Het goede leven en de vrije markt

generatie ik‘De vrije markt is als een ongetemd volbloedpaard dat getemd moet worden om werkelijk bij te dragen aan het goede leven en de bloei van wie we zijn. ‘Temmen’ gaat over teugels. Als we het bovenstaande nog wat meer samenvatten, kunnen we spreken van twee teugels waarmee de vrije markt ons daadwerkelijk brengt tot menselijke bloei. De ene teugel bestaat uit goed functionerende instituties. De tweede teugel bestaat uit een bij de vrije markt passende ‘mentaliteit’, ‘moraal’ of persoonlijke en collectieve ‘cultuur’. Het gaat hierbij om hoe we onszelf ervaren, in ons slagen en falen, in ons verlangen naar macht en volmaaktheid én in onze eindigheid en kwetsbaarheid, kortom, in hoe we ‘een goed mensenleven ervaren als een zinvol leven’. De schrijvers op de website Brainwash

De genoemde drie schrijvers Ad Verbrugge, Govert Buijs en Jelle van Baardewijk schreven vier jaar geleden een voorstel voor het vak filosofie op de middelbare school en wonnen de aanbesteding. Het resultaat is een dik boek van 450 bladzijden, een overzicht van 2000 jaar denkgeschiedenis, bronteksten van de belangrijkste filosofen en genoeg denk- en discussiemateriaal voor VWO klassen, filosofiegroepjes en anderen die deze tijd met al zijn ontsporingen willen begrijpen. groene economie

De centrale vraag van het boek is in hoeverre onze vrije markteconomie, die zich in samenspel met kapitaal en technologie ontwikkelt, bijdraagt aan het goede leven.

Het westerse project van bevrijding van de mens, die vooral gestalte krijgt in de wetenschappelijke, technische en organisatorische beheersing van de wereld – is ogenschijnlijk het uitgesproken antwoord op de vraag naar het goede leven. Toch stellen de schrijvers hier vragen bij.

Het denkframe dat de schrijvers door het hele boek heen gebruiken is dat van vijf bestaanscondities. Deze worden niet bekeken vanuit het idee van ontplooiing, maar als essentiële bestaansvoorwaarden. Het gaat om die condities waarbij de vrijheid van mensen gebonden is door de voorwaarden die buiten het individu vallen, terwijl ze het leven van mensen wel bepalen en tegelijk beperken. Het gaat om de kernbegrippen: relaties; instituties; lichaam; natuur en zin. Om een beter beeld te krijgen geef ik een korte beschrijving van de vijf onderscheiden condities.

  • Een mens komt voort uit en is aangelegd op relaties en is zo onderdeel van diverse gemeenschappen, van private relaties tot en met de politieke gemeenschap.
  • Mensen organiseren zich in instituties: met meerdere mensen gedeelde handelingspatronen en organisatorische verbanden de hen in staat stellen gezamenlijke zaken te realiseren die het individuele overstijgen.
  • Lichaam. We zijn lichamelijke wezens – of we dat nu willen of  niet, met de daarmee gegeven mogelijkheden, beperkingen en behoeften.
  • Via ons lichaam zijn we verbonden met de natuur zonder welke we niet kunnen bestaan.
  • De mens overstijgt het lichamelijke en het natuurlijke in zijn gerichtheid op betekenis in het leven, de zindimensie van de menselijke conditie.

