Het is waardevol dat een mannelijke Nederlandse filosoof zich bezig houdt met het denken van de Franse existentialistische filosofe Simone de Beauvoir. Meer specifiek gaat het om de uitgave in 1947 van ‘De tweede sekse’ en voor vele vrouwen een feministische mijlpaal. Ruud Welten is o.a. hoogleraar filosofie aan de Erasmus School of Philosophy en gespecialiseerd in moderne Franse filosofie. In dit boek geeft hij geen simpele samenvatting van haar hoofdwerk, maar plaatst hij het boek in de bredere stroming van existentialisme, het debat over feminisme en gaat hij dieper in op onderbelichte thema’s zoals de beleving van mystiek en liefde in de teksten van De Beauvoir en de rol van psychoanalyse in haar opvattingen. ‘Wie is er bang voor Simone de Beauvoir’ Over feminisme, existentialisme, God, liefde en seks’ is zeker niet het definitieve boek over de feministische positie van De Beauvoir, maar geeft wel een eigen blik op haar zoeken en de existentialistische elementen in haar denken. Bovendien probeert Welten als man haar denken te actualiseren en in deze tijd van neo-liberalisme en de grote nadruk op identiteit en authenticiteit te plaatsen. Het gaat De Beauvoir vooral om grip te krijgen op de werking van mythes over mannen en vrouwen en op te komen voor vrijheid en zelfbepaling. Vanuit dat uitgangspunt mogen mannen en vrouwen van elkaar verschillen in eigenheid, in elkaar opgaan in de liefde, waarbij er toch sprake is van gelijkwaardigheid.
Hieronder in een aantal paragrafen de belangrijkste thema’s uit het boek die ik wil vast houden. De hoofdstukken over de mystieke achtergronden van De Beauvoir en haar feitelijke liefdesleven bespreek ik niet.
1. De mythe van de vrouw is het probleem van de samenleving. Welten laat in het boek zien dat elke opmerking over het ‘probleem van de vrouw’, het verschil tussen mannen en vrouwen of het ‘natuurlijk’ anders zijn van vrouwen masculiene gedachten zijn. Het zijn vooronderstellingen die onderdeel zijn van de ‘mythe van de vrouw’. Dit frame van denken wordt ons aangeleerd via de taal en het hoort bij de ongeschreven overtuigingen van onze cultuur. Vrouwen zijn……. Mannen zijn……….. Dit frame knecht volgens De Beauvoir zowel vrouwen als mannen omdat ze niet de vrijheid hebben zelf hun leven in te richten en te bepalen. Vrijheid is mede door het existentialistische gedachtegoed het sleutelwoord voor haar denken.
2. Verzet tegen een neutraal (mannelijk) mensbeeld. Wat De Beauvoir volgens Welten in De Tweede sekse doet is erkennen dat vrouwelijkheid in de westerse samenleving een probleem is. Een probleem dat, gezien vanuit het mannelijk mensbeeld (mens=man) , secundair is (daarom de titel ‘tweede’ sekse) Het is een probleem waar mannen zich vanuit een dominante positie gedacht niet mee hoeven te bemoeien. Beauvoir wil deze vicieuze cirkel – de mythe van de vrouw – doorbreken. Ze laat zien dat er geen neutraal, seksloos standpunt bestaat, waar vanuit beschreven kan worden dat vrouwen een tweede sekse zijn. Het zogenaamde neutrale objectieve standpunt blijkt dominant mannelijk te zijn. Mannen hebben de macht om het denkframe – datgene wat in de cultuur belangrijk is – te bepalen. Dit gebeurt door taal die mythes schept die als een netwerk over de geleefde werkelijkheid worden gegooid om aan te tonen wat ‘waar’ en ‘echt’ is. Er bestaat geen waarheid buiten de taal die haar verwoord. Een taal gebruiken betekent altijd dat er een waardesysteem wordt meegenomen. De vraag voor De Beauvoir is daarom of het mogelijk is een verschil tussen vrouw en man te erkennen zonder dat dit verschil een beschrijving is van een ongelijkheid die zo gelegitimeerd wordt? Het helpt niet om te zeggen dat vrouwen en mannen ‘gelijk’ zijn, want dat zijn ze niet. En ook de positie dat iedereen uniek is en niemand hetzelfde ontloopt ook de vraag van het verschil. In de Tweede sekse neemt De Beauvoir het niet op vóór de vrouw, maar tegen het vanzelfsprekende mannelijk karakter van het standpunt dat zichzelf neutraal acht. p. 28 Daarom moet de hele samenleving inclusief haar taal bevrijdt worden van algemene neutrale wetenschappelijke karakteriseringen over mannen en vrouwen. Er is geen buitenpositie van waaruit dit beschreven kan worden. Beide geslachten hebben hun eigen belangen en er is geen scheidsrechter.
