Martha Claeys. Trots, De filosofie van een emotie.

We lazen en bespraken in de zomer van ’24 het boekje Trots. De filosofie van een emotie van de jonge Belgische filosoof Martha Claeys. Dit boek is een bewerking van haar promotie onderzoek. Voor het boek kreeg ze de Socratesbeker 2024. Deze Socratesbeker wordt jaarlijks uitgereikt aan het  meest urgente, oorspronkelijke en prikkelende Nederlandstalige filosofieboek dat in het voorgaande jaar is verschenen. Ze begint het boek met een eerste verkenning van welke associaties ze zelf heeft. Trots is eerder iets negatief. Het gaat er om dat je je bescheiden opstelt en niet van trots naast je schoenen gaat lopen. Trots lijkt iets voor mensen met grote ego’s, voor personen die snel gekrenkt zijn en voor opscheppers die op sociale media geen maat kennen. Wie trots is, plaatst zichzelf te veel in de kijker. Maar gaandeweg maakt ze duidelijk dat trots ook ten grondslag ligt aan emancipatie, en kan een krachtig wapen kan zijn bij protest. Met trots kun je jezelf beter op waarde schatten. Meer ruimte voor sommige vormen van trots kan de sleutel zijn tot sociale rechtvaardigheid. In deze tekst de belangrijkste ideeën uit het boek en onze verwerking. 

Martha Claeys

1. Vraagstelling. Wat wil Claeys onderzoeken? In het voorwoord vraagt de schrijfster zich af of ze ooit echt trots is geweest. Terugkijkend op haar leven ziet ze vooral een schaduw, een idee dat het allemaal niet veel voorstelt wie ze is geweest en wat ze heeft gedaan. Kortom veel relativering. Verder kijkend komt ze tot het idee dat trots vaak of misschien wel altijd irrationeel en gevaarlijk is. Werkend aan haar proefschrift was er tegelijkertijd een stemmetje dat vroeg om waardering, moeite om om te gaan met kritiek, ze vond dat bescheidenheid haar sierde en tegelijkertijd wilde ze zich groot maken en plek opeisen. Tegelijkertijd zag ze kleine mannen grote oorlogen beginnen en hoe eigen belang en prestige altijd weer belangrijker zijn dan rechten van de mens en natuur. In onze maatschappij wordt de emotie trots ingezet om mensen samen te brengen zoals in de homobeweging en de visie achter black lives matter. Maar ook rechtse nationalisten als Anders Breivik beroepen zich op trots met het motto: pijn is tijdelijk, trots is eeuwig. En zo werkt trots polarisatie in de hand. Kortom een veelheid aan gedachten en denkbeelden die vragen om ordening en raken aan goed mens zijn, prestatie en waardering, identiteit en identiteitspolitiek, je eigen ruimte innemen, Dikke ego’s en tirannie van verdienste. Wanneer is sprake van terechte en minder gepaste trots?

2.   Een redelijk instrumentarium. Claeys geeft op pagina 22 een verantwoording van haar vooronderstelling achter de titel Trots, filosofie van een emotie. Ze schrijft ‘Emoties zijn een deel van ons redelijk instrumentarium in plaats van een vijand van de rede. Volgens zo’n opvatting over emoties die ik ook zelf aanhang, kun je noodzakelijke criteria voor of eigenschappen van een emotie definiëren. Zo zou je ken zeggen: voor angst is nodig dat je iets inschat als een bedreiging. Voor woede moet je er van overtuigd zijn dat je onrechtmatig schade is berokkend, en zo verder. Maar het feit dat je angst of woede ervaart en dus aan de criteria voor de emotie voldoet wil nog niet zeggen dat de emotie ‘gepast’ is om die emotie te voelen’. Kortom emoties zijn mentale toestanden waarmee we de gebeurtenissen in ons leven verwerken en de oordelen over de wereld uiten’. Ze ontwikkelt een paar kenmerken en regels:

