‘Elke opvatting over de mens houdt meteen ook een verwijzing in naar wat een goede mens is’.
Katrien Schaubroeck stond op de shortlist voor het beste filosofieboek van 2020, maar won de prijs niet. Jammer want ze schreef een mooi klein (80 p) filosofisch werkje over het gedachtegoed van Iris Murdoch. Ze doet dit door Murdoch’s ideeën in de context van het filosofisch denken in haar tijd te zetten (existentialisme, behaviorisme). Ook verduidelijkt ze de visie van Murdoch door deze tegenover andere filosofen te plaatsen. Bijvoorbeeld die van Harry Frankfurt over liefde en Simon Keller over de grenzen van vriendschap. In de kern verzet Murdoch zich tegen een te al te instrumenteel mensbeeld dat door de moderniteit is ontwikkeld en geeft ze als vrouwelijk filosoof alle ruimte aan het individu en de innerlijke dialoog. Dat brengt haar tot een filosofie van het liefde.
Het boek begint met een klein verhaaltje uit het essay ‘De notie van volmaaktheid’ van Murdoch en Schalbroeck grijpt in haar verhaal steeds terug op dit praktische vraagstuk.
Het verhaal van de schoonmoeder
Een vrouw ontdekt dat ze vijandig staat ten aanzien van haar schoondochter. Ze vindt deze vrouw onvoldoende verfijnd, vulgair, onbeleefd en een beetje kinderachtig. Ze houdt niet van haar accent en van de manier waarop ze zich kleedt. De vrouw staat voor de vraag wat ze met haar gedachten doet. Ze is een zogenaamde ‘correcte’ vrouw en gedraagt zich steeds voorbeeldig ten aanzien van haar schoondochter. Ze is intelligent en welmenend, iemand die in staat is om aan zichzelf en haar oordeel te twijfelen. Ze wil zich niet laten gijzelen door de clichématige gedachte dat ‘haar arme zoon beneden zijn stand is getrouwd met een dwaze vulgaire meid’. Wat zal ze doen? Ze maakt allereerst haar gedachten op en zegt tegen zichzelf: ‘Ik ben ouderwets en overdreven gehecht aan conventies. Misschien ben ik bevoordeeld en bekrompen. Of snobistisch. Ik ben zeker jaloers. En vervolgens gaat ze opnieuw kijken. Zorgvuldig en onpartijdig werpt ze een nieuwe blik op haar schoondochter. Zo ontdekt ze dat deze niet vulgair is, maar verfrissend eenvoudig. Niet onbeleefd maar spontaan. Niet luidruchtig, maar vrolijk. Niet vermoeiend en kinderachtig, maar heerlijk jeugdig.
In dit verhaal is de filosofie van Murdoch in de kern weergegeven. Door het lezen van het boekje krijgt de lezer een aantal aanwijzingen voor hoe in het leven kennis, moraliteit en liefde met elkaar samen hangen en niet gescheiden kunnen worden. Schaubroeck schrijft prettig en in kleine hoofdstukjes komt ze tot een collage van achtergronden en ideeën over de liefde en het liefdevolle kijken van een filosofe die misschien vooral bekend is als romanschrijfster, maar die het gedurfd heeft als filosofe en mens haar eigen weg te gaan.
We vonden dit een geschikt leesboek voor een filosofiegroep. Ondanks de kleine omvang bevat het voldoende praatstof. Van zeer praktisch over vriendschap, tot de meer fundamentele discussie van Murdoch ten aanzien van het existentialisme van Sartre. Dat het een leuk boekje is komt door de prachtige kernachtige zinnen, maar ook door de kleine verhaaltjes en morele dilemma’s die de schrijfster gebruikt om grote vragen tegelijk heel praktisch en begrijpelijk te maken. Hieronder wat kernthema’s:
Mensbeeld
‘Het is niet stil en duister binnen in de mens’. Met deze zin is het mensbeeld van Murdoch goed getypeerd. Ze verzet zich tegen instrumenteel rationeel denken van behavioristen, logisch positivisten en existentialisten die uitgaan van in haar ogen eenzijdig mensbeeld. Alsof mensen bij hun gedrag en keuzes voorspelbaar en altijd rationeel zijn. Mensen zijn juist op verschillende manieren betrokken bij de dingen waar ze voor staan. Het gaat om tal van ambivalenties, de gedachten en afwegingen achter de morele keuzes die mensen maken. Je vermogen om kennis te verwerven van het goede is volgens Murdoch niet afhankelijk van de wil, maar van de waarneming. Door beter te kijken beseft de schoonmoeder in het verhaal wat ze moet doen. Murdoch: ‘We zijn in eerste plaats mensen, morele actoren en pas daarna wetenschapper’.