3. De tragiek van het feminisme. Als vrouwen de eigenheid van vrouwen willen inbrengen en het verschil met mannen, wordt de bijzondere positie van de vrouw juist bevestigt met als gevolg daarmee de secundaire plek van vrouwen. Deze achterstand wordt dan ironisch genoeg tot een thema dat een eigen leven gaat leiden. Dan krijg je feminisme of genderstudies. De aandacht voor het probleem bevestigd het probleem en dan is de vicieuze cirkel weer rond. En dan komt de rol van mannen en de achterliggende maatschappelijke mechanismen weer in de schaduw te staan. Dit is een paradoxale situatie. Als vrouwen streven naar gelijkwaardigheid, moet de ongelijkwaardigheid eerst bevestigd worden. Daarom is De Beauvoir terughoudend wanneer feminisme een vrouwenzaak wordt. Als vrouwen congressen organiseren over vrouwelijke denkers en schrijvers is dat begrijpelijk, maar loop je de kans dat de systematische achterstelling van vrouwen, de dominante masculiene positie van mannen onbesproken blijft.
4. De Beauvoir en het existentialisme. ‘Op straat kom je alleen concrete mensen tegen, geen concepten’. P. 45 Het is informatief om te lezen hoe Welten de relatie legt tussen het denken van De Beauvoir en het existentialisme in de opvatting van Sartre. Welten vat hun visie samen op pagina 43: ‘Het existentialisme is dus niet zozeer een of andere leefstijl, een levensbeschouwing die de religie zou vervangen, maar een opdracht om de mens te begrijpen vanuit zijn dubbelzinnige geleefde werkelijkheid’. De Beauvoir, die zichzelf veel meer zag als schrijfster dan als filosoof, wil in haar denken vooral uitgaan van het ‘geleefde leven’, de concrete situatie van mensen. En ze verzet zich tegen de neiging van filosofen om algemene waarheden te ontwikkelen. Juist in de concrete situatie van het geleefde leven ondergaan mensen onophoudelijk de tragische dubbelzinnigheid van het leven. De filosofie en de religie hebben de neiging om mensen te overtuigen dat deze tegenstrijdigheden slechts schijn zijn, en dat er achter de dingen een waarheid of eenheid te vinden is. Zo staat de christelijke God als model voor deze eenheid. Het existentialisme gaat uit van het besef dat die eenheid er niet is en dat het menselijke bestaan zich kenmerkt door een onoplosbare ambiguïteit. Het existentialisme wil een analyse bieden die recht doet aan de mens in het bijzonder, in de concrete situatie en met de ambiguïteit die daar bij hoort. Maar, en dat beseft ze als ‘filosoof van de straat’, zal ze in haar schrijven over mensen in hun concrete situatie en dat is paradoxaal, meer algemene uitspraken doen zoals wat ze schrijft over de mythe van de vrouw.