Om tot een goede duiding van de vraag te komen wordt er bij de 5 bestaanscondities een ideeëngeschiedenis gegeven, waarbij de belangrijkste bronnen uit de westerse cultuurgeschiedenis aan bod komen. De schrijvers spreken over zogenaamde contrastbronnen. Bedoeld is dat de antwoorden die in andere tijden en culturen zijn geformuleerd, onze eigen situatie in een nieuw licht kunnen zetten en verhelderen. De contrastbronnen die in het eerste deel: ‘Het goede leven: toen en nu’ aan bod komen zijn  allereerst de deugdethiek van Aristoteles; Vervolgens de traditie van het christendom inclusief de reformatie en de opkomst van het denken over individu, arbeid en arbeidsethos. De derde bron is Descartes en het subject- objectdenken dat aan de basis staat van wetenschappelijk onderzoek en technologische ontwikkeling, maar ook het vrij worden van religieuze beelden in de periode van de verlichting. De vierde bron is de opkomst van de vrije markt aan het einde van de achttiende eeuw als wezenlijk onderdeel van de moderniteit als een project van bevrijding.

In het tweede deel van het boek: ‘Vijf dimensies van het goede leven’ komen de vijf dimensies met al z’n kenmerken, verschillende perspectieven en dilemma’s aan bod. En elk hoofdstuk in dit deel wordt begonnen met de beschrijving van een voor dit domein typerende film. Het boek eindigt met een aantal bronteksten van filosofen die aan bod zijn gekomen. In deze twee delen komen tal van begrippen en filosofische denkers aan bod die hun licht werpen op de basisvragen. Dit is het studieuze informatieve blok van het boek. Maar wat is nu het punt dat ze willen maken?

In het slotwoord,  dat te lezen is als een samenvatting, stellen de schrijvers dat er drie mogelijke paradigma’s te zien zijn, die in deze tijd een antwoord geven op de vraag naar het goede leven. Allereerst het paradigma van de agapé, de christelijke naastenliefde. Het tweede is dat van de rationele humanisme. En de derde mogelijkheid – die zij als dominant zien – is die van antihumanisme, waar de schrijvers het begrip hypermoderniteit aan koppelen. In het hoofdstuk over ‘zin’ komt dit sleutelbegrip uitgebreid aan bod. Ik probeer hier het betoog van de schrijvers te volgen.

De schrijvers sluiten allereerst aan bij Charles Taylor die een analyse heeft gegeven van het speelveld van ervaringen en opvattingen over zin in de moderne tijd. Taylor stelt dat er fragmentarisering of pluralisering optreedt doordat de religie als zin-kader minder dominant is geworden. Toch stelt hij dat er in die veelheid van opvattingen een rode draad te onderscheiden is nl. die van de grenzeloze verbetering van de wereld.

sterrenTaylor spreekt in dit verband over de supernova van de zinontwikkeling. In zijn hoofdwerk ‘Seculiere tijd’ stelt hij zich de vraag: Hoe heeft het denken van mensen over God, zichzelf, zingeving en het goede leven zich ontwikkeld sinds het jaar 1500 toen nog iedereen (in de westerse wereld) uitging van geloof in God? Zijn antwoord is dat het christendom (en met name de reformatie) een levenskader bood dat deels door de kerk werd opgelegd, maar dat ook van binnenuit werd beleefd. Een kader waarin zelfreflectie belangrijk werd. Hoe leef ik goed in de ogen van God? Deze zelfreflectie leidde tot een concentratie op de mens zelf, zijn vermogen tot zelfdiscipline. Vervolgens ontwikkelde zich in de eeuwen daarna het besef dat je het in het leven toch vooral zelf moet doen. De nadruk kwam te liggen op zelf en verstandig nadenken, los van de regels en voorstellingen vanuit het geloof. Dit alternatief voor het christendom werd seculier humanisme genoemd. Maar dit seculier humanisme werd vervolgens ook weer onder kritiek gesteld als oppervlakkig, leeg en onwaarachtig. In de negentiende eeuw ontstaat een wijze van denken die tegen de verlichting en het humanisme in gaat. Anti-humanisten zijn bijvoorbeeld Marx en Nietzsche. De brave wereld van het christendom en humanisme wordt ontmaskerd en doorgeprikt als een lege constructie of bovenbouw die mensen afhankelijk maakt.  De ontwikkeling van deze drie mogelijke, onverenigbare levensbeschouwelijke opties wordt door Taylor het Novaeffect genoemd. Een uiteenvallende ster.