Het dubbele karakter van begrippen
Taal is het voertuig om ons leven betekenis te geven. Schaubroeck laat zien dat je een onderscheid moet maken tussen een taal die louter beschrijvend is en onpersoonlijk. En daarnaast een taal die vol zit met subtiele begrippen als moed, kunst, bescheidenheid en liefde. Dit zijn begrippen die op een bepaalde manier beladen zijn, maar ook die in de loop van je leven een diepere betekenis krijgen. Ze schrijft: Je weet niet van de ene dag op de andere wat liefde is. Deze begrippen hebben een dubbel karakter en dragen een morele lading met zich mee. Je leert wat het inhoudt om waarheid na te streven en door dit verwerven van de inhoud kan in je leven groeien en jezelf verbeteren. Zo ontdek je dat sommige woorden ‘dieper’ zijn dan andere. Dit is een innerlijke weg die je gaat in je leven, een vorm van zelfverbetering die meer en meer onder je huid gaat zitten. Het is zeker geen uiterlijk vertoon. Het gaat om een streven (perfectie bereik je niet) en om zo te komen tot mildheid, humor en zelfrelativering. In de visie van Murdoch is hier sprake van een paradox n.l. a. aandacht voor het innerlijk en b. zelfrelativering.
Morele theorie en logica van Liefde
De volgende elementen maken deel uit van de morele logica van Murdoch. Een morele theorie komt uit bij vragen als: wat is een goed mens? Hoe moet een mens leven? Allereerst hangen de begrippen liefde, moraliteit en kennis met elkaar samen. De liefde spoort aan om de werkelijkheid te zien zoals ze werkelijk is. (de moeder herneemt haar manier van kijken naar de schoondochter) Dat kan doordat ze zichzelf minder centraal stelt. Dit heet bij Murdoch ontzelving of zelfvergetelheid. Deze houding van ontzelving staat tegenover het gedrag van de dikke ik die in de woorden van Schaubroeck de vijand van de moraal is. Als je je ego minder centraal stelt (eigen driften, wensen en fantasieën) komt er meer ruimte om de werkelijkheid te zien zoals deze is. Liefde is de weg naar het ware en het goede
Frankfurt ’s denken over liefde en de positie van Murdoch
In het boek Reasons of love stelt de filosoof Harry Frankfurt dat liefde het belangrijkste element van een betekenisvol leven is. Het geeft richting en zin aan het leven. Het zet mensen in beweging en geeft antwoord op de vraag wat ik moet doen. Het is doen waar je hart naar uit gaat. Maar als Frankfurt over liefde spreekt heeft hij het niet over emoties. Hij noemt het een gedaante van de wil. Het is een patroon, een geheel van motivaties, keuzes en waarden in je leven die je pas na een bepaalde tijd duidelijk worden. Frankfurt geeft geen definitie van liefde, maar Schaubroeck doet wel een eigen poging: Liefde is een belangeloze bekommernis voor het welzijn van de beminde persoon of het beminde object. De bekommernis is bovendien persoonlijk. Er is een volledige identificatie van de eigen belangen met die van de geliefde en tenslotte de liefde valt niet onder de wilscontrole van het subject. Zo beschrijft ze vier voorwaarden voor de liefde.
- Liefde is belangeloos. Als je van iemand houdt wil je dat het goed gaat met hem of haar, ook al levert het jou niets op.
- Liefde is persoonlijk. Je houdt van iemand als uniek persoon. Het object van liefde is niet inwisselbaar.
