Korte beschrijving
Cees Zweistra schreef eerder een filosofische beschouwing over complotdenken onder de titel Waarheidszoekers en voegt nu bij wijze van spreken een extra hoofdstuk aan dat boek toe onder de titel Woketheater. Hoe we ontsnappen uit de greep van woke en antiwoke. Hij noemt de tekst een essay. Letterlijk betekent woke: wakker zijn. Alert zijn op vormen van onrecht en onderdrukking. Woke werd enkele jaren geleden het signaalwoord van de Black Lives Matter-beweging. Stay woke. Wees bedacht op subtiele vormen van discriminatie! De felheid waarmee woke-denken echter werd gecounterd door cultureel rechts en ‘woke’ heel snel een scheldwoord werd roept veel vragen op. Allerlei andere vormen van ongenoegen worden er aan geplakt, zodat woke een verzamelwoord werd voor alles wat er volgens rechtse, conservatieve kringen mis is aan de huidige maatschappij. Overal ziet men voorbeelden van de verderfelijke woke-ideologie aan het werk, van de beruchte genderneutrale toiletten tot aan de sensitivity-readers die de kinderboeken van Roald Dahl in retrospectief kuizen van onnodig kwetsend taalgebruik. Volgens Zweistra is er een mythe gecreëerd door rechts antiwoke, zodat zij zich op kunnen werpen als de verdedigers van de échte vrijheid én van de normaliteit. Het grootste verwijt dat ze woke maken, is dat deze groep de individuele vrijheid juist beknot met onzinnige eisen en met een nieuw soort moralisme. Volgens Zweistra houden woke en antiwoke echter in de kern elkaar gevangen in een theater omdat ze in uiteindelijk met dezelfde onderwerpen bezig zijn. In 15 kleine hoofdstukken neemt hij de lezer mee langs een aantal grote vragen als: bestaat woke eigenlijk wel?
Het gezicht van woke als arrivé-liberalisme; De mythes en zondebokken rond de discussies tussen woke en antiwoke; het gebruik van het idee van vrijheid. Als antwoord op het arrivé-liberalisme komt hij tot een nieuw ethisch paradigma als vervanging van het woke-antiwoke theater. Want hij schrijft: “De wereld van nu vraagt niet om emancipatie, maar om verantwoordelijkheid. En zowel woke als antiwoke zijn daar niet mee bezig. Het vrijheidsdenken is een tijdsgebonden ethiek en heeft z’n beste tijd gehad.” (p. 103) Hij benoemt dit alternatief ‘de ethiek van de erfgenaam’. Het respecteren van het idee dat we op de schouders staan van onze voorouders die ons taal en cultuur hebben overgeleverd. De overlevering betekent dat we iets minder gericht zijn op het streven naar authenticiteit en vrijheid en meer op het zorgvuldig omgaan met ‘dingen’, het doen van kleine daden en organiseren en beleven van huiselijkheid. Ook al noemt Zweistra het boek een essay, ben ik eerder geneigd het een pamflet te noemen door de uitdagende normatieve schrijfstijl. De tekst vraagt daarom tot doorvragen en nuancering door de lezer. Dat is alleen maar goed voor het debat. Ik probeer in deze blog in een aantal paragrafen grip te krijgen op de filosofische gereedschapskist van Zweistra en te zien of zijn analyse en oplossing hout snijdt. De lezer moet maar zien wat hem aanspreekt.