Het thema dat Taylor uit deze ontwikkeling destilleert is de centrale vraag van wij vrijheidmensen n.l. hoe zij goede mensen kunnen zijn, die zelf verantwoordelijkheid dragen voor hun eigen lot en leven, met alle mooie en minder mooie kanten die daar bij horen. In een beeld: De moderne mens staat eenzaam in een doelloos en zinloos universum. Tragisch en niet altijd makkelijk, maar ik, wij, de mensen. We staan er wel!!!

Kortom we zitten filosofisch gesproken in onze cultuur met drie onderscheiden en vaak tegenstrijdige en soms elkaar aanvullende levensbeschouwingen. Het is alsof Augustinus, Voltaire en Nietzsche nog steeds met elkaar in gesprek zijn. Een mogelijk antwoord dat uit dit gesprek zou kunnen komen zien de schrijvers in de schrijver Camus die, met zijn roman De Pest, laat zien hoe de moderne mens, in de roman is dit een dokter, trouw zijn werk doet in een stad waar veel mensen ziek zijn door de ziekte van de pest. Deze dokter gaat niet uit van de christelijke naastenliefde (Augustinus), de rede (Voltaire)  of een waarden-creërende Ubermensch (Nietzsche) . Het gaat om een huisarts, die is waar hij moet zijn. Die niet wegloopt als het moeilijk wordt. Maar waarom blijft hij eigenlijk? Hij blijft. Hij is waar hij is en doet wat hij moet doen en is trouw.

In de analyse van de camusschrijvers kritiseert Camus het christendom en Nietzsche, maar verbindt hij de twee levensbeschouwingen ook. Voor goed handelen is er volgens Camus geen eeuwigheid, onsterfelijkheid en geen God nodig. Maar ook de derde positie – de wil tot macht – wordt niet beleden. Het gaat om een nieuw besef van immanente zingeving die volgens de schrijvers wordt bevestigd door de onderzoeken van Frans de Waal naar besef van empathie bij apen en de ontdekking van het mechanisme van spiegelneuronen bij de mens, waardoor we ons in kunnen leven in de emoties en het gedrag van anderen. Ook al is er strijd tussen de posities, de vraag naar agapé, naastenliefde (ik begrijp dit als moreel denken en handelen) als de hoogste zinoriëntatie voor de mens blijft een centraal thema.

De neoliberale revolutie.

baby -economieToch is er een kanteling gaande in het denken over wat het goede leven is. Na de anti-burgerlijke jaren zestig gaan volgens de schrijvers mensen hun heil zoeken op de markt. Dit gebeurt sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw. Het is te zien als een radicale omslag in de moraal. Het goede leven betekent sindsdien succesvol zijn op de markt. Wil je jezelf als mens succesvol en geslaagd onder ogen kunnen komen moet je niet in de zorg, het onderwijs of bij de overheid gaan werken, maar in het bedrijfsleven of als zelfstandig ondernemer. De economie krijgt een bijna religieus mandaat voor alle ontwikkelingen. Zij wordt het ideologisch voertuig voor de nieuwe mens en de nieuwe samenleving. Ze benoemen deze kanteling van denken als hypermoderniteit.

….het streven naar het volmaakte, absoluut gelukte en gelukkige leven manifesteert zich nu inderdaad niet meer in de politiek, maar op het individu en van individuele ondernemingen, in directe relatie met de vrije markt. Het ideologische streven naar een betere wereld is nu radicaal geïndividualiseerd. p. 320.

economieToch is er,  naast de neo-liberale wending en zijn geïndividualiseerde aanspraak, volgens de schrijvers ook een collectief idee zichtbaar. In de hypermoderne samenleving is er ook sprake van een uniforme zin-dynamiek, een levensgevoel en bezieling waarmee mensen hun wereld als geheel tegemoet treden. Deze vorm van moderniteit, (hypermoderniteit), is gebaseerd op de vrije markt als haar kerndomein en is in de maatschappij terug te vinden op verschillende manieren:

  1. In de belevenis en transformatie-economie.
  2. In de opbouw van de meritocratische prestatiesamenleving die grote nadruk legt op de psychische draagkracht van mensen
  3. Het project van de technologische verbetering van de wereld.