- Liefde impliceert identificatie. Wanneer je van iemand houdt dan verbindt je je lot aan dat van de ander. Je deelt vreugde en verdriet. Als die ander iets raakt, houdt dat jou ook bezig.
- Liefde is onvrijwillig. Liefde is iets dat je ondergaat. Het beperkt je wilsvrijheid in die zin dat je het gevoel hebt dat je niet anders kan dan van deze persoon houden en er voor zorgen dat het hem of haar goed gaat.
De visie van Frankfurt op liefde staat tegenover die van de existentialistische vrijheid. Met name het gevoel en idee dat je niet anders kan dan van deze persoon te houden is geen beknotting van wilsvrijheid, maar een onvrijheid/ gewenste verbondenheid. In de visie van Frankfurt is liefde niet zomaar een motivatie. Je hebt geen relatie met een ander, omdat het ‘handig’ is’. Schaubroeck schrijft: Motivaties zijn echter niet voldoende. Je hebt ook ultieme redenen nodig om een halt toe te roepen aan die ketenen van waaromvragen. Waarom doe ik dat? P.47 Frankfurt noemt dit finale ijkpunten. Een goed leven wordt gestuurd door een onverdeelde, sterke en heldere wil. Zonder die finale ijkpunten is het leven leeg en ijdel. Wie liefheeft bereikt volgens Frankfurt rust en harmonie.
Toch verschillen Frankfurt en Murdoch van idee over liefde en het goede leven. Allereerst is bij Frankfurt de liefde een constellatie van de wil. Liefde wil dat de ander het goed heeft, met wel het gevaar dat iemand zijn eigen leven opgeeft voor de ander. Murdoch daarentegen gelooft niet dat liefde iets van de wil is. Het is volgens haar eerder een manier van kijken naar de ander. Liefde gaat niet over wensen en willen, maar over bewonderen en ontvankelijk zijn (zou je dat resonantie kunnen noemen? jvd) Een manier van echt kijken. Ten tweede is bij Frankfurt liefde iets wat je moet ontdekken door jezelf onder de loep te houden. Je ontleedt je innerlijk. Van wie hou ik nu eigenlijk? Murdoch verzet zich tegen deze traditie van filosofen die oproepen tot zelfkennis en roept juist op om jezelf los te laten en naar buiten te trekken. Zelfkennis is helemaal niet zo belangrijk. Bewustwording is immers nog geen bevrijding. Een derde verschil tussen de twee denkers is dat volgens Frankfurt liefde ongestoord werkt zonder morele overwegingen. Liefde geeft zin en richting aan het leven, ongeacht de morele kwaliteit van datgene waarop de liefde zich richt. Frankfurt was zich er daarbij van bewust dat Hitler volgens die redenering ook een betekenisvol leven leidde. Kortom bij hem ligt het accent op liefde en betekenisvolheid. In de visie van Murdoch staan de liefdevolle houding en de morele attitude niet tegenover elkaar maar naast elkaar. Dit wordt duidelijk aan de hand van de volgende situatie: stel een man in een boot ziet twee mensen in het water vechten voor hun leven. Hij kan maar één persoon van de verdrinkingsdood redden. De ene persoon is onbekend. De ander is zijn eigen vrouw. Wat doet hij en waarom? Volgens Murdoch is dit een moreel dilemma, een conflict binnen de moraliteit, maar ook binnen de liefde. En niet een conflict tussen liefde en moraliteit. Sterker: in haar visie is liefde de basis van de moraal die leidt tot goedheid. En liefde zoekt waarheid en genereert kennis.