5. De mens vanuit zijn/haar vrijheid begrijpen. Algemene wetenschappelijke modellen van oorzaak en gevolg zijn bedoeld om de situatie van mensen te verklaren. Het existentialisme van De Beauvoir is er op gericht deze verklaringsmodellen uit te schakelen. Natuurlijk zijn er wel oorzaken die een rol spelen in de situatie, maar dan is het toch nog ‘mijn situatie’. Dit mijn staat voor mijn situatie, hier, dit moment en wordt door niets bepaald. Dit is de essentie van de eigen vrijheid. Het existentialisme wil dat mensen zichzelf vanuit vrijheid begrijpen en daarmee vanuit de eigen verantwoordelijkheid. De wetenschap kan wel algemene geldige dingen zeggen, maar nooit iets over mij, nu, in deze situatie. De foute idee van gedetermineerde bepaaldheid betrekt ze ook op biologie, gedrag en macht van vrouwen en mannen. Niet de ziel van de mens is bepalend voor het man en vrouw zijn, maar de manier waarop menselijke verbanden en contacten in de samenleving vorm krijgen. Mensen hebben wel biologische kenmerken, bepalend voor hun geslacht, maar het gaat er om hoe deze ‘geframed’ worden in de maatschappij. Dat is een kwestie van psychologie en sociologie. Mensen zijn nooit dit of dat ‘van nature’. Het gaat er steeds om hoe we als mensen ons verhouden tot onze bepaaldheid als man en vrouw. Deze verhouding maakt dat we vrij zijn. Als in het blad Happinez hippe yup vrouwen aangemoedigd worden ‘lekker jezelf te zijn’, dan wordt hen een model voorgehouden hoe ze zichzelf kunnen zijn: mooi, slank, ervaringen opdoen op interessante plekken. De bijstandsvrouw die hetzelfde artikel leest wordt een beeld voorgehouden waar ze nooit aan kan voldoen, want ze moet zich verhouden tot haar concrete situatie. Hoewel ze misschien gedetermineerd is door haar situatie, is ze in principe zoals Sartre stelt ‘gedoemd om vrij te zijn’.
6. Mensvisie van het Existentialisme. In ‘Het zijn en het niet’ begrijpt Sartre de mens vanuit een gebrek aan zijn, de mens is niet wat hij is, maar schept zichzelf voortdurend. Dit door de verantwoordelijkheid voor elke keuze op zich te nemen. Dit geldt ook voor de bijstandsmoeder uit de vorige paragraaf. Door haar principiële vrijheid te erkennen is er verandering mogelijk. Veel mensen ontkennen echter deze vrijheid van keuze en zeggen: ik kan hier niets aan doen! Sartre en Beauvoir noemen dit ‘mauvaise foi’ ofwel ‘kwade trouw’. Bedoeld is dat mensen vrij zijn, maar doen alsof dit niet zo is. Het is makkelijker om onszelf als gedetermineerd te beschouwen. Welten schrijft: ‘We klampen ons vast aan vermeende identiteiten en willen graag als iemand worden gezien. Maar voor de existentialist zijn we niets – dat wil zeggen: we zijn vrij. P. 52. Het existentialisme gaat uit van het idee dat de mens is een ‘niet’ is, een vragend wezen die met zijn bewustzijn het leven onderzoekt en dat doen we een leven lang. We zijn geen steen die onveranderlijk is. Juist vanuit het ‘niet’ weten, het ‘bewust zijn’, beschouwen we onze omgeving en verschijnt de wereld. Sartre noemt dit aanschouwen, het bewust zijn van, het ’pour soi’ (voor zich). De wereld ’als iets’. Hiertegenover staat het ‘en soi’ (op zich). Welten legt dit zo uit: ‘In het grote weefsel van het zijn zit als het ware een gaatje dat zelf geen zijn is. Het is een gat, omdat het wordt omringd door zijn, maar zelf is het niets, zoals gaten in de kaas zelf niet ‘iets’ zijn. Het gat ‘is’ dus niet. Dat kleine gaatje in het grote weefsel van het zijn van de wereld is het bewust zijn. (..) Het bewustzijn is dus de positie vanwaaruit de wereld is wat hij is’. p.53 In zijn dialectische uitleg van deze twee kernbegrippen, die