Michel Foucault Moed tot waarheid

foucault moedFoucault gaf in 1984, in het jaar van overlijden  een serie colleges over het begrip parrhêsia of waarheidspreken. De uitgeschreven tekst is vervat in het boek ‘De moed tot waarheid’. In negen colleges van ieder twee uur geeft hij een toelichting op zijn methode, de behandelde stof van vorige jaren en werkt hij een aantal thema’s gedetailleerd uit. Aan de hand van teksten van o.a. Plato, (Laches, Alcibiades) en Epictetus verkent hij in het eerste deel de begrippen Parrhêsia (vrijmoedig de waarheid spreken) en ‘zorg voor zichzelf’. In het tweede deel zoemt hij in op het cynisme als stroming in de Griekse wijsheid en hoe elementen hiervan in de loop van de westerse geschiedenis voortgezet worden in de praktijk van religieuze orden, politieke groeperingen en door kunstenaars. Centraal begrip is het schandaal of het schandaleus leven als spiegel voor de medeburgers van een bepaalde tijd. Frédéric Gros, hoogleraar politieke filosofie sluit het boek af met een situering van de collegereeks waarin hij een reflectie geeft op de methode van werken, de ziekte van Foucault (HIV) en geeft hij op hoofdlijnen een toelichting bij de thema’s die aan bod komen.

In zijn boek doet Foucault gedetailleerd verslag van zijn onderzoek naar het begrip parrhêsia. Het lijkt eerder interessant te zijn voor vak filosofen dan voor goed bedoelende amateurs zoals ik. Het veronderstelt enige kennis van thema’s uit zijn oeuvre en de manier waarop hij oude Griekse teksten verbindt met actuele vraagstukken zoals de werking van de democratie, het belang van vrijmoedig spreken, zorg voor zichzelf en belang van ethiek.

Hoezeer het boek pittig is kun je er als geïnteresseerde leek wel het een en ander uit halen. Het leest gemakkelijk door de spreektaal en herhalingen. Hij neemt je mee in zijn zoektocht en geeft veel informatie over de ontwikkeling van het begrip parrhêsia. In het eerste hoofdstuk geeft hij een verantwoording en hoe hij zijn onderzoek verbindt met de werking van de politiek, persoonlijke ontwikkeling en hoe dit voorwaarde is voor nieuwe manieren ethisch kijken. In zijn uitwerking is boeiend om te lezen dat ook in de Griekse stadstaat de vraag speelde hoe de democratie goed in te richten: een kleine leidinggevende groep (opgeleide elite, met belangen)  of toch maar luisteren naar de stem van de grote groep van burgers; Ook het tweede deel over de geschiedenis van cynici en de doorwerking van deze filosofische stroming in de westerse cultuur is boeiend. Op verschillende manieren is het een breed en veelzijdig boek dat de lezer kan informeren,  boeien en leesplezier kan opleveren. Bijzonder ook als je het bekijkt in het licht van zijn ziekte en overlijden, een paar maanden na de collegereeks, in juni 1984.

Het boek is te omvangrijk en te gedetailleerd om samen te vatten. Daarom kies foucault hoofdik voor een paar voor mij interessante thema’s:    1. Parrhêsia: Ontwikkeling van waarheidsspreken; 2. Theoretische achtergronden; 3. cynisme als vorm van waarheidspreken; 4. Waarheidspreken, politiek en populisme.  Ik gebruik extra literatuur voor verheldering en doe verslag van de belangrijkste opmerkingen in de leesgroep waar we dit boek bespraken.

1. Onderzoek naar waarheidspreken of Parrhêsia

De lezingen die hij geeft zijn een weerslag van zijn nauwgezette studie van tal van teksten en hoe daar het begrip parrhêsia voorkomt, maar zich ook inhoudelijk ontwikkeld. Enkele hoofdkenmerken:

parrhesiaEtymologisch gezien is parrhêsia de activiteit van ‘alles zeggen’. En de parrhêsiast is de degene die alles zegt. Maar hier is nuance nodig. Er zijn  twee betekenissen. De ongunstige is dat je over alles kletst , je niet inhoudt, in je spreken geen rekening houdt met waarheid of de ander. De positieve betekenis is dat je wel afstemt op de rede, jezelf niet tot beledigen verlagen of terugslaan laat verleiden. Parrhêsia is alles zeggen, maar wel afgestemd op de waarheid. Maar ook: je zelf uitspreken en daarbij, hoewel je rekening houdt met de ander, toch de moed hebt om te zeggen wat je op je hart hebt. De waarheid met het risico dat er boosheid ontstaat bij de ander. Dit is vrijmoedig de waarheid spreken. En daar is moed voor nodig.

