ze werkzaam zijn en hun bestaanswijze hebben. Dit kan een beproeving zijn, een krachtmeting of een transformatie. De denkwijze van Latour kun je omschrijven als lokaal of democratisch occasionalisme. De onderlinge relatie van actoren in netwerken, de mediatie gebeurt niet door een externe factor (god of een anders subject dat boven of tussen de dingen bestaat) maar gebeurt in het netwerk zelf. Vraag blijft wel wat maakt dat een actor in een netwerk in beweging komt. Latour komt zelf met het idee van een plasma waar de actor netwerken zich in begeven. Het plasma zou de bron van verandering in netwerken zijn net als de mediërende instantie tussen actoren. p. 90.
3. De verspreiding van wetenschap.
Latour geeft een mooi voorbeeld van hoe kennis ontwikkelt en verspreid wordt met zijn analyse van Louis Pasteur’s werk m.b.t.. microbiologische theorie van ziekteverwerkers in de 19e eeuw. Niemand in die periode wist precies waarom een vat bier bedorven kon raken, kinderen na hun geboorte stierven, hoe ziektes zich ontwikkelden en waarom de ene persoon wel en de ander niet ziek werd. Er waren twee groepen die een verschillende strategie ontwikkelden: de hygiënisten en de huisartsen. De hygiënisten (politici, academici, industriëlen) probeerden de kwaliteit van grond en lucht te verbeteren, drukte te verminderen, alcoholisme terug te dringen, water te zuiveren en te werken aan betere huisvesting enz. De uitvinding van Louis Pasteur van het bestaan van micro-organismen die ziektes verspreiden, had een behoorlijk effect op de sociale verhoudingen. Iedereen (rijk-arm, hoog-laag) werd met elkaar verbonden, want zo werd duidelijk dat de maatschappelijke verhoudingen niet alleen uit sociale factoren bestonden, maar net zozeer via niet menselijke actoren (ziekteverwekkers) die mensen volgens hun eigen logica met elkaar verbonden. De ontdekking van micro-organismen gaf de hygiënisten instrumenten om gerichter te werken om de nieuwe actor (ziekteverwekkers) in te perken als het gaat om paden van besmetting. Het vele voorwerk dat de hygiënisten hadden gedaan sloot goed aan bij de ontdekking van Pasteur. Via zijn vindingen konden zij hun doelen beter realiseren. De Franse Huisartsen waren erg kritisch over het project van Pasteur omdat ze hen in een soort identiteitscrisis brachten. Voor hen was ziekte van mensen een privé aangelegenheid die zij met hun kennis konden bestrijden. Nu werd ziekte veroorzaakt door microbiologische factoren een maatschappelijk iets. Een ziekte van een patiënt kan een ander besmetten. De privé-behandeling door de arts werd iets van publieke gezondheid. De actornetwerken van huisartsen werd bedreigd. Het vaccin dat tegen ziektes werkte schoot bij de huisartsen in het verkeerde keelgat omdat het hen betalende patiënten zou ontnemen. Pas toen er ook serums waren die toegediend konden worden nadat de patiënt ziek werd, konden de artsen dit inpassen in hun aanpak en kwam er ruimte voor de ideeën van Pasteur. Latour laat met dit voorbeeld zien hoe nieuwe feiten uit de wetenschap (hier: de ontdekking van Pasteur) niet rechtlijnig overgenomen worden. De wijze waarop wetenschap zich verspreidt is afhankelijk van de sociale omgeving en andere netwerken. Actoren en hun netwerken moeten zichzelf door nieuwe uitvindingen opnieuw definiëren. Bovendien laat de casus zien dat de acceptatie van nieuwe inzichten afhankelijk is van een dynamisch spel waarin allerlei actoren erop uit zijn om hun eigen belang te dienen. Versimpelende woorden als logisch, rationeel, waarheid en vooruitgang ‘werken’ niet. Het voorbeeld laat ook zien dat een idee/uitvinding geen eigen ‘kracht’ heeft, maar net als alle andere factoren volledig afhankelijk is van bondgenoten die hun netwerk verder uitbreiden. Verspreiding van wetenschap is geen lineair proces, maar afhankelijk van een veelheid van factoren.