De Beauvoir veel gebruikt in haar boek, wijst Welten op de denkwijze van de negatie. Het ‘pour soi’ is niet het ‘en-soi’. Als ik me bewust ben van een boom ontdek ik dat ik geen boom ben. Wat ik zelf ben weet ik niet, maar ik ben niet de ander. De ander is, terwijl mijn zijn een niet zijn is. Tegelijkertijd ben ik in de ogen van de ander wel een ‘zijn’. Kennis over onszelf krijgen we daarom via anderen, en de begrippen’ lekker jezelf’ zijn of ‘jezelf ontdekken’ zijn daarom ook verhullend. Het gaat hier om de ‘structuur van bewustzijn’ dat alleen kan ontstaan via anderen. (We lazen hierover in het boek van Keij jvd)
7. Heer-slaaf dialectiek. Welten laat vervolgens zien dat de toenmalige denkende Franse elite sterk werd beïnvloed door de denkbeelden van de Russische immigrant Alexandre Kojeve die een interpretatie geeft van een idee van de filosoof Hegel. De denklijn is: het bewustzijn is pas bewustzijn omdat het zich ergens op richt. Dit betekent dat het object van dat bewustzijn onderworpen is aan het bewustzijn. Dit geldt ook als dat object van bewustzijn een ander mens is. Dit ‘objectiveren’ van de ander mondt volgens Hegel uit op de ‘dood’ van de ander. Dood is hier ‘object’, terwijl het leven is voorbehouden aan het subject. De ander die ‘geobjectiveerd’ wordt, voelt zich aangevallen in zijn eigen, subject zijn, in zijn of haar vrijheid en eigenheid. Dit is volgens Kojeves interpretatie van Hegel een vorm van de heer-slaafdialectiek, een ongelijke situatie. Want de slaaf is degene die, omdat het leven hem lief is, de strijd opgeeft. Dit denkmodel is volgens Welten de grondslag van de emancipatoire strijd die onderdrukten vanaf de 19de eeuw voeren. Emancipatie is dan dat het subject of groep zich verlost van de onderdrukkende partij, zich verzet tegen ‘objectiveren’, en subject wordt. Daarvoor is nodig dat de onderdrukte zich er bewust van wordt dat hij/zij onrechtmatig onderdrukt wordt. Het ‘pour-soi’ en het ‘en-soi’ van Sartre worden door Beauvoir niet fenomenologisch begrepen, maar dialectisch, de begrippen laten de structuur zien van de heer-slaafverhouding. In de tweede sekse wordt dit de heer-vrouwverhouding. Als vrouwen zich berusten in hun positie -ik ben perfect gelukkig!- dan wordt dit door De Beauvoir verwoord als ‘kwade trouw’. Ze hebben moeite om zichzelf als vrij subject te zien. Ze ontkennen hun eigen vrijheid en koesteren hun slaaf zijn. Sartre laat in ‘Het zijn en het niet’ zien dat het ‘bewust zijn’ (objectiveren) een gretige ingreep in de wereld is. Het bewustzijn wil ‘heer en meester’ zijn. Dit zit al in de waarneming en het verlangen dingen te bezitten. Ook kennis is grip op de wereld. En zo is het een conflicttheorie. Het ‘pour-soi’ is de vrije transcendentie en die kan zich alleen realiseren tegenover een ‘en-soi’, een immanentie. De Beauvoir gebuikt dit dualisme om het sekseverschil tussen mannen en vrouwen te beschrijven.
8. Mythologisch sekseverschil. De wereld verschijnt in mythes. In de idee van Sartre: het subject is nooit, maar is imaginair. Hoewel de vrouw een vrij subject is, accepteert ze vrouwbeelden die haar onvrij maken. Denk aan de vrouwbeelden in romans, film en bladen. Het zijn bevestigende immanente beelden die voorspiegelen wat het is vrouw te zijn door te zorgen, op te voeden en mooi te zijn. Maar dit imaginaire beeld geldt ook voor mannen die sporten, ondernemen, enz. Dit is volgens Sartre een transcendent aan vrijheid gekoppeld mensbeeld. De beelden van de imaginaire wereld houden de sekseverhoudingen in stand, maar door nieuwe beelden te introduceren kan ook een verschuiving van denkbeelden plaats vinden.