Foucault spreekt  over het parrhêsiastische spel. Willen alle aspecten van het waarachtig spreken uit de verf komen dan moet iedereen de spelregels accepteren. Dat wil zeggen: Vrijmoedig spreken, maar ook  luisteren of anders gezegd: de grootheid van geest hebben om te accepteren dat men hem de waarheid zegt. Parrhêsia staat tegenover de retorica, omdat bij de laatste vorm het niet gaat om de ontvanger. Het gaat bij de retorica alleen om de kunst van het spreken en argumenteren.

Foucault onderscheid drie kanten van het vrijmoedig spreken of parrhêsia. a. De politieke kant: de moed waarmee de burger het woord neemt en tot gelijken onaangename waarheden uitspreekt. b. de ethische kant: Het is Socrates die iedereen in zijn omgeving aanspreekt met de vraag of deze zich om zichzelf bekommert. c. De cynische parrhêsia. Allereerst Diogenes en Crates die op het publieke plein de menigte toe spreken, het geschipper van mensen aan de kaak stellen. Deze vorm is brutaler en agressiever dan wat Socrates deed.waarheid 4

Andere kenmerken:

  • Parrhêsia het is een houding, een zijnswijze die verwant is met de deugd, een manier van handelen. Het zijn procedés, middelen die verenigd zijn met het oog op een doel. Er is ook een rol voor de stadstaat  en de individuen.
  • Het begrip heeft zijn wortels in de politieke praktijk en de problematisering van de democratie en is pas later in de sfeer van de persoonlijke ethiek terecht gekomen. Dit maakt het mogelijk de vraag te stellen naar het subject en de waarheid vanuit het gezichtspunt van de praktijk van wat je het bestuur van zichzelf en anderen kunt noemen.
  • Foucault schrijft verrast te zijn door de ontdekking dat de waarheid over jezelf tonen, vertellen, in de Griekse oudheid een belangrijk principe was en vaak terug komt in teksten. ‘Men moet de waarheid over zichzelf spreken’. Een waarheidspreken over zichzelf is verbonden met het socratische principe: ken uzelf of zorg voor jezelf. Foucault noemt dit een cultuur van het zelf. Hij stelt dat er al voor het Christendom (met de biecht) in het oude Griekenland een cultuur was van de onmisbare partner. Een praktijk waarbij een partner, een ander, aanwezig is, vragen stelt, uitnodigt om de waarheid over zichzelf te spreken. Het gaat volgens Foucault om de voorfase van praktijken die later in de geschiedenis opgekomen zijn: de biechteling en biechtvader; client en de geestelijk leidsman; zieke en de psychiater; patiënt en de psychoanalyticus.
  • Het begrip Parrhêsia heeft zijn wortels oorspronkelijk in de politieke praktijk en de problematisering van de democratie en is pas later verbonden met de sfeer van de persoonlijke ethiek en de vorming van het morele subject. ‘Dit politiek gewortelde en naar de moraal verlegde begrip biedt ons, heel schematisch gezegd, de mogelijkheid de vraag te stellen naar het subject en de waarheid vanuit het gezichtspunt van de praktijk van wat je het bestuur van zichzelf en de anderen kunt noemen’. p.27.

Vormen van waarheidspreken.

parrhesia 2Foucault noemt parrhêsia een modaliteit van waarheidspreken die tegenover andere modaliteiten van waarheidsspeken gezet kan worden. Hij noemt: Profetie; Wijsheid; Techné. De parrhêsiast heeft een eigen functie ten opzichte van andere functies. Hij is:

  • Geen profeet  die de waarheid spreekt uit naam van een ander of een traditie, of God.
  • Geen wijze die wanneer hij het wil en tegen de achtergrond van zijn zwijgen uit naam van de wijsheid het zijn en de natuur benoemt.
  • Geen leraar. Geen man van de know how. Hij zegt niets over het lot, het zijn of de techné

De parrhèsiast zet het ware vertoog in van wat de Grieken de êthos noemen. Het is het spel van de parrhêsia. Al deze vormen van waarheidsspreken zijn gekoppeld aan verschillende rollen en verschillende domeinen (lot, zijn, techné en êthos)

2. Theoretisch en methodisch frame.

Zijn grote onderzoek naar het filosofische begrip parrhêsia staat niet op zich. Hij verbindt dit met ‘zorg voor zichzelf’ en het gedachtegoed van het cynisme. Dit komt voort uit een bepaalde visie op waarheid, mens en politiek die hij in transformatie wil brengen. Anders gezegd Foucault zoekt nieuwe vormen van omgaan met waarheid en wetenschap, mens zijn en manieren van omgaan met macht en politiek bedrijven. Aan het begin van het boek geeft hij een verantwoording van zijn aanpak en vooronderstellingen. Deze ambitieuze en hoopvolle insteek biedt een denkframe dat breder is en verder gaat dan alleen zijn onderzoek.