4. Een nieuw soort sociologie
Dit boek is, naast leesgroepen filosofie, interessant voor studenten die zich willen verdiepen in de verschillende paradigma’s van wetenschapsfilosofie, en beleidsmakers in bijvoorbeeld het sociaal domein die ontwikkelingen via beleid de werkelijkheid willen sturen. Latour daagt deze hoofdwerkers uit gezamenlijk met mensen in de netwerken samen te onderzoeken hoe het complex van entiteiten en actanten werkt en wederzijds invloed uitoefent. En verder is het een handig en leerzaam boek voor iedereen die bezig in met veranderingsprocessen in organisaties of bezig is met het opzetten van een eigen bedrijf.
In dit hoofdstuk bespreekt Kleinherenbrink hoe Latour een radicale herziening van de sociologie voorstelt. De klassieke sociologie gaat vaak uit van sociale verklaringen gebaseerd op structuren (zoals klassen, instituties, normen), waarbij alleen mensen als handelende subjecten worden gezien. Latour daarentegen stelt dat ook niet-menselijke entiteiten – zoals technologie, objecten, dieren en zelfs documenten – een actieve rol spelen in sociale processen. Sociologie moet dus niet verklaren wat de samenleving is, maar hoe sociale realiteiten telkens weer worden samengesteld in netwerken van actoren. De focus verschuift van verklaren naar beschrijven en traceren van verbanden.
5. Gaia en de kritieke zones
In dit hoofdstuk verdiept Kleinherenbrink zich in Latours recente werk rond ecologie, met name zijn interpretatie van de Gaia-hypothese (afkomstig van James Lovelock). Gaia is geen harmonisch, zelfregulerend organisme (zoals vaak wordt gedacht), maar een chaotisch en dynamisch geheel van terugkoppelingen waarin het leven en de aarde elkaar beïnvloeden op onvoorspelbare manieren.
Latour gebruikt Gaia om duidelijk te maken dat we niet ‘boven’ of ‘buiten’ de natuur staan, maar er volledig in opgenomen zijn. Dit leidt tot het begrip van de kritieke zones: dunne lagen op aarde waar het leven mogelijk is (zoals de atmosfeer, biosfeer en menselijke leefgebieden) en waar de gevolgen van klimaatverandering zich manifesteren. Daarom is zijn centrale stelling dat we een nieuw wereldbeeld nodig hebben waarin we erkennen dat we afhankelijk zijn van instabiele, samenhangende ecologische systemen. Politiek en wetenschap moeten zich richten op het beschermen en begrijpen van deze zones, in plaats van te blijven denken in termen van controle, groei en afstand tot de natuur. Juist het moderne denken zit diep in ons geworteld en is gewend om de oplossing van problemen te zoeken in objectivering (van de natuur) en emancipatie (binnen de cultuur). Het is juist die denkwijze die leidt tot onze ecologische problemen. Latour schrijft: ‘Alle moderne emoties moedigden ons aan om ons te ontworstelen, ons los te maken, ons te emanciperen, met volle teugen adem te halen, en plotseling hebben we, door de mutatie die gaande is, het gevoel dat we stikken. p. 198
In de gaia hypothese bestaat leven niet binnen een bestaand kader van geologische en fysische processen, maar is het daarmee verknoopt. Er is geen losstaand klimaat waarbinnen leven tot wasdom komt. Opnieuw wordt zo het idee van ‘context’ losgelaten. Onze wereld en alles wat zich daarbinnen bevindt moet bezien worden als een veranderlijk domein vol actoren in kwetsbare ketens. Gaia is niets meer of minder dan een verzameling actor-netwerken die gezamenlijk onze aarde constitueren. Wij mensen zijn daar onderdeel van net als vlinders, stenen, wolken enz. Latour is tegenstander van objectiverende afbeeldingen van de aarde in de vorm van ruimte foto’s of kaarten. Ze versterken het idee van op een afstand kijken en kunnen manipuleren. Dat is modern denken, terwijl er een nieuwe manier van kijken nodig is. Als we onlosmakelijk met de aarde verbonden zijn, waar moeten we beginnen als we willen landen op de aarde als netwerk? Volgens Latour zijn we in een ‘staat van een ecologische oorlog tussen Modernen en Aardbewoners’ zijn beland. Oorlog omdat er geen gemeenschappelijke arbiter is die kan beslissen over wie wat moet doen om de aarde te beschermen. We hebben behoefte aan een metamorfose en een serie transformaties. Deze wereld ‘Planeet Hedendaags’ moet de netwerken die Gaia constitueren op elkaar afstemmen en betrouwbare woordvoerders moeten vinden, met een speciale rol voor wetenschappers die als experts kunnen spreken voor actoren die dit zelf niet kunnen. Alleen vanuit het idee dat de aarde een dunne membraan is van kritische zones kunnen mensen zich in de toekomst staande houden. En binnen dat membraan is er een veranderlijke set van actor-netwerken waarin biologische, technologische, politieke, economische, materiële en ideële actoren met elkaar vervlochten zijn.