9. Een psychoanalytische lezing. De Beauvoir is kritisch ten aanzien van het idee van het onbewuste en verwijt Freud de rol van het libido te overschatten. Het thema van de seksualiteit en het zoeken van de mens naar bevrediging is wel relevant voor haar omdat dit een masculiene drijfveer is. Er is geen gelijkwaardigheid tussen mannen en vrouwen en de rol van de vrouwen is die van de onderworpene. In haar visie is het verschil tussen mannen en vrouwen niet seksueel, maar sociaal cultureel geconstrueerd. Zo wordt imaginaire beeld van de vrouw (en de man) ‘gemaakt’. Niet een driftleven (of biologie), maar de organisatie van een sociaal veld. Door de splitsing van het onbewuste en bewuste wordt de mens in tweeën gesplitst en geeft het mensen een alibi voor hun handelen: ’ik deed het niet bewust’. Het existentialistische begrip’ kwade trouw’ is wel terug te vinden in de psychoanalyse door het begrip ‘verdringing’. Dat wil zeggen dat de mens een bewustzijn heeft en datgene verdringt, in kwader trouw, waarvan hij of zij niet wil weten. De vraag is wat nu precies seksualiteit is. In de idee van De Beauvoir is het geen innerlijke behoefte maar uiterlijk gevormd gedrag. We cultiveren het gedrag van actieve mannen en passieve vrouwen. Als we onze kinderen opvoeden worden ze ingevoerd in de mythe over ‘normaal’ wenselijk gedrag. Zo leren mensen zich te schamen of trots te zijn. En zich te gedragen naar de ogen van de ander. Zo leert een kind zich schuldig te voelen en wordt het geweten ontwikkeld. En dat geldt ook voor seksegedrag. Kinderen leren door de ‘juiste deur te gaan’ met het teken van een man of een vrouw, de wc-pot achter de deur is dezelfde. De Beauvoir wijst het klassieke Freudiaanse idee van het Oedipuscomplex en de bijbehorende penisnijd (een seksualiteit die zich organiseert rond de fallus) af. De verliefdheid op haar man brengt de vrouw weer terug naar de situatie die ze als kind beleefde onder de vleugels van haar ouders. Dat idee is wel Freudiaans: een regressie naar de kinderjaren. In de armen van haar geliefde kan en mag de vrouw weer kind zijn. Volgens De Beauvoir raken vrouwen gefrustreerd omdat ze worstelen met de tegenstrijdigheid tussen het verlangen naar autonomie in de relatie en de hartstocht voor een ander. De Beauvoir ergert zich er aan dat vrouwen zich in de liefde volledig overgeven, terwijl mannen zich als het gaat om seks een gevoel van eigenwaarde overhouden. Zo komt ze op het beeld van de man als: actief, wording arrogant, gericht op bezit, vrijheid en transcendent met als kernsymbool de fallus. Hiertegenover het beeld van de vrouw als: zaadontvangend, zijnde, immanent, (de vagina is een diep geheim) met als resultaat dat zij met de kinderen op de bank achterblijft als de man op zoek gaat naar zijn volgende verovering. Het deel dat hierna volgt is een debat over de symbolische functie van de fallus. De ‘man’ heeft daarmee ‘iets om handen’, het definieert masculiniteit, (de erectie is teken van de incarnatie van verlangen) in de verhouding tot zijn penis onderzoekt de jongen zijn autonome subjectiviteit. De vrouw ontbeert deze veruiterlijking van haar vrouwelijke identiteit. Zizek stelt echter dat de fallus een object, een ding is en geen deel uit maakt van zijn subjectiviteit. De Beauvoir meent, en dat