  • Er moet voor trots een oprechte bron zijn om trots over te zijn. Het is onrecht als je iets wordt aangedaan wat niet overeenkomt met hoe je vindt dat ieder mens behandeld moet worden.
  • Jezelf kunnen definiëren is deel van je bevrijding (komen tot zelfwaardering en zelfrespect) Als dit afwezig is (concepten, voorbeelden, modellen van handelen) dan is het veel moeilijker om jezelf te definiëren. Dit wordt door Claeys een hermeneutisch onrecht genoemd. Er is hier sprake van als je geen middelen hebt om je ervaringen te begrijpen, je leven te interpreteren. Dit is een vorm van uitsluiting. Denk aan het discours over toestemming en verkrachting. De ervaring om grensoverschrijdend gedrag te kunnen uitdrukken is belangrijk voor de emancipatie van vrouwen.
  • We vinden trots gepast als we een betekenisvol verband zien tussen het onderwerp van trots  en de persoon die trots is en wanneer dat onderwerp ook als iets waardevols gezien wordt.
  • We vinden trots gepast als we ook verantwoordelijk zijn voor datgene waar we trots op zijn. Denk aan talent, tijd of inzet. Maar trots zijn op de prestatie kan verhullen dat er op achtergrond factoren meespelen die maken dat iemand tot die prestatie komt. Denk aan genen, milieu, en opleiding.
  • Trots is gekoppeld aan het verhaal dat iemand over zichzelf verteld, zijn of haar identiteit. Denk aan waarden, eigenschappen, idealen. Dit is een narratieve vorm van trots.
  • Mensen verschillen in de mate waarin ze gevoelig zijn voor trots. De emotie is dan eerder een karaktertrek dan een voorbijgaand gevoel. 

3. Kernbegrippen: Zelfwaardering en zelfrespect. Zelfwaardering gaat over eigenschappen of verdiensten die we aan onszelf geven of van andere krijgen. Zelfrespect gaat over de basiserkenning van menselijkheid. We zijn mensen (en dieren, de natuur in het algemeen) een bepaalde handeling verschuldigd ongeacht hoe bewonderingswaardig iemand is. Iedereen heeft recht op vrijheden, privacy, integriteit of bescherming tegen vernedering. Kortom basisrechten die we erkennen en respecteren. Je hoeft iemand niet toe te juichen, maar je wilt iemand niet in de weg staan, schaden of vernederen.  Waardering en respect kun je ook  naar jezelf hebben. Je verdient net zo veel respect als een ander en daarom is zelfrespect belangrijk in de situatie van empowerment en protest, want het gaat uit van het idee dat je in opstand mag komen als je dit respect niet krijgt. Sterk van het boek is dat Claeys steeds terug gaat naar structurele maatschappelijke factoren waardoor mensen het wel of niet tot wasdom kunnen komen. Ze beschrijft dat door het meritocratisch denken in onze maatschappij. (Zie bijvoorbeeld Tirannie van verdienste van Michael J. Sandel) de zelfwaardering en het zelfrespect van mensen wordt ondermijnd. Dit gebeurt door structureel seksisme, racisme en andere vormen van uitsluiting. Ze stelt de vraag: Hoe hou je zelfrespect overeind als je steeds de boodschap krijgt dat je er minder toe doet?

4.  Zelfliefde. Een groot deel van het boek gaat over het derde kernbegrip zelfliefde als aanvulling op de begrippen zelfwaardering en zelfrespect. Anders gezegd: je kunt komen tot zelfwaardering en zelfrespect als je tegelijkertijd zelfliefde kunt voelen, in de praktijk kunt brengen. Zelfliefde vult zelfrespect aan. Met zelfrespect claim je de ruimte ongeacht wie je bent, met zelfliefde vul je die ruimte met wie je bent. Maar hoe gaat dit in z’n werk. Claeys onderzoekt het begrip zelfliefde op verschillende manieren.