Zijn redenatie verloopt als volgt. De vier functies van waarheidspreken (Profetie; Wijsheid; Technicus en de Parrhêsia) kunnen op verschillende manieren in de geschiedenis en maatschappij ingevuld worden. Bij zijn onderzoek naar waarheidspreken verbindt hij dit waarheidspreken met de begrippen macht en subject. Het gaat om het verband tussen

  • Wijzen van waarheidspreken
  • Technieken van bestuurlijkheid
  • Zelfpraktijken

waarheidmachtsubjectHet gaat om kennis, onderzocht op haar specifieke wijze van waarheidspreken; machtsrelaties niet gedacht vanuit machtsposities, maar vanuit procedures waardoor het gedrag van mensen bestuurd wordt; de wijze waarop het subject gevormd wordt door middel van zelfpraktijken. De structuur van het onderscheiden en tegelijkertijd verbonden zijn van deze drie begrippen  is kenmerkend en bepalend voor de filosofische traditie van de Grieken tot nu toe. Het gaat hem om een analyse van de complexe relatie tussen de onderscheiden elementen. Ze zijn niet tot elkaar te herleiden, gaan niet in elkaar op, en de onderlinge relaties zijn constitutief. Belangrijk vervolgens is dat de drie thema’ op zich  niet statisch zijn. Hij spreekt over een drievoudige theoretische verschuiving.

  1. Van kennis als Waarheid naar waarheidspreken of wel steeds veranderend weten, handelen.
  2. Van overheersing en machtsrelaties naar vormen, technieken en procedures  van bestuurlijkheid en
  3. Van het individu naar Vorming /ontwikkeling van het subject in de vorm van zelfpraktijken.

transformatieDoor deze theoretische verschuiving ‘kun je de relaties tussen waarheid, macht en subject onderzoeken zonder ze ooit tot elkaar te herleiden.

  1. De vraag naar waarheid is altijd verbonden met de voorwaarden en het ethisch onderscheid dat het individu toegang tot deze waarheid heeft met betrekking tot de politieke structuren waarbinnen mensen het recht, de vrijheid en de plicht hebben zich uit te spreken.
  2. De vraag naar de politeia is tegelijkertijd verbonden met de vraag naar de legitimiteit en het ware vertoog waar de machtsrelaties op gebaseerd zijn. En het is gebaseerd op de ethos dwz. Het ethische onderscheid waaraan de politieke structuren plaats kunnen en moeten bieden.
  3. De positie van het subject en de êthos is niet alleen gebaseerd op gedragsregels, maar stelt ook de vraag naar de waarheid van deze regels en de politieke structuren waarbinnen die regels het verschil kunnen bewerkstelligen.

waarheidMachiel Karskens, emeritus hoogleraar sociale en politieke wijsbegeerte helpt me, in zijn recensie van Moed tot waarheid, te begrijpen wat er voor Foucault en de filosofie op het spel staat. Hij schrijft:

‘Het boek demonstreert aan de hand van een aantal westerse aartsvaders van het filosofisch leven dat waarheidspreken de passie is en moet zijn van het leven. Het wezen van de waarheid of de door filosofen zo genoemde absolute zaak-, ken- of denkwaarheid zult u hier dus niet vinden. Foucault heeft in al zijn werken afstand proberen te houden tot die filosofische waarheidsopvatting; aansluitend bij Nietzsche zag hij deze als macht: de wil tot waarheid of wil tot weten die zijn verstarrende denk-en machtskaders oplegt aan het zich altijd veranderende weten, denken, handelen en leven. (..) Waarheid, zo maakt Foucault hier duidelijk, is geen wat, maar een hoe; het is de noodzakelijke vorm van toetsen, onderzoeken en ondervragen die het spreken over ons kennen, handelen en leven moet aannemen wanneer het erop aankomt. Waarheid is in dat geval niet iets wat er altijd al was en nu eindelijk ontdekt wordt, maar leidt naar iets nieuws of bewerkstelligt een verandering. ‘In waarheid leven’ is zodoende gelijk aan ‘je moet je leven veranderen’, zoals Peter Sloterdijk uitstekend uiteenzet’.