Uitgewerkt:

  1. Belevenis en transformatie-economie. Lang werd onze economie gekenmerkt door landbouw en handelsactiviteiten. Vervolgens volgde hierop door de industriële revolutie de goedereneconomie en van daar uit een diensteneconomie. Tegenwoordig komt hier de beleveniseconomie bij. (aanbieden en consumeren van sensaties) Mogelijk ontwikkelt zich op dit moment zelfs een nieuwe vorm van economie in de vorm van betekeniseconomie. Bedoeld is dat mensen als mens willen groeien en steeds opnieuw toegevoegde waarde zoeken in hun leven door zinvol of betekenisvol handelen. Denk aan de populariteit van het blad Happinez, tal van cursussen en mogelijkheden tot coaching en de interesse in filosofie. Op deze manier is betekenisgeving economie of markt geworden. Maar mogelijk is deze interesse voor diepgang en zingeving toch vluchtig of een lightversie van de traditionele religies.
  2. Meritocratie. De nadruk op de vrije markt in de vorm van het neo-liberale zakkenvullergedachtegoed kun je zien als een vorm van geloof met zijn belofte van vooruitgang, vrijheid en volmaaktheid. Dit geloof is bereikbaar voor ieder individu. Het gaat er om succesvol te zijn, het beste van je eigen leven maken, en een ster te zijn in je eigen universum. Daarbij is een ding echt belangrijk n.l. dat je maar één leven hebt dat je nu moet leiden. (YOLO You only live once) . De schrijvers zien dit als de immanente druk van de moderniteit. Er is namelijk geen tweede kans. Het is jouw keuze en prestatie en dus verdienste (meritocratie). Zoals vroeger arbeid ten dienste stond van God en de medemens, is arbeid, inkomen en status nu gericht op het individu in een soort hiërarchische orde. Maar wie geen plek in die hiërarchie verwerft is een loser en dit geeft een grote psychische druk op mensen. Het gaat om optimaal produceren, consumeren en concurreren. Maar niet iedereen kan een Steve Jobs zijn, waardoor het idee van falen op de loer ligt. Vanuit de hoek van psychotherapeuten komt het signaal dat dit alles voor met name jongeren een moeilijk draagbare last is. (De Wachter, Verhaeghe). De schrijvers constateren dat de beloofde vrijheid in zijn tegendeel omslaat. Ze schrijven: ‘Het prachtige idee van een vrije markt als een creatieve coöperatieruimte van en voor mensen wordt effectief om zeep geholpen door diegenen die zich erop laten voorstaan de vrije markt te verdedigen maar er de facto een nieuwe dwangbuis en ratrace voor het individu van maken’. p. 328
  3. gekgedraaidTechnische vervolmaking. Het samenspel van techniek, wetenschap, economie en kapitaal is erg aantrekkelijk. Het belooft de bevrijding van de mens door beheersing van datgene wat ons als mensen kan bedreigen. Zo sterk dat het bezielend en zingevend is. Als het gaat om natuur, lichaam, relaties en instituties is er veel verandering gaande. Als het gaat om het lichaam raken mens en apparaat steeds meer met elkaar vermengt. Via ICT krijgen mensen steeds meer mogelijkheden in het leggen en onderhouden van relaties. Maar daar zitten ook gevaren aan. Als het grote organisaties en instituties is er sprake van globalisering, waarbij grote ondernemingen steeds minder gebonden zijn aan staten en steeds minder belasting betalen, met gevolg voor de financiering van bijvoorbeeld gezondheid en onderwijs.