a.  Zelfliefde onderzoeken. Allereerst is het belangrijk te beseffen dat je niet precies kunt weten wie je zelf bent. Wie je in essentie bent. We lazen dit bij Jan Keij in zijn boek over Levinas onder de titel Tijd als kwetsbaarheid. (zie). Maar vooraf en achteraf kunnen we onze ervaringen wel onderzoeken in relatie tot wat anderen ons teruggeven. Wat zijn onze positieve en mindere kanten en wat zijn onze ego-dikke kanten. (Zie 4c ) Wat is het verhaal dat we over onszelf vertellen aan anderen. In de beschrijving van Claeys is zelfliefde de interesse om rustig te kijken en te onderzoeken wie je bent en welke motivaties er spelen. Het zelf waar we naar kijken is alles wat we aantreffen. Alle elementen van het goede, maar ook het slechte en lelijke. Liefde voor onszelf  is je ontvankelijk opstellen voor eender wat je aantreft. Welk verhaal vertellen we normaal aan anderen, maar ook onze leugens, onze werkelijke zorg voor anderen en of egoïstische verlangens. Ze spreekt over de standaard van moraliteit. Ze bedoelt daarmee het aanvaarden wat we aantreffen als we eerlijk en liefdevol naar onszelf kijken en de wil om te cultiveren en te verbeteren wat anders en beter kan aan onszelf. De standaard van deze zelfliefde kan vervolgens aangevuld worden met ideeën en principes.

b. Het denken van Iris Murdoch over liefdevol kijken. We lazen met elkaar het boekje van Katrien Schaubroeck Iris Murdoch, een filosofie van liefde. (zie) waarin de kenmerken van dit liefdevol kijken wordt uitgelegd. Basis is een klein verhaaltje over een moeder die moeite heeft met haar schoondochter. Ze vindt de keuze van haar zoon voor deze vrouw onbegrijpelijk. Deze schoondochter is naar haar idee impulsief, platvloers, kinderachtig en een tikje ordinair. Toch spreekt ze zich niet uit en besluit opnieuw naar deze vrouw te kijken. Misschien is ze te snel in haar oordeel, is ze vooringenomen of conservatief. Door opnieuw, met een liefdevolle blik te kijken ontdekt ze ook andere kanten van deze vrouw: ze is ook een frisse wind, jong, energiek, spontaan en down to earth. Dit op een andere manier van ‘liefdevol kijken’ maakt volgens Murdoch dat je niet alleen anders gaat kijken, maar ook beter en echter. Deze manier van kijken vereist een kritische openheid van de kant van de liefhebber voor de realiteit van de ander, zonder allerlei vooronderstellingen op die ander te projecten. Het is een actieve houding, het vraagt om inspanning om werkelijk aandacht te geven, de gedeelde menselijkheid te zoeken. Deze grondhouding kun je ook op je zelf toepassen: zelfliefde. Het gaat er niet om een som van plussen en minnen van jezelf op te stellen, maar jezelf kennen in de vorm van weten wat jou tot jezelf maakt. Dat je aandacht hebt voor je zelf in de volheid van jouw specifieke details. Het is kracht putten uit het compromisloze eigene als je volhoudt wanneer je afwijkt van de norm. Zelfliefde/trots is eigenaarschap accepteren van je kwaliteiten en besef dat je zelf het narratief bepaalt. De ‘schaamte’ (norm van de ander) in het gezicht kijken en afwijzen. Jezelf zijn is niet een rol spelen of antwoorden op verwachtingen, maar zelfliefde houdt in dat je met mildheid jezelf laat verassen, dat je het zelf ‘laat komen zoals het is’ om ‘openlijk te zijn wie je bent’. Dus de weigering om je te verontschuldigen, jezelf klein te maken of tussen haakjes te zetten.