Wat er bij het onderzoeken en denken van Foucault in dit boek op het spel staat is een dynamisch denken tegenover een statisch waarheidsbegrip. En dit vertaalt zich ook naar het individu en het bestuur. Namelijk de idee dat wij, mensen, de mogelijkheid pakken om ‘in waarheid’ (betrokken, kritisch, soeverein)  met elkaar om gaan en de samenleving in richten. Dit vraagt om openheid, kunnen omgaan met verandering, aanspreken van macht. In waarheid leven is niet alleen een idee (levensbeschouwing), maar vraagt ook om steeds onderzoeken van de eigen inzet, houding (levensstijl). Dit is wat hem zo boeit aan het schandaleuze gedrag van de cynici. Foucault eindigt zijn serie lezingen met de volgende tekst: ‘wat ik ter afsluiting zou willen benadrukken is dit: er bestaat geen instelling van de waarheid zonder een wezenlijke postulering van de andersheid. De waarheid is nooit hetzelfde. Waarheid kan alleen in de vorm van de andere wereld en het andere leven bestaan’. p. 403

3. Moed en Cynisme

cyniciIn de tweede helft van het boek onderzoekt Foucault de geschiedenis van een kleine filosofische stroming n.l. het cynisme, omdat hij in die groep en wijze van doen parrhêsia gerealiseerd ziet. De cynici confronteren ons mensen door hun leefstijl met de spanning tussen leer en leven. Hun leefstijl is bewust schandaleus en verwijst naar een ander leven en een andere wereld.

Ik gebruik het nawoord van Frédéric Gros om de belangrijkste kenmerken van het cynisme volgens Foucault te schetsen. Het cynisme is een kleine marginale stroming binnen de Griekse filosofie. Dat komt mede doordat de leiders weinig opschreven over hun gedachtegoed en de nadruk legden op de praxis. Wat er bekend is kwam tot de generaties na hen via anekdotes, verhaaltjes of scherpe replieken.

‘Juist deze theoretische armoede gebruikt Foucault om van het cynisme het zuivere moment van een radicale herwaardering van de filosofische waarheid te maken, die weer aan de kant van de praxis, de toetsing van het leven en de verandering van de wereld geplaatst wordt’.

cynici2De cynische parrhêsia is de derde vorm van de ‘moed tot waarheid’, omdat Diogenes en Crates naar het publieke plein van de stad gaan om de menigte toe te spreken, hun geschipper aan de kaak stellen en mensen dwingen om over hun eigen levenswijze na te denken. De beschuldigingen van de cynici treffen het geheel van de gangbare zeden en waarden van de cultuur die wordt aangevallen en aangepakt. De cynicus spiegelt niet alleen de toenmalige burgers, maar hij trekt ook de aandacht door zijn volstrekt andere levenswijze. Zijn parrhêsia is zichtbaar door zijn vrijmoedig spreken (fel, grof, virulent) maar ook door zijn uiterlijk (vuil, gekleed in oude mantel, blote voeten) en zijn animaliteit. (vertelt wordt dat cynici in het openbaar masturbeerden of sex hadden met hun partner). Het gaat om aandacht te vragen voor het elementaire.

‘Wanneer de vraag naar waarheid zich aan het denken opwerpt, laat ze de dimensie van het essentiële opkomen als dat wat altijd blijft, wat de geestelijke veranderingen overstijgt en geen verval door de tijd kent. De vraag naar de waarheid wordt door de cynici aan het leven in zijn materialiteit gesteld, wat het mogelijk maakt dat wat absoluut stand houdt te  laten verschijnen: heb ik feestmalen nodig om mij te voeden, paleizen om te slapen? Wat is werkelijk noodzakelijk om te leven?’ p.399

Het gaat hier dus om het onderzoeken wat werkelijk ‘van waarde is’ of wat de waarden van de waarheid zijn. Foucault onderscheid zelf vier kernwaarden of ‘omgekeerde betekenissen’ die de cynici typeerden: onverhuldheid; zuiverheid; overeenstemming met de natuur; en soevereiniteit. Hij onderzoekt het motto ‘paracharaxon to nomisme’ ofwel ‘falsifeer de munt’ dat in veel teksten van cynici voorkomt. Het betekent zoiets als geef de beeldenaar zijn werkelijke waarde terug, vernieuw afgeschuurde betekenissen, kom tot de omkering van waarden. ‘Waar leven’ is volgens de cynici een openbaar blootgesteld leven, maar ook berooid en armoedig (zuiver), recht en het geeft zo blijk van een  grenzeloze soevereiniteit (onveranderlijk, autonoom). Kortom leven naar de ‘principes van de waarheid’. Dit is spanningsvol, omdat de cynicus in zijn spreken en handelen zo een ‘schandaal van waar leven’ laat zien. Leven dat in strijd is met alle vertrouwde bestaansvormen. Gros schrijft:

