I Inhoud
1. Opzet
Arnold Heumakers schreef met ‘Langs de afgrond. Over het nut van foute denkers’ een pittig historisch filosofisch boek dat uitdaagt en aanzet tot verder lezen en onderzoeken. Hij doet dit door in drie hoofdstukken allereerst ‘foute denkers’ uit de periode van het Franse fin-de-siècle te beschrijven: o.a. Maurice Barrès, Éduard Drummond, George Sorel. Dan stapt hij over naar een aantal schrijvers die verbonden zijn aan de periode van de ‘Conservatieve revolutie’ in Duitsland: o.a. Spengler, Ernst Jünger, Carl Schmitts en Ernst von Salomon, en tenslotte enkele meer recente schrijvers zoals Cioran, Jonathan Littell en Michel Huellebecq. In de inleiding legt hij uit dat in zijn geschiedenisopvatting het juist belangrijk is om ook goed te luisteren naar de tegenkrachten in een bepaald tijdvak om zo de dode hoek van het dominante denken van die tijd zichtbaar te maken. Daarnaast gaat Heumakers in zijn beschouwing over deze foute denkers uit van het idee dat de moderne mens en cultuur verdeeld is in het licht van twee dominante denkstromingen: de Verlichting en daar tegenover de Contraverlichting en de latere Romantiek. Deze ‘verdeeldheid’ noemt hij het tragische van de moderniteit. Ze heeft oude historische wortels en is terug te vinden in de dominante opvattingen tot in onze tijd. Die veelheid vindt je ook al terug in de gedachten van de besproken schrijvers uit de periode 1900-1945. Ook in onze tijd kenmerkt de moderne verdeelde mens zich door een rijkdom aan menselijke motivaties en ambivalenties. Hoewel we onszelf in de Europese cultuur zien als ‘verlicht’ en ‘modern’, zijn we cultureel en ideologisch zeker niet uit een stuk. Volgens Heumakers is dit moderne Europese zelfbeeld geen compleet beeld. De Romantiek is net zo goed een onderdeel van ons denken en doen. Je kunt dit terug vinden in ideologische hybriden zoals fascisme en nationaal socialisme die samengesteld zijn uit verlichte en romantische elementen. En ook in hedendaagse populistische stromingen zie deze elementen terug komen.
2. Dan volgen een serie beschrijvingen van ‘foute denkers’ die ik niet allemaal samenvat. De teksten geven een beeld van het denken in die tijdperiodes en de ontwikkeling die de schrijvers en denkers doormaken. Zo ontdek je dat in Frankrijk mede door de Dreifussaffaire anti-semitisch denken bij bepaalde groepen al gemeengoed was en dat het koppelen van nationalisme en socialisme om de arbeiders mee te krijgen een ‘Franse’ uitvinding was, die later in Duitsland verder is uitgewerkt. Ook zie je goed dat in de Weimar-periode sprake was van een nog weinig ontwikkelde democratie. In de tekst over Salomon lees je dat soldaten die terug kwamen uit WOII zich niet meer goed settelden in hun thuisgebieden en zwervende ordeverstoorders werden, zeg maar knokploegen.
Uit de vijftien schrijvers die worden beschreven neem ik Ernst Jünger als voorbeeld. In deze paragraaf gaat het om het thema ‘het verstaan van de tijd’. Jünger beschrijft hoe hij en zijn Duitse mede kameraden blijmoedig de eerste wereldoorlog ingaan om een lekker robbertje te vechten, maar dat ze verrast worden door de nieuwe technologie (mitrailleurs, tanks, vliegtuigen en gifgas) met als gevolg veel meer doden dan in vorige oorlogen. Het ‘romantisch avontuur’ bleek uit te monden in technisch geweld. (P.123) Dit vroeg van de soldaten om aanvaarding, maar ook om nieuwe zingeving die het massale sterven duidde als noodzaak om tot geloof in een nieuwe wereld te komen. Jünger zoekt in de jaren na de oorlog naar een nieuw besef en betekenisgeving van die situatie als Duitser. Een nieuwe trots, identiteit. Dit zoeken naar betekenis in de nieuwe situatie noemt hij stereoscopie. Een methodiek gebaseerd op een dubbele manier van zien: de oppervlakte en de diepte; het tijdelijke en het eeuwige, het toevallige en het noodzakelijke. Dit is de poëtische (of religieuze jvd) manier van kijken van Jünger. In het kleine of tijdelijke zit ook het eeuwige of tijdloze. Het is een soort magisch realisme die Jünger als dichter/ziener in staat stelt om in de werkelijkheid een diepere of hogere zin te zien. Maar je kan het ook zien als een passende vorm van betekenisgeving.