c. Dikke ik. Claeys gaat dieper in op het mechanisme van een te groot zelf ofwel het dikke ego. p.154-155. Vaak zit niet ons ‘zelf’ in de weg maar de grote fantasieën, het megalomane en de gemakzucht van het zelf, de gerieflijke zelfgenoegzaamheid van mensen. Echte zelfliefde is niet jezelf wegcijferen, maar vraagt ook om een bepaalde mate van ontzelven, een bewuste zuivering van het zelf om zo beter te kunnen zien. Deze vorm van zelfliefde kan het dikke ego doorprikken. Dat is een volwassen blik op het zelf. Jezelf onderzoeken vanuit een rechtvaardig en liefdevol kijken. Murdoch richt haar pijlen niet zo zeer op het zelf als wel op het ego, een zelf dat te groot wordt en te veel ruimte in neemt. In haar beleving is het dikke onverbiddelijke ego de vijand van moreel leven. Dit nieuwe morele leven wordt beschreven door Jan Bransen die stelt dat onzelfzuchtige zelfliefde een vorm van ‘menszijn is’ waarbij we dat wat buiten ons is kunnen verbinden met wie we zelf zijn. Anders gezegd: zelfliefde is constant toetsen van het zelf aan de wereld. Hulpvragen: Gedraag ik  me als een goed mens? Komt wie ik ben overeen met hoe ik hoop in de wereld te staan? Kwets ik anderen? Hoe reageren anderen op mijn gedrag? Besef ik dat ik dingen fout kan hebben? Zelfliefde is geen zelfingenomenheid. Het is juist een brug tussen wie je bent en wie je wilt zijn. Beseffen dat je niet ‘af’ bent en er ruimte is om aan jezelf te werken. Deze vorm van zelfliefde is de voorwaarde om van anderen te kunnen houden (mededogen en medemenselijkheid) 

d. Verantwoordelijkheid nemen voor jezelf. Het idee van zelfliefde is niet onproblematisch en lost dingen niet zomaar op. Door zelfliefde krijgt je als vluchteling niet sneller een woning of worden relatieproblemen makkelijker. Dan wordt het begrip te psychologiserend ingezet. Kunnen zijn wie je bent wil zeggen dat je verantwoordelijkheid neemt voor je zelf en voor anderen, anderen de ruimte geven. Kunnen zijn wie je bent is zinnig voor kwetsbare groepen mensen die zich willen emanciperen, maar volgens Claeys ook om mensen die niet tot een minderheid horen en die volgens haar meer van zichzelf moeten gaan houden. Van jezelf houden is voor die bevoorrechte groep met privileges, blinde vlekken en dikke ego’s een moeilijk onderzoek; zelfliefde is dan oncomfortabel en pijnlijk; fantasieën van verdienste loslaten; mensen vrij maken en los komen van ‘dikke ik’ denken en nieuw kijken naar het zelf en de ‘gebruikte ruimte’ die wordt ingenomen is lastig. Zo bekeken is zelfliefde een moreel politiek instrument.

e. Gerichtheid op jezelf is een valkuil. Claeys onderzoekt aan de hand van teksten van James Baldwin de blik van haat die zwarte mensen treft vanuit witte dominantie. Door te weinig gekregen liefde en het gebrek aan interne dialoog wordt de ander slachtoffer van haat en walging gemaakt. Het klassieke met name mannelijke script is een fantasiebeeld, een houvast, waar geen ruimte is voor kwetsbaarheid, afhankelijkheid, lichamelijkheid en emotionaliteit. Volgens Martha Nussbaum kanaliseren mensen zo het ongenoegen met de eigen kwetsbaarheid in de creatie en belastering van zondebokken en outgroups. Het is geprojecteerde walging. Juist de liefde voor anderen is het medicijn om dit te voorkomen. Juist de aandacht voor anderen maakt je bewuster van de complexiteit, het perspectief en de strijd van mensen. En juist de gerichtheid op onszelf maakt ons blind voor de noden van anderen. Dit vraagt om een dubbele taak: oog voor de ander/oog voor het zelf. 