is haar kernboodschap volgens Welten, dat de fallische trots niet gebaseerd in de fallische subjectiviteit zelf, als of de natuur hem de macht zou geven, maar deze trots en macht zijn volledig imaginair, zoals de schaamte dat is voor het meisje. Volgens haar is het probleem van de vrouw dat ze de grootste moeite heeft haar transcendentie vorm te geven en ze trekt daaruit de conclusie dat vrouwen de seksuele daad alleen op een passieve ontvankelijke manier kan beleven. P. 145. In zijn slotwoord verantwoord Welten waarom zijn boek een psychoanalytische studie is. In de moderne samenleving is de achterstelling geen louter organisatorisch of politiek probleem, maar een probleem dat zich schuilhoudt in de rol van de sekse. Door De Beauvoir begrepen als een seksuele dialectiek: mannelijkheid en vrouwelijkheid worden beschouwd als elkaars tegengestelden. Mannelijkheid organiseert zich altijd ten koste van vrouwen, maar deze onderwerping wordt zowel door mannen als door vrouwen in stand gehouden. Dit doen ze door de mythes waarmee ze zichzelf begrijpen. En deze mythes zijn ingekerfd in het liefdesleven van mannen en vrouwen en in hun seksualiteit. En bij haar wordt het psychoanalytisch begrip verdringing omgeruild voor het al beschreven idee ‘kwade trouw’. p. 173. En iets verderop schrijft hij over zijn psychoanalytische duiding: ‘een perspectief dat ten eerste het sekseverschil begrijpt vanuit de seksualiteit en de gevolgen daar van voor de organisatie van de samenleving, en ten tweede dit sekseverschil verdringt’. p. 175
10. Terug naar Sartre. Welten pakt Sartres boek ‘Het zijn en het niet’ er weer bij. Het niet, het ‘gat’ is een belangrijke metafoor dat staat voor het ‘niet’ dat wezenlijk is voor de mens. De mens is een ‘niet’ dat verlangt ‘iets’ te zijn. De mens wil met zichzelf samen vallen en zijn. Dit ‘zijn’ is echter imaginair. Dit bereiken we niet. Het verlangen verlangt er te zijn. Het verlangt ernaar zichzelf te verwezenlijken. Dat wil zeggen niet meer te verlangen. Welten schrijft: Het befaamde ‘geest-lichaam verschil’ kan op deze manier worden begrepen. De mens (zowel man als vrouw) is geest, dat wil zeggen niets anders zijn dan verlangen. Wat verlangt dit verlangen? Een lichaam te hebben of te zijn. Het ‘echte’, ‘werkelijke’, ‘reële’ wordt steeds gedacht als ‘lichaam’, ‘feit’, enz. P.147. De metafoor van het gat is dus het bewustzijn dat er op gericht is het gat te vullen dat het zelf is. Dit denken kan volgens Welten ook toepast worden op de analyse van wat seks is. Bij de Beauvoir is het lichaam nooit primair het concrete vleselijke vrouwenlichaam, maar het voorgestelde lichaam. Voor de spiegel gaat het om kijken, voorstellen. De mythe speelt zich altijd af op dat niveau. De vrouw is concreet lichamelijk ‘in situatie’. Dat wil zeggen ‘ ze verhoudt zich tot de situatie waarin ze geworpen is’. Dat ze dik, mooi enz is betekent dat de samenleving haar als dik, mooi ziet. Zo gezien zijn ziekten als anorexia en boulimia problemen die zich ontwikkelen op het niveau van de ‘voorstelling’ en vervolgens tot lichamelijke problemen leiden en niet andersom. Het gaat opnieuw terug naar de mythes die bepalen hoe vrouwen en mannen er uit zouden moeten zien. De patiënt lijdt aan het beeld van verlangen, niet aan het lichaam als lichaam.