3. In zijn nawoord kijkt Heumakers terug op de schrijvers en denkers die voorbij zijn gekomen en reflecteert op een aantal steeds terugkerende thema’s: nationalisme, racisme, volk, migratie en beschrijft hij een hierbij passende levenshouding: methodisch pessimisme.
Racisme en discriminatie
Als het gaat om dit thema probeert de schrijver wat gezamenlijke noemers van de foute denkers te verzamelen. Naar zijn idee kan de Nederlandse bevolking moeilijk wennen aan het verdwijnen van de homogeniteit in de samenstelling van de bevolking. Ze heeft last van ‘spijtwraak’ dwz. ‘Een mix – vaak amper bewust – van onwil en onvermogen om de demografische en culturele veranderingen te accepteren, laat staan te verwelkomen’. p.. 267 Als het gaat om in- of uitsluiting en discriminatie is een vooronderstelling dat elke persoon gelijk behandeld moet worden. Dit ‘gelijk zijn’ van mensen is echter de vraag. Volgens Heumakers is dit iets wat de foute denkers in dit boek duidelijk willen maken: gelijkheid in de natuur bestaat niet! En daarmee is het streven naar gelijkwaardigheid een illusie, net als het recht op vrijheid. Grondrechten als gelijke behandeling en vrijheid zijn zinnig om onrecht en machtsmisbruik te voorkomen, maar schadelijk als het letterlijk wordt genomen en geen enkele vorm van ongelijkheid en onvrijheid meer mogelijk is. Dit geldt ook voor gezag en hiërarchie. Citaat: ‘Uit de behoefte aan orde en de ongelijke verdeling van talent, intelligentie, handigheid, schoonheid en karakter vloeit voort dat het sociale leven altijd getekend zal zijn door ongelijke verhoudingen. Wie denkt dat te kunnen veranderen jaagt een hersenschim na’. p.268
Dit betekent volgens Heumakers niet dat discriminatie geaccepteerd is. De hedendaagse multiculturele samenleving is een gegeven en dit vraagt om emancipatie en strijd. Iets wat de foute denkers in navolging van Nietzsche, hoewel verkeerd begrepen, tot een kenmerk van het ware leven zagen. Volgens Heumakers staat het in deze tijd hameren op gelijkheid recht tegenover het verlangen naar vrijheid. Dit zit bijvoorbeeld in artikel 1 van de grondwet die alle discriminatie verbiedt. Hoewel de intentie klopt is het onmogelijk om alle vormen van discriminatie zowel in daden als ook in voelen en denken vanuit de overheid te verbieden. Dit zou immers leiden tot een totalitaire politiestaat. Ook hier pleit Heumakers voor een matigend realisme.
Natiestaat.
Hij ziet de uitvinding van de natiestaat als een contradictio in terminis. Elke staat maakt namelijk onderscheid tussen wie er wel en wie er niet bij horen, maar tegelijkertijd spreken we over een gedeelde cultuur, taal en geschiedenis. Datgene wat ons met elkaar verbindt. Door de immigratie komt deze gedeelde identiteit onder druk te staan. De meeste foute denkers in het boek gaan uit van een onbetwijfelbare identiteit en ze vinden hun landgenoten op dat terrein te kort schieten in nationaal besef en vaderlandsliefde met als gevolg extreem nationalisme en de natiestaat als ideologie. En je kunt zo ook naar de twee wereldoorlogen kijken en het idee van ‘vechten voor je land’. De schrijver stelt zich de vraag hoe in deze tijd saamhorigheid in een nationaal verband gehandhaafd dan wel versterkt kan worden. Zeker als je kijkt naar de instroom van migranten, maar ook noemt hij de aanpak van de coronacrisis, de onderlinge solidariteit in de sociale zekerheid en het ervaren gevoel van gerechtigheid in de rechtspraak.