5. Balans opmaken. In een slothoofdstuk probeert Claeys de balans op te maken van wat ze heeft ontdekt. Trots heeft twee kanten. Persoonlijk en maatschappelijk kan trots zorgen dat mensen te veel ruimte in nemen, het werkt narcisme in de hand, maar ook dat populistische partijen en demagogische groepen de emotie trots oproepen om tegelijkertijd andere groepen uit te sluiten. Toch wil ze de emotie trots niet afschrijven en juist verwelkomen en wel vanwege haar psychologische, morele en politieke waarde. Allereerst omdat trots ons herinnert aan onze waarde en bestaansrecht. Ze kan de beloning zijn voor hard werk en inspanning. Ten tweede heeft trots een morele waarde omdat het verbonden is met de vraag naar wat we waarderen? De emotie dwingt ons onze morele denkkaders te onderzoeken en kan ons aansporen ons leven zo in te richten als we bedenken wat goed is. En tenslotte heeft trots een politieke waarde. Wie heeft er recht op om trots te zijn en wie niet.

Een van de associaties die ik zelf bij het boek had was die van een moderne actuele ‘catechismus’ met morele regels. Filosofie op zoek naar moraal, waarheid in de zin van zoeken van wat goed leven is. Dit heeft raakvlakken met spiritualiteit en de grondhouding in je leven. Die houding van spiritualiteit zit in het liefdevol en verbindend kijken naar de naaste, dieren en planten, de wereld als geheel. In navolging van Jan Bransen die stelt dat onzelfzuchtige zelfliefde een vorm van ‘menszijn is’ waarbij we dat wat buiten ons is kunnen verbinden met wie we zelf zijn. Het sleutelwoord is hier verbinding. Anders gezegd: zelfliefde is constant toetsen van het zelf aan de wereld.  In hoe ze het boek schrijft, de thema’s die ze uit werkt zoekt ze daarbij steeds het midden. Zo benoemt ze a. wanneer iets gepaste of ongepaste trots is, b. een te veel of te weinig ruimte nemen, c. om  contextueel te kijken, d. thema’s in de loop van de tijd te plaatsen. e. bewust ethisch te handelen.

Je kan jezelf op drie manieren op waarde schatten. Zelfwaardering is de basis voor trots als je een prestatie of inspanning hebt verricht. Zelfrespect zegt iets over je situatie als mens als mens. En tenslotte is er zelfliefde, de aandacht voor het eigen bestaan, voorkeuren en verlangens, en de relatie met de mensen om je heen. Op al de drie gebieden kun je uit de bocht vliegen en is er sprake van verkeerde of overmatige trots. Claeys komt daarom op basis van haar onderzoek met twee vuistregels. 1. Trots zoekt er naar om zichzelf overbodig te maken. Het is goed om in situaties van tegenspoed trots te zijn of om terug te vechten als trots ten onrechte is ontzegd. Maar als er gelijkheid is bereikt is, raakt trots overbodig. 2. Trots is politiek waardevol als ze bijdraagt aan meer gelijkheid in politieke zin. Als trots bijdraagt aan systematische verdrukking van anderen in de vorm van superioriteitsgevoelens dan is trots niet op zijn plaats. Ook is trots context of situatiegebonden. Het gaat om de plaats van de emotie trots in het geheel. Soms is trots gepast en soms werkt het onderdrukkend. Een voorbeeld is het dragen van een hoofddoek. In de context van Iran is de hoofddoek een middel om vrouwen te disciplineren. In Nederland kan het een teken van identiteit en emancipatie zijn. Trots gaat om de verdeling van beschikbare ruimte. Dat wil zeggen trots ontmoedigen als iemand of een groep te veel ruimte in neemt en trots verwelkomen als iemand of een groep de plaats opeist waar ze recht op hebben of heeft. Daarmee is trots politiek. Ze sluit het boek af met de volgende tekst: ‘Mensen die zich altijd klein moeten maken, hebben er baat bij zichzelf wat groter te voelen. En mensen die zich nooit klein moeten maken hebben wellicht niet nog een dosis trots nodig’. p. 187

Ze eindigt het boek met de tegenstelling van mensen die (te) veel of juist te weinig ruimte in nemen. Zo vertaalt ze trots naar terecht ruimte claimen en bewust een stukje voorrecht of ruimte loslaten. Dit is ook toe te passen op de huidige klimaatdiscussie. De spanning tussen ons als westerse mensen met een grote klimaatvoetafdruk tegenover mensen die slachtoffer zijn van onze ‘westerse leefstijl’. Om een cijfer te noemen. 89% van de wereldbewoners heeft nog nooit in een vliegtuig gezeten. Ik, wij horen bij de 11% die dit wel hebben gedaan, met de gevolgen die dit heeft.