1. Woke
Op een of andere manier worstelt Zweistra met het idee van woke. Hij geeft als voorbeeld een handreiking van de gemeente Amsterdam over respectvolle en inclusieve communicatie. Ambtenaren moeten geleerd worden zorgvuldig om te gaan met het thema gender. Dat dit in een werktekst uitgewerkt wordt ziet hij als woke. Namelijk dat het in de huidige cultuur steeds normaler is om gevoelig te zijn voor seksevoorkeuren van mensen. ‘De samenleving moet nu eenmaal erkenning en respect opbrengen voor eenieder die zichzelf gevonden heeft’. (p.13) Hij onderzoekt welke filosofen de bron zouden kunnen zijn van dit woke denken, maar krijgt daar niet echt de vinger achter. Natuurlijk valt de naam van Judith Butler en haar boek Gender Trouble en haar stelling dat ons lichaam zonder genderinscriptie (man/vrouw) een onbeschreven blad is. Sekse-identiteit is een kwestie van rolsocialisatie, maar verder op in het boek noemt hij filosofen die juist het belang van het lichaam voor identiteitsvorming benoemen. (Levinas, Nussbaum). Maar werkt dit verder niet uit. Wel koppelt hij woke aan secularisering als schrijft: Het is immers niet moeilijk om in woke juist een bevrijdingsbeweging te zien die in het hart zit van het seculiere denken. (..) deze secularisering heeft niets te maken met ons verloren geloof in God, maar is ze breder dan dat. Het omvat de afwijzing van elke heteronomie. Of dat de kerk, de wetenschap, de politiek of de rechterlijke macht is. En daartegenover is secularisering in positieve zin begaan met vrijheid, met de verdere ontdekking van onszelf, van de autonomie. Dat is de kern van secularisering en woke zit daar middenin. Want voor woke is het individu heilig, het vrije subject dat zijn recht geclaimd heeft op zichzelf en het recht om zichzelf te kunnen zijn. Ten koste van alles. p.64
2. Anti-woke.
Hij vindt veel meer materiaal bij juist de critici van woke en hoe zij op die manier vernieuwingsdenken als belachelijk omschrijven om hun eigen politiek ideologische positie sterker te maken. JA21 organseerde in 2022 een woke conferentie met Andreas Kinneging als spreker. Ook de partijleiders Baudet en Yeşilgöz spraken zich uit over woke als een bedreiging van de vrijheid en de vooruitgang. Woke wordt neergezet als moralistisch. ‘Blank mag niet meer. Jongen mag niet meer, meisje niet meer. Alles wat onderdrukt, alles wat een symbool is van een oude hegemonie, van iets waarvoor we on s nu schamen, dat mag allemaal niet meer.’ p. 63. Zweistra analyseert goed dat door woke zo neer te zetten antiwoke met de eer gaat strijken door zo pal te staan voor de vrijheden en tegen de onderdrukking van de normale denkende mens. Zo wordt het woke denken weggezet als zondebok waardoor de antiwokepartijen zich vrij pleiten en niet gedwongen voelen om over de achterliggend vraagstukken na te denken.
3. Theater van woke en antiwoke.
Zweistra laat goed zien hoe in het debat tussen de twee groepen niet echt gecommuniceerd wordt. Als de wokist de antiwokisten weg zet als conservatief, dom en niet van deze tijd dan schiet ze in een comfortabele achterover houding die je de chantage van de vooruitgang kan noemen. Het is een te gemakkelijk frame, gratuit en losgezongen van de wereld, want de essentie van antiwoke wordt niet gezien. Opnieuw wordt hier een zondebokstrategie ingezet die woke vrijstelt om goed te luisteren naar wat er onder antiwokisten leeft. Het is beter om te zien dat er onder antiwokisten een breed spectrum aan posities schuil gaat. Klagen over de instroom van asielzoekers maar wel tientallen Polen en Roemenen in het bedrijf aan het werk hebben. PVV stemmen, maar wel zonnepanelen op het huis plaatsen om de uitstoot van CO2 te verminderen. Andersom is woke een ideologie waarop antiwoke haar onbehagen over de wereld op kan projecteren, terwijl het eigen vooruitgangsgeloof niet bereflecteerd wordt (de megastal, het distributiecentrum, enz) In zijn cultuuranalyse laat Zweistra zien dat woke en antiwoke juist veel