Vriendschap
Schaubroeck onderzoekt ook het liefdevol kijken als het gaat om de omgang van vrienden met elkaar. Meer specifiek gaat het om de spanning tussen liefde en kennis. Ze gebruikt een aantal voorbeelden uit het boek ‘De grenzen van trouw’ van de filosoof Simon Keller. Een vraagstuk gaat over de situatie van vrouw die gedichten schrijft en die aan haar vriend vraagt of een uitgever geïnteresseerd zou kunnen zijn in het uitgeven van een boekje met gedichten van haar. Een goede vriend zou onmiddellijk ‘ja natuurlijk!’ antwoorden op deze vraag. Maar stel dat deze vriend een oordeel zou moeten geven over gedichten van een onbekend persoon, dan zou hij iets gemakkelijker ook iets kunnen zeggen over de inhoudelijke kwaliteit (objectieve, Epistemische standaard) van het gedicht. In het geval van zijn vriendin is dit lastiger. Keller stelt dat je in een vriendschap een welwillende houding tegenover die ander hebt, je bent verbonden met die vriend of vriendin en kiest er voor om mild in je oordeel te zijn. Je bevestigt de ander en je ziet het goede, zoals je hoopt dat die ander dat ook doet bij jou. En de verbondenheid maakt dat je mee gaat in de manier van kijken en de overtuigingen van de ander. Handelen als een goede vriend betekent dat je er niet gehele rationele overtuigingen op nahoudt. Overigens zitten er aan vriendschap ook wel grenzen. Soms moet je wel een mening of oordeel uitspreken.
Schaubroeck geeft nog een aardige situatie die in de praktijk kan voorkomen en die een toelichting is op het idee van liefdevol kijken. Stel een man vraagt aan zijn vriendin: ‘ Wanneer vind je me het mooist. Met of zonder baard? ‘ Dit kan een gesprek opleveren over of je valt op mannen met of zonder baard, of wat een mooie onderhouden baard is enz. Maar Schaubroek wil laten zien dat bij het liefdevol kijken van Murdoch iets anders op de voorgrond komt te staan n.l. de betrokken manier van kijken van de vrouw die zal antwoorden: ‘het maakt me niet uit, want ik vind je mooi zoals je bent’.
Resumé: Filosofie van de liefde en verwerking.
Met de hierboven weergegeven elementen kan duidelijk gemaakt worden wat Murdoch wil zeggen over het dilemma van de moeder en haar schoondochter. Zie het als het recept voor liefdevol kijken.
De moeder heeft niet zo’n hoge pet op van haar schoondochter. Ze overweegt in zichzelf waarom ze zo denkt en hoe ze er mee om zal gaan. Een aantal denkstappen komen nu bij elkaar.
- Ze relativeert haar eigen eerste indruk. Murdoch noemt dit ontzelving. Haar mening is helemaal niet zo belangrijk.
- Het afstand nemen maakt dat ze zichzelf herpakt en opnieuw naar de situatie kijkt.
- Door het opnieuw kijken verandert ze zelf. Iets maakt dat ze met aandacht, liefde en betrokken naar haar schoondochter gaat kijken. Het resultaat van een heel proces als gevolg van de innerlijke verdieping en dialoog.
- Door met nieuwe ogen (liefdevol) te kijken ontdekt ze andere aspecten van de vrouw van haar zoon. Ze doet nieuwe kennis op. Ze ziet meer en andere nuances. Deze nieuwe manier van kijken wordt zichtbaar in de nieuwe woorden die ze hanteert.
Het verhaal geeft een beschrijving van de verandering bij de moeder. Toch spraken we met elkaar over een aantal vragen. Wat maakt nu precies dat ze anders gaat kijken. Is het dat ze beschaafd wil zijn? Wil ze haar zoon niet afvallen? Kiest ze voor de lieve vrede met haar schoondochter? De schrijfster stelt dat de moeder liefdevol gaat kijken. Dit suggereert dat ze er voor kiest, dat liefdevol kijken een keuze is. Murdoch is platonist en Schaubroeck gebruikt het verhaal van de Grot van Plato om te laten zien dat er achter ervaringen Ware Kennis gevonden kan worden die het dagelijkse overstijgt. In het boekje spreekt Schaubroeck op verschillende plekken dat Liefde de motor is om kennis (Waarheid) te zoeken en het juiste te doen (Goede). De moeder maakt de stap van ontzelving, je kan ook zeggen ze maakt een verdiepingsstap en put uit de kennis van de overgeleverde traditie en wil vanuit (het gevulde begrip) Liefde met haar schoondochter omgaan. En het beter kijken en respectvol omgaan volgt hier uit voort.