Wat opvalt bij deze moderne betekenissystemen is dat er weinig ruimte voor de volwassenkwetsbaarheid van het goede leven is. De schrijvers benadrukken dat je de vijf dimensies: relaties, natuur, lichaam, instituties en zin niet zomaar uit of aan kunt zetten. Terwijl de ideologie van het hypermodernisme de boodschap geeft dat alles maakbaar en te bepalen is, moeten we feitelijk constateren dat veel zaken voorgegeven zijn. We kunnen ons lichaam niet kiezen, we kiezen de mensen om ons heen niet zelf, we kunnen er niet voor kiezen om niet afhankelijk te zijn van de natuur en we zijn onredelijk als we zouden zeggen dat we zonder institutionele kaders zouden kunnen leven. Wel kunnen we onze zingevende kaders kiezen, maar niet dat we zin zoekende wezens zijn. Kortom de mens is meer kwetsbaar en afhankelijk dan we willen toegeven. De vraag is hoe wekracht van kwetsbaarheid om willen gaan met deze kwetsbaarheid?

Martha Nussbaum geeft hiervoor twee onderscheiden strategieën.

De eerste strategie is die van immunisering of beheersing. Een werkwijze gericht op maximale controle over afhankelijkheidsfactoren. De ziel van de mens die deze strategie kiest is hard, ondoordringbaar en deze mens vertrouwt alleen datgene dat stabiel en onveranderlijk is. Deze mens bindt zich niet gemakkelijk aan andere en blijft liever op zichzelf. Het gaat om helderheid te krijgen over wat er gaat gebeuren en het liefst wordt er een allesbeheersend overzicht of model waarbinnen alle gevoelens en ervaringen in ingedeeld kunnen worden. In moderne termen gaat het om het leven te leven als een rationeel individueel project.

De tweede strategie is die van de beaming van de kwetsbaarheid van het leven. Het leven van een mens is als een plant die water behoeft. De richting is die van een navigator die poogt koers te houden in zeer wisselende omstandigheden. De ziel is hier open en ontvankelijk. Deze mens durft het risico aan van vertrouwen in het veranderlijke. Men begeeft zich onder vrienden in een gemeenschap. Samen wordt aristotelisgeprobeerd koers te houden te midden van de ontwikkelingen en bedreigingen. Nussbaum noemt de eerste strategie het Platomodel en het tweede het Aristotelismodel.

Als het gaat om de onderzoeksvraag naar het goede leven en de vrije markt kun je beide strategieën daarop ook toepassen en wordt  de laatste decennia een alternatief gezocht voor de hypermoderniteit. Niet meer het verlangen naar totaalbeheersing, maar zorg voor de condities en grenzen van het mens-zijn.

Goed en zinvol leven is

Dimensie Beschrijving Noodzaak tot reparatie
Relationeel     Zorg voor anderen is o.a. gebaseerd op het christelijke begrip agapé, de liefde voor de naaste. In verschillende religies is de liefde of compassie voor anderen een belangrijk zingevend element. Denk daarbij ook aan Ubundu, rahmah en het doen van Zakat (islam) en het meer humanistische begrip altruisme. Gevaar dat de markt gericht is op vrijheid en beleving, maar dat daarmee de nadruk komt te liggen op vrijblijvende transacties tussen mensen.
Institutioneel. zorg voor familieverbanden, buurtgroepen/coöperaties en politiek. Maatschappelijk middenveld van actieve burgers tegenover overheid en bedrijfsleven. Bedrijven hebben een enorme macht over ons leven zonder dat ze democratische verantwoording hoeven af te leggen.
Lichaam Aandacht en zorg voor sport, koken. Het lichaam is het terrein van marketeers die mensen prikkelen om er mooi en lekker uit te zien.
Leefomgeving en natuur Zorg en betrokkenheid bij de buurt, tuinieren, landbouw.  Denk daar bij ook aan het ecologisch bewustzijn (Ton Lemaire, Bruno Latour) De natuur is iets wat grenzeloos exploiteerbaar is en wat mensen goedkoop mogen gebruiken.
Zingeving Aandacht en zorg voor kracht van religie, filosofie, ziel. Maar ook tradities, rituelen. Ook betekenisgeving valt te prooi aan snelle beleving, hier en nu.