‘Het ware leven wordt niet meer voorgesteld als het vervulde bestaan dat de eigenschappen en deugden tot in de perfectie ontwikkelt, waarvan de gewone levens slechts een zwakke afglans zijn. Bij de cynici wordt het een schandaleus, verontrustend, ‘ander’ leven, dat direct verworpen en gemarginaliseerd wordt. p. 400

cynici 5jpgDit ‘andere leven’ is een kritiek op de bestaande wereld en tegelijkertijd de een oproep tot een ‘andere wereld’. Anders gezegd: het ware leven manifesteert zich zo als een ander leven dat zo de eis van een andere wereld tevoorschijn brengt. Het gedrag van de cynicus ( soberheid, blootstelling, animaliteit) is niet gericht op het brengen van rust, zoals bij de andere Griekse scholen, maar heeft als doel de horizon van een andere wereld te laten verschijnen. En dit is weer gericht op de verandering van de huidige wereld. Deze levensstijl ziet Foucault als de hoogste vorm van politiek.

In deze opvatting over ‘anders leven’ en zo aan het licht brengen van een ‘andere wereld’ wordt ook het begrip ‘zorg voor zichzelf’ dat we in het eerste deel van het boek tegen kwamen helderder. Dit is volgens Foucault geen solitaire oefening, maar een sociale praktijk  en een aansporing voor goed bestuur van de mensen. (Je op de juiste manier om jezelf bekommeren om zo je op de juiste manier om anderen bekommeren) Zorg voor zichzelf wordt zo evengoed ‘zorg voor de wereld’.

Filosofie van andersheid.

Gros sluit zijn essay af met een toelichting van hoe in denken van Foucault in het spel tussen ‘het andere leven’ de ‘andere wereld’ het ‘anders zijn’ van de cynici cruciaal is.   Andersheid is het merkteken van het ware: ‘dat wat zich in de wereld en de meningen van mensen onderscheid, wat ertoe verplicht  je levenswijze te veranderen, wat in zijn onderscheid het perspectief opent op een andere, nog te maken en van te dromen wereld’. En dit leidt naar de slotwoorden van laatste lezing: er bestaat geen instelling van de waarheid zonder een wezenlijke postulering van de andersheid. De waarheid is nooit hetzelfde. Waarheid kan alleen in de vorm van de andere wereld en in het andere leven bestaan. p. 403

‘Anders leven’ in de antieke wijsbegeerte en Christendom.

apostel paulusFoucault tenslotte besteedt in zijn lezingen aandacht aan de wijze waarop het begrip parrhêsia, en het waarheidspreken zich verder ontwikkelt in het christelijk denken. Het zou een eigen blog vragen om dit nauwkeurig te beschrijven. Wat ik wel kort wil noemen is de interesse van hedendaagse filosofen die net als Foucault bezig zijn met in dit geval de brieven van Paulus en zijn opvattingen over ‘ander leven’ en een ‘andere wereld’. Deze komen aan bod in het boek van Gertjan van der Heiden ‘Het uitschot en de geest’. Behandeld worden teksten van Heidegger, Badiou, Taubes, Zizek en Agamben die in de brieven van de apostel materiaal zoeken als antwoord op  de hedendaagse trends van relativisme en particularisme. De verbindende vraag van deze denkers is of er als antwoord op deze trends ook absolute, algemene of universele kennis te vinden is. Ze zien daarbij Paulus als origineel filosoof. Van der Heiden ziet in het boek van Foucault en zijn beschrijving van de cynici als waarheidsgetuigen een parallel  bij Paulus als het gaat om de nadruk om een ‘ander leven’. Bij Paulus gaat het om de waarheid van de geest. En zoals bij de cynici de waarheid een schandaal vormt, heeft dat volgens de cynici zijn oorzaak in het onvermogen van mensen om hun leven in overeenstemming met hun denken te brengen. Iets dergelijks is te vinden in de brief aan de Romeinen hoofdstuk 7,15-21.  De cynische moed tot waarheid is dat zij de kloof tussen leer en leven aan de kaak durven te stellen. En in de eenheid tussen zijn-, denk-, en levenswijze draagt de cynicus een waarheid uit die moeilijk te hanteren is voor de mensen in de omgeving. De volgelingen van Christus worden eveneens geroepen om een nieuw en ander leven te leiden.