overeenkomsten hebben en waarden delen. Woke en antiwoke staan samen in het hart van de onttovering, ze ademen mee met de tijdgeest, behalve wanneer het hun zelf aan gaat. p.71 Naar zijn idee is het moderne mensbeeld van beide groepen de arrivé liberaal die voorkomt in drie gedaanten. De comfortliberaal die geniet van de comfortabele verworvenheid van vrijheid. Zijn denken is post-levensbeschouwelijk waarbij het cruciaal is om jezelf en geëmancipeerd te zijn. Deze grondhouding is een verworven recht. De tweede vorm is de exhibitionistische -anything goes- liberaal. Naast de al beschreven kernwaarden is deze arrivé-liberaal te herkennen aan het dragen van merkkleding, het interessant spreken over gelezen boeken en interessante ervaringen. Tenslotte de derde vorm is de vooruitgangsfundamentalist. Volgens Zweistra is dit de ideologische normatieve variant van het arrivé liberalisme. De nadruk ligt hier op vooruitgang, voor jezelf kiezen, objectief ‘verlicht’ kijken. Hij ziet hier een sacralisering van het individu en zijn/haar rechten. De vrije mens is het doel van de geschiedenis: vrije rationele wezens die volledig met zichzelf kunnen samenvallen. In de visie van Zweistra is Antiwoke de concurrent van woke en niet haar tegenstrever, zij speelt hetzelfde spel. En omdat te verhullen wordt gedaan alsof woke een onvrijheidsbeweging is, waartegenover antiwoke de stem van de vrijheid en vooruitgang is. p. 67 Kortom er is sprake van een ideologisch framen over en weer over begrippen als vrijheid, jezelf mogen zijn en oplossen van maatschappelijke problemen. In de visie van Zweistra staan beide groepen in het hart van de onttovering van de maatschappij, waarbij beide groepen gevangen zijn in hun eigen mythen. Woke mensen voor wie de rechten van het individu heilig zijn en anti-wokemensen voor wie de eigen verdienste de ‘waarheid’ is. Het heilige van beide groepen is de eigen authenticiteit en verdienste.
4. Een alternatief voor woke en antiwoke.
De wereld heeft ons vrijheid en authenticiteit gebracht maar ook een wereld waarin de verantwoordelijkheid kwijnt(..) De wereld van nu vraagt niet om emancipatie, maar om verantwoordelijkheid. (..) Het vrijheidsdenken is een tijdgebonden ethiek en heeft z’n beste tijd gehad’. p. 103
Zweistra maakt vervolgens een grote denkstap. Hij gaat op zoek naar een nieuwe normaliteit. Een ethiek die het geweld van vrijheid en de mateloosheid van het vooruitgangsdenken inperkt. Het schimmenspel van discussies tussen woke en antiwoke ‘leidt ons af van de noodzaak een ethiek te ontwikkelen, die op een andere leest is geschoeid. En die ethiek vertrekt niet vanuit het individu, maar vanuit de wereld waar het individu in staat en waaraan het individu terug moeten worden vastgemaakt’. (p.101) Dat alternatief is een ethiek waarin we onszelf gaan zien als ‘erfgenaam’. Hoe ziet dat er uit? Het gaat uit van het besef dat de mens niet authentiek is, maar dat we op de schouders van vorige generaties staan. Van hen erven we onze naam, onze taal. Het is een ethiek van grenzen en afbakening. Van het concrete, van wat in onze macht ligt: specifiek, beperkt en iets anders dan onszelf. Je bent niet verantwoordelijk voor de stikstofcrisis, maar je hebt wel macht over je tuin, je leefstijl, de zorg voor anderen. Hij verwijst hierbij naar het boek Het principe verantwoordelijkheid van de filosoof Hans Jonas die de formulering van het categorisch imperatief van Kant zo formuleert: ‘Handel zo, dat de effecten van je handeling in overeenstemming zijn met de altijd durende aanwezigheid van echt menselijk leven op aarde; […] of eenvoudig gezegd: Breng de voorwaarden voor het oneindig voortbestaan van de mensheid op aarde niet in gevaar.’ De ethiek van de erfgenaam komt niet uit het niets, maar moet worden geforceerd. Deze kleine ethiek is een herwaardering van het kleine en locale en nabije. Het is een herijking van de richting die we in de toekomst gaan. Een tegenbeweging die uiteenvalt in drie aandachtsvelden.