Omgaan met de tragiek van het modernisme: Methodisch pessimisme
Hij spreekt over het tragische van de moderniteit: ‘Het geloof in de menselijke deugdzaamheid, in de vooruitgang, in vrijheid, gelijkheid en broederschap, in het idee dat de wereld rationeel is en de natuur het beste met ons voor heeft. En niet te vergeten: het geloof in een universeel humanisme. Al deze noties behoren grosso modo tot de ‘verlichte traditie binnen onze verdeelde moderne cultuur, de kritiek er op tot de ‘romantische’. Nemen we de verdeeldheid serieus, dan hebben beide tradities ons gemaakt tot wie we zijn: verdeelde wezens in plaats van mannen en vrouwen uit één stuk’. p. 276
In zijn idee overschat de moderne mens zichzelf, is geweld en discriminatie onuitroeibaar en dreigt de westerse beschaving aan haar eigen succes te gronde te gaan. Want de achilleshiel van de moderne beschaving is haar universele humanisme: niemand buitensluiten, technische vooruitgang en het progressieve streven zoveel mogelijk een gezond en comfortabel leven te bezorgen. Maar deze moderne grondhouding loopt tegen de grens van de ecologische ruimte van de planeet op (en vergroot de wereldwijde inkomensongelijkheid jvd). Als antwoord op al deze vraagstukken probeert hij tot een levensvisie te komen die past bij die ‘innerlijke verdeeldheid’ van onze samenleving. Hij noemt dit methodisch pessimisme. Het is een manier van denken die ontwikkelingen in de wereld met een fundamenteel wantrouwen en kritische blik benadert. Het gaat daarbij niet om een emotioneel pessimisme, waarbij men de hoop verliest, maar om een rationele methode die uitgaat van de imperfectie en onvolmaaktheid van de werkelijkheid. In deze benadering onderzoekt men situaties, ideeën of structuren met de aanname dat ze in wezen problematisch of onvolmaakt zijn. Dit pessimisme is een manier om niet meteen uit te gaan van de best mogelijke uitkomst, maar om juist kritisch te blijven en steeds te zoeken naar wat er fout kan gaan of waar valkuilen zitten. Het methodisch pessimisme dwingt tot een constante alertheid en tot het doorgronden van de onderliggende zwakheden in systemen, of het nu gaat om politieke, economische of culturele structuren. Voor Heumakers kan dit een nuttige houding zijn om naïef optimisme of zelfgenoegzaamheid tegen te gaan en dieper inzicht te krijgen in de vaak complexe en gebrekkige realiteit. De methodisch pessimist vervolgt zijn gang langs de afgrond met een hoofd gevuld met complicaties, tegenstrijdigheden, paradoxen, maar met minder illusies.
Als het gaat om een meer praktische houding ook in onze tijd van opkomende polarisatie, is het leren omgaan met je eigen dode hoek van denken (of je irritatie bij foute/anders denkers). Hij waarschuwt steeds voor versimpeling en het denken in wij-zij, beter-minder, vroeger-nu, modern-ouderwets, progressief-conservatief enz. Daar is, naast niet zwart-wit denken, ook ontnuchtering nodig. Dat wil zeggen niet al te snel oordelen over de ideologische tegenstander die misschien niet in elk opzicht fout zit. Maar de ontnuchtering kan pas werken als we onze eigen ideologische overtuigingen met iets meer afstandelijkheid en reserve kunnen bekijken. Kortom het bestuderen van foute denkers is volgens Heumakers goed voor enige zelfrelativering en maakt het debat inhoudelijk dieper. En dit alles niet om antisemitisme, fascisme of nationaalsocialisme te rehabiliteren.