Toch is er volgens van der Heiden een belangrijk verschil tussen de cynici en het denken van Paulus. Bij de cynici gaat het om het soevereine denken van de cynicus. Denk aan het verhaal van de ontmoeting tussen Diogenes en Alexander. In de levensstijl van de christenen was dit ‘anders leven’ zichtbaar (zorg voor armen, samen komen en eten met elkaar delen) Maar in het denken van de eerste christenen wordt dit zelfbesef toegeschreven aan de werking van de geest. Het schandaal dat bij de cynici door hun  gedrag en soevereiniteit wordt opgeroepen is in de christelijke theologie eerder gekoppeld aan de kruisiging van Christus en de levenssituatie van het uitschot / de armen in de samenleving.

In Moed tot Waarheid laat Foucault zien dat de betekenis van parrhêsia gerelateerd raakt aan een relatie tot God, een openheid van hart, transparantie van de ziel die zich aan de blik van God aanbiedt en de beweging van de ziel die zich naar Almachtige opheft. De parrhêsia is in plaats van in horizontale relatie (moed tonen tegenover anderen die zich vergissen) in de verticale as te vinden van een relatie tot God waarin de ziel enerzijds transparant is en zich naar God opent en zich tegelijkertijd naar hem verheft. Dit is de verschuiving: ‘Van de waarheid , de parrhêsia als onverhuldheid wordt overgegaan op het idee van een relatie waarin de ziel tot God verheven, tot Zijn hoogte gestegen is, met Hem in contact is gebracht en haar geluk kan vinden’. (p. 371) Het is geen spreken meer, maar een open staan van de ziel die zich in haar waarheid aan God onthult en deze waarheid tot hem brengt. In een aantal teksten is parrhêsia een eigenschap, een kwaliteit of ook een gave Gods. God is zelf begiftigd met parrhêsia voor zover hij de waarheid zegt. Maar ook voor zover Hij zichzelf, zijn liefde macht of toorn manifesteert. Het zelf van God wordt ook parrhêsia genoemd. Tenslotte kan parrhêsia kan ook betrekking hebben op de aanwezigheid van God die zich verbergt en zich terughoudt, de God die de mens aanroept, maar ook toornig is. Dit is een totaal ander gebruik van parrhêsia dan in de Griekse traditie.

4. De werking van de politiek en misbruik van Parrhêsia.

Martine Prange is hoogleraar filosofie in Tilburg. In 2017 sprak ze een inaugurele rede uit ‘In het theater van de waarheid: parrèsia, vrijheid en verzet’. Ze gebruikt het boek van Foucault en past de kenmerken van parrésia op een interessante manier toe op de opkomst van het populisme en een goede werking van onze democratie. Interessant omdat mechanismen die al in de stadstaat in Griekenland voorkwamen nog steeds voorkomen. (Ik gebruik drie vrij op internet verkrijgbare teksten van haar.)

populismeSinds de verkiezing van Trump en zijn spreken over ‘alternative facts’ zouden we in een ‘post truth’ samenleving leven. Het lijkt er op of er in de populistische stromingen helemaal geen feiten meer zijn.  Het populistisch misbruik van het vrije woord kan een gevaarlijk neveneffect zijn van de democratie. Als niet is vast te stellen wie de waarheid spreekt, wie wel of niet ware kennis bezit, wie in staat is en het recht heeft tot het spreken van de waarheid, kan misbruik van ‘waarheidsspreken’ ontstaan. Dit zal dan leiden tot populisme, tot ‘vleierij van het volk’, zoals de Grieken het omschreven. Naast politiek en media kun je ook kijken naar hoe er wordt omgegaan met wetenschappers en de conclusies van wetenschappelijk onderzoek. Het lijkt er op of we in een waarheidscrisis zijn beland waarin de individuele onderbuik belangrijker is dan het intellect. Prange stelt dat er niet zozeer een gebrek aan waarheid is; er is, zo bezien, eerder een te veel aan waarheid. Maar het is nu juist het kenmerk van de democratie dat de werkelijkheid meerstemmig is en als een waarheidscrisis beleefd wordt. Ze schrijft: ‘Deze waarheidscrisis is echter kenmerkend voor de democratie. De democratie is naar haar aard tragisch en afgrondelijk, omdat ze zich niet in één absolute waarheid kan verankeren. Democratie is immers naar haar aard meerstemmig.’