Al deze dimensies vormen de substantialiteit van het bestaan. Een anders omgaan met vrijheid. Op de website Brainwash zeggen de schrijvers het als volgt:

‘Werkelijke vrijheid blijkt pas mogelijk dankzij medemensen, instituties, ons lichaam, de natuur en misschien ook dankzij een bepaalde zinervaring. Bij het streven naar vrijheid en bevrijding van het individu zal rekenschap gegeven moeten worden van deze vijf dimensies waarin het goede leven gestalte krijgt. Onze stelling is dat indien dit niet gebeurt, deze dimensies zich vanzelf zullen doen gelden in ons bestaan en zich op ons en onze vrijheid zullen wreken’.

Verwerking

  • groei economieDe schrijvers hebben durf om ons huidige economische systeem onder het filosofische vergrootglas te leggen en de wortels van ons doen en denken te analyseren. Zij trekken grote lijnen, houden een spiegel voor en dagen zo de lezer uit. Het is alleen maar te prijzen dat vwo leerlingen geïnformeerd worden over de werking en rol van de economie en de grenzen waar we als mensheid tegen aan lopen.
  • De filosoof Taedes Smedes stelt in zijn recensie van het boek op bol.com dat het standpunt over de hypermoderniteit een wat zwarte sombere voorstelling van zaken is en weinig ruimte geeft voor werken aan verandering. Mogelijk speelt mee dat de schrijvers een protestante achtergrond hebben. (de mens is tot geen enkel goeds in staat) De door hen geciteerde Charles Taylor stelt  in Malaise van de moderniteit ook vragen onze tijd, maar ziet ook goede bedoelingen in de cultuur maar daarbij zijn wel reparatiewerkzaamheden noodzakelijk. Ik ben benieuwd hoe de docenten filosofie het betoog in ‘de vrije markt en het goede leven’  beoordelen.
  • Wat neem ik inhoudelijk mee? Het maatschappelijke economische systeem waar we pikettiallemaal deel van uitmaken is zeer complex. Rationaliteit, techniek, individualiteit en vrijheid om je te ontplooien komen bij elkaar. Sterker het is een levensvisie en levensgevoel geworden met sterk religieuze trekken. Het is een geloof, waar veel mensen zich in herkennen en wat ze onderschrijven. Tegelijk verdoezelt dit geloof een aantal zaken. De vijf levensdomeinen (relaties, natuur, zingeving, instituties en lichaam) zijn niet alleen beschrijvend, maar geven ook de begrenzingen aan waar we mee te maken hebben als mensen. In termen van Nussbaum zijn het kwetsbaarheden die inherent zijn aan het leven. Aan het denken over het goede leven gaat het niet alleen over vrijheid en ontplooiing, maakbaarheid en belevenis, maar ook om betekenisgeving, zingeving, omgaan met begrenzingen. Dit vraagt om spirituele oefening en levenskunst.
  • De schrijvers stellen dat het debat tussen Augustinus, Voltaire en Nietzsche nog steeds niet voltooid is. In andere woorden het debat tussen agapé, rede en nihilisme. Toch geven de schrijvers met hun paragraaf over het boek De Pest van Camus een antwoord op hun eigen vraag. De arts is doet zijn werk, stelt zich beschikbaar en is trouw aan de zieke mensen. Hij heeft geen ideologie (christendom/humanisme) nodig, maar zijn praktijk is zinvol en overstijgt de nihilistische mensvisie zonder de pretentie van een Übermensch te zijn. Het gaat hier niet alleen om de grenzen en kwetsbaarheid van het menselijk leven, maar ook om moreel denken en handelen. Nodig is een nieuw soort mensbeeld. Ook hier is het denken van Taylor dienstbaar als het gaat om het mechanisme van de onthechte rede en het puntvormig zelf en aan de andere kant het herkennen en onderschrijven van sterke waarderingen. In het boek is dit het thema van de agapé, menselijke naastenliefde. Zie:
  • Ik denk dat de grote maatschappelijke vragen van dit moment zoals sterker wordende maatschappelijke ongelijkheid, klimaatverandering en de verschraling van het persoonlijke leven niet alleen vanuit de filosofie behandeld kunnen worden, maar daarvoor zijn ook andere hulpwetenschappen als psychologie, theologie of sociologie voor nodig om zo een bredere kijk te ontwikkelen.
  • Zoals Marx al schreef gaat het niet alleen om de beschrijving van de werkelijkheid, donutmaar om deze te veranderen/verbeteren. In dit geval gaat het ook om transitiedenken. Hoe komen veranderingen tot stand en welke ‘ínterventie’ is daar voor nodig? In het citaat waar deze blog mee begint geven de schrijvers hun eigen denkrichting. De economie is een volbloedpaard dat getemd moet worden. In hun visie op twee manieren De ene teugel bestaat uit goed functionerende instituties. De tweede teugel bestaat uit een bij de vrije markt passende ‘mentaliteit’, ‘moraal’ of persoonlijke en collectieve ‘cultuur’. Het gaat hierbij om hoe we onszelf ervaren, in ons slagen en falen, in ons verlangen naar macht en volmaaktheid én in onze eindigheid en kwetsbaarheid, kortom, in hoe we ‘een goed mensenleven ervaren als een zinvol leven. In mijn woorden een nadruk op de rol van instituties en organisaties in het maatschappelijk middenveld die de denkbeelden van burgers kunnen bundelen tegenover de macht van de overheid en de grote multinationals. En als tweede teugel een passende mentaliteit, cultuur en besef van wereldburgerschap. Mensen worden zo uitgenodigd om verantwoordelijkheid terug te pakken voor wat zij zien als zinvol en goed leven los van de neo-liberale ideologie die vrijheid belooft, maar mensen feitelijk onvrij maakt.