De leesgroep
De reacties van de groep op het boek waren verschillend. ‘Een beetje droog geschreven’; ‘Bij de opzet van een project maak je toch een analyse van de stakeholders, dus dat netwerkdenken is niet helemaal nieuw’. Een eerste gesprekspunt was het thema vrijheid. Hoe verhoudt zich de individuele invulling van het leven van mensen op zichzelf met het leven in netwerken? We kwamen tot de conclusie dat we allemaal in netwerken zitten van familie, werk, groepen en dat deze je vrijheid geven, maar ook beperking. Vrijheid heb je als je een paspoort hebt, geld, een huis, maar wat als je dat allemaal niet hebt. Vrijheid is een dynamisch begrip. Stel je krijgt Long Covid, dan zullen je vele vrije mogelijkheden sterk gaan afnemen.
Ook spraken we over de vraag of je zonder categorieën (Kant) en begrippen als context, visie, wereld, denkmodellen kunt leven/denken? Ons antwoord was dat we door middel van die begrippen ons de wereld toe-eigenen, ordenen, maar Latour stelt wel de vraag wanneer deze begrippen toedekken en het denken minder concreet maakt. Hij roept terecht op om de werkelijkheid breed, multidisciplinair te beschrijven en goed te kijken wie macht hebben, zich weten te organiseren, te kijken wie stem hebben en wie niet.
Het idee van actor-netwerken onderschreven we. Je wordt door taal ingevoerd in het denken van je familie, de groep waar je toe behoort en groter de denkbeelden van de maatschappij in een bepaalde tijd. Maar is daarmee ook reducerend, beperkt. Elke losse actor is mediator en bemiddelt denkbeelden en manieren naar anderen.
De idee dat we in een ecologische oorlog zitten was verhelderend. De modernen die vinden dat je de natuur uit mag putten. Er is geen regelaar die vanuit een bepaalde legitimiteit kan begrenzen. De enige oplossing is zoals we bij Frissen zagen een politiek van bestuurlijk doormodderen. Kleine stapjes zetten.
Een vraag was tenslotte ook: Wat kun je allemaal met deze ideeën? Wat zijn de consequenties? Maar gaandeweg in het gesprek raakten we dieper op het boek betrokken en zagen we beter dat breedheid en werking van entiteiten, actoren en netwerken op het terrein van de politiek, sociologie en met betrekking tot het klimaatprobleem een sterke manier zijn op beter te analyseren wat er werkelijk speelt.
Eigen reflectie
Bruno Latour is een fris en creatief denker en stelt fundamentele vragen aan ons moderne maakbaarheidsdenken. De bespreking in één keer is eigenlijk te kort. In de groepsbespreking kwam ook de vraag terug hoe nieuw dit denken is en hoe je het kunt toepassen. In mijn idee concretiseert en versimpeld (op een goede manier) Latour het denken. Hij maakt het direct, lokaal omdat meer niet nodig is. Welke mensen zijn betrokken, wat zijn hun tools en mogelijkheden, referenties en welke niet menselijke factoren spelen een rol.
Zelf denk ik dat zijn bevragen van de bestaande westerse ontologie en het indelen van entiteiten in de tweedeling Natuur en Cultuur een nieuwe gedachte is die ik mee wil nemen. Latour stelt dat de Natuur-Cultuur tegenstelling voor een gekmakende productie zorgt, maar ook voor veel verwarring. Dit is een net even andere indeling dan Verlichting-Romantiek die we tegen kwamen bij Charles Taylor en Arnold Heumakers. Het ligt dicht bij de analyse van Bas Heijne in zijn Nieuwe kijk op de beschaafde mens. Met welke boodschappen en houvasten wordt de moderne mens opgezadeld. Juist de wereld van hybriden die niet ingedeeld worden geven ruimte voor fris kijken en vernieuwing. Maar dat moet je wel aan kunnen en durven.
Verder lezen of kijken:
Ontdek meer van Filosofie lezen
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.