II Recensies en verwerking
1. Recensie
Om een beter beeld van het boek te krijgen is het zinvol om meerdere recensies over het boek te lezen. Dan ontdek je ook het brede kader van thema’s die het boek oproept. Hierbij wat punten uit de bespreking van Sander Oosterom in De reactor
Oosterom benoemt dat Heumakers vanuit een hermeneutische inzicht vertrekt nl. dat historische gebeurtenissen op zichzelf betekenisloos zijn en dat geschiedenis pas zin en betekenis krijgt in de interpretatie, waarbij gebeurtenissen binnen een breder referentiekader worden geplaatst. Hij ziet als kwaliteit van het boek van Heumakers dat door de foute denkers in het voetlicht te zetten de schrijver ingaat op een aantal hedendaagse tendensen. De ene is dat in onze tijd twee tegenstrijdige ontwikkelingen om voorrang strijden: Enerzijds is er de alsmaar groeiende maatschappelijke behoefte om de traditie en de geschiedenis tot een ideologisch slagveld te maken; anderzijds de achteruitgang in het historisch besef, laat staan historische kennis. De tweede trend is de nog steeds voortdurende zoektocht naar maatschappelijke verbetering en vernieuwing (verlichtingsdenken) die Heumakers als restant van een utopisch vooruitgangsideaal ziet. Maar dit is volgens hem het grootste obstakel voor een serieuze confrontatie met de huidige sociale, demografische en ecologische problemen van onze tijd. Als voorbeeld kiest Oosterom eveneens de geschriften van Jünger. Door het verlies van de eerste wereldoorlog ontstaat er bij Jünger een hernieuwd realisme dat zich distantieert van het utopische vooruitgangsideaal van de verlichting. Dit leidt in zijn schrijven uiteindelijk tot een nationalisme dat niet zozeer geworteld is in vooruitgang, maar eerder in de eigen Duitse traditie en gemeenschapszin. Ook wijst Oosterom op de kracht van literatuur en kunst, zoals hij dit ziet in de bespreking van Heumakers van het boek van Jonathan Littells De Welwillenden. Hoewel Littell zelf van Joodse afkomst is, is het boek een verwoording van de positie van de verliezer en niet dat van de triomfantelijke winnaar. Volgens Oosterom helpt ‘Langs de afgrond’ met de achtergrond van een alsmaar verdere politieke en maatschappelijke polarisatie dat zwart-wit denken voorkomen moet en kan worden. Het kwaad schuilt niet zozeer in de ander , maar juist in het morele denken dat de wereld categorisch onderverdeelt kan worden in goed en kwaad. Door anderen te demoniseren en de vraag van goed en kwaad buiten onszelf te plaatsen, wordt het goede gesprek gestopt en de verdere escalatie in de hand gewerkt. Door beter met de geschiedenis om te gaan kunnen we beter de zwarte vlekken in de eigen ideologie herkennen.
2. Bespreking in de leesgroep
We hebben het boek in twee bijeenkomsten besproken. De belangrijkste thema’s in het gesprek waren:
- Allereerst de titel van het boek. ‘Foute denkers’ irriteert enigszins. Alsof er een vaststaande maat is waar bepaalde mensen niet bij horen en daarom ‘fout’ zijn. Het zou beter zijn in de titel het, ook door Heumakers gebruikte beeld, van de ‘dode hoek’ in je eigen denken te gebruiken. Dat is minder normatief en bescheiden. De subtitel ”langs de afgrond’ is wel goed gekozen. Het weerspiegelt goed het wankele evenwicht dat op dit moment in de geschiedenis zichtbaar is als je kijkt naar verkiezingen in Nederland en de V.S. en de verschillende oorlogen die op dit moment plaats vinden.
- De schrijver wil graag de denkbeelden van de behandelde schrijvers voor het voetlicht brengen, maar veronderstelt veel kennis bij de lezer. Dat geldt ook voor begrippen als modernisme, syndicalisme en decadentie die erg breed en veelomvattend zijn. De lezer wordt uitgedaagd om zelf op zoek naar die achterliggende informatie.
- Enkele andere thema’s uit ons gesprek :
- De filosofische ideeën gebaseerd op Verlichting en Romantiek zijn nog steeds dominant in onze denkwereld/ het kunnen begrijpen van ons leven. Het onthecht, efficiënt economisch maakbaarheidsdenken en daartegenover het romantisch gevoelsmatig duiden, komen beide voor in de maatschappij, maar zorgen ook verdeeldheid in onszelf. In de economie en politiek worden deze beide elementen en op een slimme hybride manier gecombineerd om mensen te framen. Zoals het nazisme dit praktiseerde, maar ook recent bijvoorbeeld door de partij BBB die het beeld promoot van de gewone hardwerkende boer die in samenwerking met de natuur het voedsel voor het Nederlanders volk verbouwd, maar tegelijkertijd wordt verhuld wat het uiteindelijk economisch belang is van de hele agro-industrie en dat een groot deel van de productie wordt geëxporteerd naar het buitenland .
- Thema’s die in de 19e en 20e eeuw speelden: nationalisme, patriottisme, identiteit, antisemitisme/uitsluiting, verlangen naar gemeenschap en verlies van deugden komen ook in onze tijd terug, al is het soms in een ander jasje en in verschillende combinaties. Het is zichtbaar in het frame dat Nederland overspoeld wordt door (moslim) vluchtelingen die de Nederlandse cultuur bedreigen en huizen inpikken, terwijl daarmee verhuld wordt dat de grootste groep migranten arbeidsmigranten zijn waar de Nederlandse tuinders, slachthuizen en distributiecentra grote behoefte aan hebben om hun verdienmodel in stand te houden. Je kunt ook denken aan de vermeende tegenstelling tussen stad en platteland of het verlies aan identiteit door de samenwerking in Europa en globalisering.