12. Ook in deze tijd is nog steeds de man de maat der dingen. In het slothoofdstuk probeert Welten de thema’s die De Beauvoir bezig houden vanuit onze tijd te bekijken. Allereerst stelt hij dat in deze neoliberale tijd de waarde van de mens zijn marktwaarde is en dat de economische markt leidend is. Al moet en kan ze wanneer dat nodig is bijgestuurd worden door de overheid. Maar in die context verdwijnt de zaak van vrouwen uit het zicht, want dan is al het denken gericht op het zo goed mogelijk presteren op de arbeidsmarkt. Welten laat zien dat daarmee de emancipatoire strijd van vrouwen, zwarten, arbeiders enz. uit het verleden door het huidige denken uit het zicht is verdwenen. Hij schrijft: ’Eén neoliberaal raamwerk ontkent dat de samenleving wordt bestierd door een dialectisch principe van uitbuiting.(..) een vermeerdering van rijkdom van enkelen zal uiteindelijk voor een goed geoliede economie zorgen’. P. 162/163. De Beauvoir wijst steeds op de structurele onderdrukking en uitbuiting van mensen en de systematische achterstelling van vrouwen is daar een onderdeel van. Onze neoliberale samenleving draait nog steeds op de masculiene mythe van succes en de ‘productie van ongelijkheden’ tussen de winnaars en al die mensen die daar niet aan voldoen (asielzoekers, psychiatrisch patiënten, mensen die van de bijstand leven enz) En dan komt hij tot zijn punt op P. 164 ‘Het enige wat er toe doet, is of vrouwen ook hogere, goedbetaalde posities kunnen bekleden, en als dit eenmaal gebeurt, dan zal de strijd der seksen gestreden zijn. (De Beauvoir zal ons steeds wijzen op de mythes waarmee onze samenleving zichzelf begrijpt (..) Het feminisme is zo een strijd tegen onrecht, ongelijkheid en onderdrukking’. In de tweede sekse neemt De Beauvoir het dus niet op voor de vrouw, maar tegen een samenleving die zichzelf in stand houdt door een systematische achterstelling van vrouwen. (p. 163) Het neoliberale gedachtengoed acht het feminisme als strijd overbodig en als Yvanka Trump zichzelf feminist noemt dan betekent feminisme in haar visie succes en geld hebben en zorg voor kinderen met je werk combineren. Kortom vrouwen zijn powerful, zelfbewust, eigenwijs en vooral ondernemend. Emancipatie betekent volgens deze logica dat vrouwen in het huidige economisch systeem succesvol kunnen zijn. Dit betekent dat vrouwen zich moeten aanpassen aan de mannelijke maat der dingen. Maar dit is niet altijd op basis van wat vrouwen zelf willen. Het vrouwbeeld is geherdefinieerd. Braudrillard beschreef al in 1970 dat mannen en vrouwen geen loutere beschrijvingen zijn van twee mensensoorten, maar coderingen voor consumentengedrag. Een ‘echte vrouw’ is een vrouw die mooi is en die in alles wat ze aanschaft de juiste tekenen van vrouwelijkheid uitdraagt, zodat mannen hun vrouw kunnen kiezen als een bezit tussen andere bezittingen, om op hun beurt de juiste tekenen van viriliteit uit te dragen. Als tweede voorbeeld analyseert Welten hoe het vrouwenquotum een mannelijke list is, want als er genoeg vrouwen zijn aangenomen in het bedrijf, kan gewoon weer doorgegaan worden met de mannelijke doelstellingen. ‘Deze maat blijft een mannelijke maat, de maat van de verwezenlijkte vrijheid die beslist in hoeverre de andere sekse tot deze vrijheid wordt toegelaten.’ P. 167 De samenleving lijkt vrij, maar is in de visie van Welten stilzwijgend masculien. Dat is het centrale dat ‘De tweede sekse’ wil bloot leggen nl. dat de samenleving zichzelf gevangen houdt door middel van mythes ipv dat ze zichzelf in termen van vrijheid denkt.
13. Identiteit als houvast. Het ander thema waar hij het denken van De Beauvoir op toepast is de hedendaagse gender en identiteitsdiscussie. Het is volgens hem desastreus dat het feminisme-discours vervangen is door dat van ‘diversiteit’. In zijn visie is dit de nieuwe burgerlijkheid, een instrument van ‘kwader trouw’. De nieuwe terminologie van diversiteit, inclusie en genderneutraliteit zijn vanuit de tweede sekse gezien de nieuwe kleren van de keizer. In zijn redenatie moeten we vooral goed kijken wat verhuld wordt en niet gezegd in alle discussies over identiteit, diversiteit en inclusie. Hij schrijft:’ Vanuit de optiek van De Beauvoir moeten we de diversiteitsworkshops en genderneutrale toiletten dan ook met argusogen bekijken. Dat geldt al helemaal voor de hedendaagse invulling van ‘identiteit’ zoals die wordt gebezigd door Facebook, omdat elke identiteit een vlucht is van een vrij subject naar een houvast waarop het kan terugvallen. Het existentialisme leert (..) dat de mens nergens op terug kan vallen en dus ook nergens door wordt gedetermineerd. Dat is wat vrijheid is’. P. 171 Net als bij de verhullende strategie van het vrouwenquotum moet er volgens Welten bij alle aandacht voor diversiteit gekeken worden wie er divers is van wat en wie er in aanmerking komt om te kunnen spreken over ‘inclusie’. Opnieuw dus de vraag naar de maat of de norm van dingen. En in de laatste paragraaf van het boek roept Welten op tot het tarten van de verbeelding omdat seksisme zich juist op het niveau van de betekenisgeving nestelt.