kwade en goede2In de publieke sfeer van de democratie is verschil van mening en debat over waarheid tussen burgers en overheid een kernuitgangspunt. Dus ook het debat met populistische partijen. En juist hier helpt het begrip parrésia, waarheidspreken,  de werking van een goede democratie te verhelderen.  Ze spreekt over de ‘parrèsiastische paradox’ wat betekent dat de kracht van de democratie afhangt van haar vermogen ‘parrèsia’ – bij haar ‘het kritische vermogen van burgers en wetenschappers’ – te vergroten en daarmee ook het risico van haar eigen mogelijke ondermijning (door populistisch misbruik). Prange geeft een aantal spelregels voor het publieke debat die we al eerder tegen kwamen:

  • Vrijheid van meningsuiting wil niet zeggen dat iedereen zomaar alles kan zeggen. Het gaat er niet om dat iedereen z’n gal kan spuwen
  • Het gaat om een uitwisseling van opvattingen gestoeld op kritische reflectie. Wat is waar en onwaar en hoe brengen we een hiërarchie in waarden aan?
  • Het democratisch systeem is een platform, waar burgers, wetenschappers en politici met elkaar in een eerlijk en constructief gesprek gaan, waarin niet ‘gelijk hebberij’, maar tegenspraak, diversiteit aan meningen en consensusvorming centraal staan.
  • Tenslotte gaat het ook om het steeds kritisch evalueren van het democratisch systeem, het functioneren van machtsverhoudingen en werking van de instituties als het gaat om de participatie van burgers.

populisme 6Het is niet gemakkelijk om het waarheidsspreken van de populist en de parrèsiastès uit elkaar te houden omdat ze zeer verschillende uitgangspunten en strategieën hebben. De populist neemt het met de waarheid niet zo nauw. Hij hecht meer aan het ‘het volk’, en wat het  volk voelt en ervaart. De nadruk wordt gelegd op het gevoel en alles wat met verdieping en scholing wordt verbonden wordt gewantrouwd. ‘Waarheid’ wordt in dit neo-Romantische populisme voorgesteld als de uitdrukking van gevoelens, bij voorkeur gevoelens van xenofobie en nationalisme’. De parrèsiast, gebruikt zijn vrijheid van meningsuiting niet om een gevoel te uiten, maar om een constructieve bijdrage te leveren aan het publieke debat op basis van respect voor de waarheid en met oog voor het algemeen belang. Dus uit respect voor de waarheid, voelt de parrèsiast de plicht om deze uit te spreken in het algemeen belang. Prange schrijft:

‘We kunnen parrèsiastès en populist van elkaar onderscheiden op basis van morele integriteit, vriendschap en de waarheidsgrond. Waar de populist spreekt uit effectbejag en om het volk te vleien, spreekt de parrèsiastès uit streven naar de waarheid. Waar de populist moreel onbetrouwbaar is, is de parrèsiastès moreel integer. En waar de populist kritiek uit om verdeling te zaaien en te provoceren, doet de parrèsiastès dat om harmonie te bewerkstelligen en het algemeen belang te dienen’.

Uit het gesprek in de leesgroep

zielloosIk ben deelnemer van een leesgroep en we bespraken dit boek in twee bijeenkomsten. Bespreking 1. P. 11-186

  • Mooie doorkijkjes: vier vormen van waarheidspreken.
  • Kritische opmerkingen over de werking van de democratie. Pluriformiteit, verschillende deugden, iedereen is in het debat gelijk, (gele hesjes en gestudeerde mensen) een stem /One vote
  • Vraagstuk van rol van de goden in de tijd van Socrates.
  • Wie is er aan het woord. Foucault/Plato/Socrates.
  • Kern is de parrhêsia, waarheidspreken als ethisch spreken. Wat is de kern van het goede, de zorg voor kinderen, bewaren van de aarde. Waarbij je wel de andere vormen van waarheidspreken nodig hebt. Wetenschap, onderwijs (techne) de profeet.
  • Verschuivingen: politiek, waarheid, individu. Hier is het Foucault om te doen. Nieuwe politiek, nieuwe visie op waarheid, nieuwe visie op mens zijn.
  • In het gesprek kwam het thema van de zorg voor jezelf, de ander niet zo naar voren.
  • Drieslag Ethos, politieia en aletheia moet ook nog terug komen.