Reacties in de groep:

  • We hebben allemaal wel een beeld van het begrip trots, maar Claeys geeft als jonge wetenschapster met haar boek veel meer dimensies en perspectieven aan het begrip.
  • De verhouding tussen zelfwaardering, zelfrespect en zelfliefde is een goed instrument om over deze thema’s te spreken.
  • We zagen veel raakvlakken met de boeken die we de laatste tijd lazen: identiteit, identiteitspolitiek, het beeld van de vrouw en op komst van andere groepen zoals black lives matter en mee-too. Door de insteek m.b.v. het begrip trots zoekt ze steeds naar een goede middenweg tussen posities. Wanneer is het gepast dat mensen opkomen voor hun positie en rechten en wanneer is de positie bereikt en is overmatige identiteit (Dikke ik) niet gepast.
  • We waren te spreken over de praktische hulpregels die helpen bij gesprek hierover. Trots en identiteit moet je altijd zien in de context waar het speelt. Denk aan de vrouwen hoofddoek en de moslimidentiteit. Je moet altijd naar de hele mens kijken in de maatschappelijke context wil je iets over gepaste trots (strijd en identiteit) zeggen.
  • Het idee van zelfliefde als aanvulling op zelfwaardering en zelfrespect krijgt veel aandacht in het boek en wordt diepgaand uitgewerkt. Het is een waardevol en rijk idee. Ze zoekt naar een praktische ethiek met diepe filosofische morele wortels. De ethiek van liefdevol kijken is werken aan een morele grondhouding. Het vereist van ons mensen veel reflectievermogen en oefening. Je kunt je de vraag stellen of ze niet naïef of te hoopvol is als het gaat om emancipatie van groepen of voorkomen van conflicten. Liefdevol kijken en oefenen van verbindende communicatie vraagt tegelijkertijd om ontmoetingsplekken en groepen waar mensen elkaars ideeën en praktijken kunnen toetsen. Dit naast duidelijke wetgeving en veilig stellen van democratische processen.
  • Kortom we vonden het een rijk en inspirerend filosofieboek van iemand van een jongere generatie maar daarom niet minder belangrijk.

Eigen verwerking:

In een goede recensie van het boek in de Groene Amsterdammer: https://www.groene.nl/artikel/loop-rechtop-naakte-molrat van Joost de Vries benoemt deze de relatie tussen zelfrespect en verantwoordelijkheid nemen. Hij schrijft: ‘Een gezonde geest is kritisch op zichzelf, maar vergeeft zichzelf zijn falen. Kortom, zelfrespect gaat niet om hoe je reageert als jou iets overkomt, maar als jij hetgene bent wat je overkomt, als jij tekortschiet. In haar essay erover schrijft Joan Didion dat mensen met zelfrespect de consequenties van hun acties kennen: ‘Plegen ze overspel, dan komen ze niet met hangende pootjes en een slecht geweten bij de benadeelde partijen om vergeving vragen.’ Bereid zijn verantwoordelijkheid te nemen voor het eigen leven, zegt Didion, is de bron waaruit zelfrespect ontspringt’. In de lijn van de vraag naar spiritualiteit en liefdevol kijken is naar mijn idee het begrip verantwoordelijkheid een sleutelwoord. Het verwijst naar het besef dat goed leven niet alleen een kwestie van kijken, spiritualiteit is, maar ook van handelen.


Ontdek meer van Filosofie lezen

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Plaats een reactie