Uit de bespreking:
- De scheiding tussen cultuur en biologie is volgens een van de deelnemers complexer dan in het boek voorgesteld. De Beauvoir wil duidelijk weg uit het onbewuste en het natuurlijke om het geconstrueerde mythische karakter van het gedrag van mannen en vrouwen op de agenda te zetten. Onderdrukking is cultureel aangeleerd gedrag.
- Het psychoanalytisch hoofdstuk vonden we wel een zeer klassieke vorm van psychoanalyse. Begrippen als penisnijd worden tegenwoordig in therapie niet meer zo gebruikt. De vraag is waarom Welten dit hier zo uit de kast haalt.
- We zochten in het gesprek naar een goede definitie van vrijheid. Is de bijstandsmoeder of de vrouw die met een dominante man getrouwd is vrij? De gewone determinerende verklaringen: ‘ik kom uit een eenvoudig milieu’ en de mauvais soi – kwade trouw, voldoen niet. Waar we op uit kwamen was dat ook al zit je in een gevangenis je je eigen waardigheid kunt behouden (Mandela, ..) Ook is hier het begrip ‘situatie’ dat hij bij De Beauvoir aantreft van belang. Het gaat er om hoe je je verhoudt tot de situatie. Wordt je er door gedetermineerd of kun je een zekere vrijheid houden. Maatwerk in keuzes zeg maar. Algemene waarheden over vrijheid voldoen duidelijk niet.
- De vrouwen van de groep vertelden over vervelende ervaringen met mannen (hoewel uitgesproken werd dat niet alle mannen opdringerig of dominant zijn), het je plek vinden in de dominante mannencultuur, het aangekeken en beoordeeld worden. Een van de deelnemers vertelde over een onderzoek naar eerstejaars studentes in de jaren 70 en hun beleving van seks met hun vriendjes en de ongelijkheid die werd ervaren. De vraag is of de man-vrouw verhoudingen inmiddels verbeterd zijn en of de ‘orgasmekloof’ wat minder groot is.
Recensie
https://www.ifilosofie.nl/onze-wereld-is-nog-steeds-een-mannenwereld/
Bekijken
In de documentaire Had dan nee gezegd, vertellen jonge vrouwen over vervelende seksuele ervaringen met mannen. Ze zoeken de schuld bij zichzelf, vinden het moeilijk om -wat er gebeurd is – verkrachting te noemen, ouders vertellen dat ze geen ‘taal’ hebben om hun dochter te steunen, ook vanuit het idee dat als je het er niet over hebt, het er ook niet is. Het is volgens mij een goede illustratie van de door Welten beschreven en nog steeds bestaande ‘symbolische orde’ . Deze ‘orde’ bestaat maar wordt niet benoemd. Zoals de vis niet weet dat hij in water zwemt (tot hij op het droge komt) zo leven we in een wereld met taal, ongeschreven regels en strevingen. Het is deze ‘omgeving’ die het gedrag van vrouwen en mannen ‘stuurt’. Vrouwen bevriezen bij vervelende seks of laten het gebeuren, mannen denken dat ze hun kans mogen pakken of ‘recht’ hebben op als ze met een vrouw alleen zijn. Te zien op NPO start. Had dan nee gezegd:
https://npo.nl/start/serie/npo-doc_1/seizoen-1/npo-doc-had-dan-nee-gezegd/afspelen
Ontdek meer van Filosofie lezen
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.