Naar mijn idee laat Murdoch zien dat we in ons gewone leven kernwaarden gebruiken die ons zijn overgeleverd en die transcendent werken in dat zelfde dagelijkse bestaan. Ik bedoel kernwaarden en deugden die oude wortels hebben in onze cultuur en die we gebruiken als we betekenis geven aan ons leven. En bewust of onbewust maken we daarbij onderscheid tussen sterke en minder sterke waarden. Charles Taylor stelt dat in juist de ervaring van volheid of in het tegengestelde de ervaring van ‘dit mag niet!’ mensen weten wat het moreel goede is, wat na strevenswaardig is en wat niet. Murdoch en ook Taylor gaan uit van traditiewijsheid. Wij mensen leren steeds opnieuw van fouten en dilemma’s, maar we hoeven niet steeds opnieuw alleen deze klus te klaren. We kunnen gebruik maken van denkers en tradities voor ons. Deze bovenbouw van ideeën en wijsheid staat ons tot beschikking. In dit boekje is dat de driehoek Liefde, Waarheid en het Goede.
Terug naar het verhaal. Schaubroeck laat zien dat kenmerkend voor de mens de innerlijke dialoog is. De mens laat zich raken door verlangens, wil ergens voor staan en identiteit verwerven, verbonden en betrokken zijn op mensen in hun sociale omgeving, maar ook voor zichzelf en in de ogen van anderen een moreel goed mens zijn. Moraliteit is deel van de innerlijke dialoog. De mens is dus geen onbeschreven blad, maar door taal, opvoeding en onderwijs en ervaring een betrokken ‘beschouwer’ en deelnemer. Zelfwording is dat je los komt van aansprekingen van je omgeving en jezelf bewust wordt van de waarden die je leven funderen. Dat is een innerlijk proces. (Zie Kierkegaard) De moeder in het verhaal is betrokken (net als we lazen bij de dilemma’s rondom vriendschap) bij haar zoon en schoondochter en wil een goede schoonmoeder zijn. Ze overweegt goed haar oordeel, sterker, door het denkproces dat ze door maakt en de interactie met haar schoondochter, ‘groeit’ ze zelf en ziet ze nieuwe kanten van de vrouw van haar zoon.
In onze filosofiegroep kwam het verschil tussen Frankfurt en Murdoch ter sprake. Bij Frankfurt ligt de nadruk op de persoon en zijn wil. Kijk naar de vier aspecten die hij noemt. De bewuste zelf-reflectieve persoon geeft betekenis, geeft die ander liefde en gunt hem of haar alles. Dit is de moderne mens bij uitstek. Alleen het laatste aspect laat iets van het wonder van de liefde zien. Hier ontglipt het ik/ de wil het houvast. Hij of zij ‘kan niet anders dan’ van die ander houden. De eigen wil is even uitgeschakeld. Het liefdevol kijken van Murdoch is veel diffuser over wat er gebeurt. Het gaat om betrokkenheid en ontvankelijkheid, het is complex en veellagig zoals bij de liefde van ouders voor kinderen of mantelzorg, en er is sprake van sterke waarden die de manier van kijken, onderzoeken en handelen bepalen.

Liefdevol kijken is inclusief denken, gericht op empathie, verbinding en betrokkenheid. Het staat tegenover uitsluiten, veroordelen, ongelijkheid. Liefdevol kijken werd op een studiedag over het boekje ook wel moreel waarnemen genoemd. Het benadrukt dat in ons kijken en betrokken zijn ook een morele component zit. We ‘waarderen’ voortdurend wat we zien.
Verder lezen/kijken:
Ontdek meer van Filosofie lezen
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.











[…] We lazen met elkaar het boekje van Katrien Schaubroeck Iris Murdoch, een filosofie van liefde. (zie) waarin de kenmerken van dit liefdevol kijken wordt uitgelegd. Basis is een klein verhaaltje over […]
LikeGeliked door 1 persoon