Tot slot. Ik vond op internet de eindtermen van het VWO Filosofie examen 2020-2023. Hierbij een stukje. Om zelf te oefenen.

Algemene eindtermen examen filosofie 2020-2023

  1. De kandidaten kunnen aan de hand van de vijf dimensies van het goede leven (relaties, instituties, lichaam, natuur, zin) een beargumenteerd standpunt innemen over de vrije markt. Daarbij kunnen zij de volgende aspecten betrekken, deze uitleggen en er voorbeelden bij geven: ‘verdikking’ van marktrelaties (relaties), begrenzing van de markt (instituties), consumptieve weerbaarheid (lichaam), ecologische transitie (natuur) en een holistisch vrijheidsbegrip (zin).
  2. De kandidaten kunnen een begripsanalyse maken van het goede leven, vrijheid, markt, arbeid, institutie, lichaam, zin, relatie en natuur. Daartoe kunnen zij:

– verschillende definities opstellen;

– vooronderstellingen bij deze definities aangeven;

– implicaties van deze definities weergeven.

  1. De kandidaten kunnen verschillende opvattingen over het goede leven, vrijheid, markt, arbeid, instituties, lichaam, zin, relaties en natuur herkennen, uitleggen, vergelijken, toepassen en bekritiseren aan de hand van voorbeelden of casussen en een beargumenteerd standpunt innemen over deze opvattingen.

 


Ontdek meer van Filosofie lezen

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Plaats een reactie