Allereerst de omgang met dingen. Het begrip ‘ding’ neemt Zweistra over van de filosoof Heidegger die in 1954 een essay over dit thema schreef. Het gaat om het ding als verzamelpunt, zoals rondom een struik allerlei leven zich verzamelt. Het ding als verzamelpunt geeft als een spoor zicht op een manier van leven. Heidegger dacht na over onze omgang met technologie. Terwijl woke en antiwoke met elkaar ruziën zijn ‘de dingen bezig onze vrijheden op te rekken, onze normaliteit te veranderen en onze kracht te vergroten’. p.112 Onze omgang met technologie is vaak utopisch. Het ‘vergroot’ onze mogelijkheden en het gevoel van maakbaarheid. De vraag is of je kritisch mag omgaan met dit utopisch denken. Volgens Zweistra is technologiekritiek gelijker tijd mensenkritiek en vrijheidskritiek. En vooral vanwege de mateloosheid waarin we als mensen onze wereld ‘construeren’ in een ongebreidelde wil tot macht en controle. Echter technologie die ons niet helpt mens te zijn in de bredere zin van ‘erfgenaam zijn’ is gewelddadige technologie. Denk daarbij aan megastallen, distributiecentra en windmolens in het landschap, maar ook als verzamelpunt van dingen in onze leefwereld en omgang met elkaar. Steeds zullen we de vraag moeten stellen of de vergroting van controle of vrijheid te rechtvaardigen is tegenover de prijs die we als mensen moeten betalen. Mag deze mateloze vrijheid begrensd worden? Dit zijn de vragen van een dingen-politiek dan wel dingen-ethiek. Goed omgaan met ethiek vraagt er om dat je voorbij bent aan de codes van de arrivé-liberaal. Dit vraagt ten tweede om kleine daden die er toe doen als we in de in de veelheid van wereldproblemen moedeloos raken. Via kleine daden brengen we volgens Zweistra onze verantwoordelijkheid naar buiten en kunnen we onze band tussen mens en wereld herstellen. Daarvoor is een nieuw verhaal nodig. Hij ziet dat de secularisering en de afnemende invloed van de kerken hierbij van grote invloed is. Dit vraagt om een radicaal anders denken over verantwoordelijkheid en nieuwe structuren. Hij citeert Heidegger dit schrijft: ‘Je bent wat je doet’. p. 129 Verder wordt hij in dit hoofdstukje niet erg concreet. Zijn derde subthema betreft de ‘fenomenologie van gezelligheid’ die hij koppelt aan het thema ‘thuis’. Dit is de plek waar we een eigen cultuur kunnen scheppen. Een plek van eigenheid en identiteit. Dit is opnieuw klein en lokaal, een plek van betekenisgeving. Ook een plek om vrienden uit te nodigen aan tafel, om samen te leven in een gezin. Hij kiest voor het woord gezelligheid, maar ziet dit niet als een cultuur van burgerlijkheid van het je tevreden in jezelf oprollen, maar als plek waar transcendentie mogelijk wordt.
5. Verwerking
Verder lezen en kijken.
Recensie Bert Altena https://boekenkrant.com/recensie/recensie-mens-en-maatschappij-woke-theater/
De kleine Butler, Judith Butlers revolutionaire ideeën over feminisme, gender en queer. Margriet van Heesch
Ontdek meer van Filosofie lezen
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.