- Het is begrijpelijk dat de historicus Heumakers na het studeren op zoveel fel fout politiek ideologisch denken zelf wat voorzichtig is met al te idealistische denkbeelden. Hij doet dit bijvoorbeeld in de paragraaf ‘Een ongehoord experiment’. (p. 254) die we met de groep bespraken. Bijvoorbeeld de vraag hoe ver je bekommernis moet hebben ten aanzien van mensen in deze wereld. Hijzelf citeert Enzensberger: ‘Heimelijk weet iedereen dat hij zich in de eerste plaats moet bekommeren om zijn kinderen, zijn buren, zijn directe omgeving. Zelfs het christendom heeft altijd van de naaste gesproken en niet van de verste’. Of de vraag of en hoe we moeten omgaan met de komst van vele migranten en de rol van de Islam in onze samenleving. Kiezen voor zelfcensuur en accepteren dat onze cultuur zal veranderen? We kwamen er niet uit. Maar zijn pleidooi om niet naïef uit te gaan van het universeel humanisme vond instemming.
3. Eigen verwerking.
Heumakers is jarenlang met dit boek bezig geweest zoals je kan lezen in zijn verantwoording. Het typeren en beschrijven van het gedachtegoed van zoveel schrijvers is een grote klus. Door deze teksten krijg je als lezer een goed beeld van de chaos van die tijd en hoe mensen een uitweg zochten en welke thema’s en paradigma’s ze belangrijk vonden. Maar meerdere keren dacht ik bij het lezen ‘waar wil deze persoon naar toe’? Maar dat kan ook liggen aan mijn gebrek aan kennis. Het meest heb ik zelf gehad aan de in- en uitleiding en ben ik verder gaan zoeken naar achtergronden. Zowel historisch als filosofisch. Door het bekijken van de video van het gesprek met Ad Verbrugge in de serie Nieuwe Wereld (zie hieronder) blijkt dat er in de wereld van professionele filosofen verder doorgedacht is over het boek. Ook in het licht van ontwikkelingen rondom Corona, de rol van de staat en de toekomst van de liberale democratie in het licht van de opkomst van populistische partijen als PVV en BBB.
Het belangrijkste van wat Heumakers mee wil geven en wat je kan leren van foute denkers is, en dat zegt hij ook in het gesprek met Ad Verbrugge, is a. Er zal in het leven altijd een strijd zijn tussen mensen, groepen en landen. Dat hoort bij mensen. 2. Mensen kiezen niet alleen voor een burgerlijk leven met veiligheid, maar zoeken ook ‘levenintensiteit’, de spanning, ze willen grenzen opzoeken. 3. Als je dit beseft dan kan een houding/ filosofie van methodisch realisme je scherp houden op ontwikkelingen in de geschiedenis.
Het denkframe van de spanning tussen de ideeën van de Verlichting en Romantiek en de hybride vormen zijn volgens mij een hulpmiddel om de ontwikkelingen in onze tijd kritisch te volgen. Daar moet aan toegevoegd worden het gevaar van het destructieve/creatieve dat vaak wordt omschreven met het dionysische: de lust, de drift, de extase, het erotische en de verdoving. En daartegenover het apollinische: het redelijke en ordenende. In bepaalde met name chaotische en onzekere tijden willen mensen de grenzen van het leven opzoeken. Dit sluit aan bij het begrippen Strijd en Levensintensiteit van Heumakers. Kortom een waardevol actueel boek dat uitnodigt tot verder lezen.
4. Verder lezen en kijken
1. Interview Arnold Heumakers door Ad Verbrugge. #539: Over het nut van foute denkers. Een gesprek met Arnold Heumakers; en kijk verder bij: https://www.youtube.com/@DeNieuweWereldTV
2. Recensie Sander Oosterom. https://www.dereactor.org/teksten/langs-de-afgrond-het-nut-van-foute-denkers-arnold-heumakers-recensie
3. Arnon Grunberg: NRC Handelsblad, 3 december 2020. https://www.nrc.nl/nieuws/2020/12/03/de-mens-is-minder-overzichtelijk-dan-de-moraal-a4022473
4. Bas Mesters Beste vriend, ik zal niet doden. 100 jaar ‘De toverberg van Thomas Mann. In: Groene Amsterdammer 28-11-2024. https://www.groene.nl/artikel/100-jaar-de-toverberg-van-thomas-mann
Ontdek meer van Filosofie lezen
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.