Bespreking 2. P. 187-403

  • Dynamisch omgaan met waarheid. Waarheidspreken, bestuur en subject zijn de domeinen die voortdurend met elkaar in verbinding zijn en elkaar beïnvloeden. Een dynamisch waarheidsbegrip en dit staat tegenover het idee van een vast definitieve altijd geldende waarheid.
  • We hadden verschillende opvattingen over welk deel van het boek het meest interessant was. In het eerste deel heeft Foucault veel bronnenmateriaal dat hij ordent voor de lezer en zo geeft hij veel nieuwe informatie. Bij de lezingen over het cynisme had hij minder de beschikking over bronnenmateriaal en lijkt hij meer zoekend te schrijven. Ook geeft hij meerdere keren aan dat iets verder uitgezocht moet worden of geeft hij aan te hopen dat hij hier nog tijd voor heeft. Zelf vond ik deel over de cynische filosofie inspirerend. Juist door het signaal dat door het schaamteloze wordt aangegeven, de spiegel aan de maatschappij. Het belang van het andere en ontregelende. Het inspireerde me in het steeds jezelf onderzoeken.
  • We zochten ook naar actuele voorbeelden van cynici die in deze traditie staan. Het kunstenaars-leven. Mensen die radicaal duurzaam leven. Maar tegelijkertijd vonden we dat mensen die kiezen voor minimalisme of die gaan leven in een Tiny house geen echte cynici. Wel spraken we over klokkenluiders en de man die de bouwfraude aan het licht heeft gebracht. Hij leefde in een caravan. Het is een gemakkelijke keuze omdat er voor deze mensen voldoende geld en keuzemogelijkheden zijn. Dat is anders als je niets te besteden hebt en in armoede moet leven. Iemand zei: een echte cynische leefstijl is als je honderd duizend euro wint in de loterij en de prijs niet ophaalt. Zo kwamen we op het begrip soevereiniteit in de ontmoeting tussen Diogenes en Alexander de Grote. De een leeft in een ton en dat is zijn vrije keus, de ander heeft een leger en een hofhouding nodig om iemand te zijn. Wie is er in deze situatie het meest vrij of soeverein?

Eigen verwerking

plaatjesDit fundamentele boek met ruim 400 pagina’s vraagt om lezing en bespreking, maar veel meer tijd dan ik er nu ingestopt heb. Het was goed dat we er met de groep twee avonden aan besteedt hebben, maar een begin van een verwerking was het schrijven van deze blog. Wat blijft er hangen?

  • Verhelderend voor mij was de visie van Foucault op wat filosofie vermag. Wat haar taak is. Hij onderzoekt het cynisme met als doel ‘het cynisme als het zuivere moment van een radicale herwaardering van de filosofische waarheid te maken, die weer de kant van de praxis, de toetsing van het leven en de verandering van de wereld geplaatst wordt’. Filosofie is zoeken van ‘waarheid’ die verbonden is met praxis en die gericht is op verandering van de wereld. Dit is een mooie opdracht voor elk filosofische gesprek.
  • De raakvlakken en verschillen tussen cynisme en het christendom zijn boeiend. Sowieso ben ik erg geïnteresseerd in de vraag naar de overgang tussen het Griekse denken en joodse traditie aan de ene kant en de opkomt van het christendom aan de andere kant.
  • Martine Prange verwerkt het gedachtegoed van Foucault zowel fundamenteel als praktisch als het gaat om de waarheidscrisis en de parrhêsiastische paradox. Hoe om te gaan met de vleierij van het populisme. Ben benieuwd of de leden van de tweede kamer bekend zijn met deze Griekse wijsheid en of ze zichzelf zien als mensen die de opdracht hebben om vrijmoedig de waarheid te spreken.
  • Zorg voor jezelf is altijd verbonden met zorg voor de ander en zorg voor de wereld. Dit zou een mooi uitgangspunt kunnen zijn voor een klimaatgesprek.
  • De drie transformaties die Foucault voor zich ziet zijn een uitdagende oproep. Als je in de krant leest over gele hesjes, vliegschaamte, vele doden in Afrika en Azië door tekort aan medische zorg dan wordt bevestigd dat deze tijd nieuwe normen, zelfpraktijken en verhoudingen nodig heeft.
  • Een klein zijpaadje. Foucault spreekt over het nihilisme: ‘Probleem van het nihilisme is niet: als God dood is, is alles toegestaan, maar hoe moet ik leven als ‘niets is waar’ onder ogen moet zien?’. p. 223.224. zijn antwoord: Het cynisme herinnert er aan: er is een beetje waarheid nodig als je werkelijk wilt leven en een beetje leven als men aan waarheid hecht.

 

 

Literatuur

Michel Foucault. De Moed tot waarheid. Boom Amsterdam 2018

https://www.socialevraagstukken.nl/populist-maakt-in-democratie-misbruik-van-waarheid/

https://universonline.nl/2017/05/02/de-kracht-van-de-waarheid>

https://bijnaderinzien.org/2018/11/11/waarheidsspreken-in-tijden-van-post-truth-foucault-parresia-en-populisme/


Ontdek meer van Filosofie lezen

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Plaats een reactie