Markus Gabriel Waarom de wereld niet bestaat

  1. Inleiding

hoofd markus GDe titel van het boek van Gabriel is uitdagend en fris. En zo is ook de schrijfstijl van deze jonge Duitse filosoof. Toch verhult de titel waar het boek werkelijk over gaat. Het gaat niet over de  planeet aarde of het universum, maar over het idee dat er geen uiteindelijke werkelijkheid is, waar wij allemaal onder vallen en dat alles bij elkaar houdt. Als hoogleraar kennistheorie houdt Gabriel zich bezig met metafysica en door te stellen dat de wereld niet bestaat betoogt hij dat het idee een ‘bovenwereld’ niet klopt. Want hoewel veel mensen niet meer in God geloven zijn er nog veel restanten van het metafysisch denken te vinden in begrippen als de natuur, de kosmos, het Al. In Trouw zegt hij:

“De vaststelling dat de wereld niet bestaat, heeft belangrijke consequenties. Het geeft je om te beginnen een wapen tegen reductionisme. Want ‘de wereld’ bestaat niet, maar al het andere wél. Het enige dat je verliest is een illusie. We leven in een tijdperk waarin uit naam van de wetenschap veel kennis wordt vernietigd. Met mijn filosofie krijg je al die kennis terug’.

Hij bedoelt dat we de wetenschap en het wetenschappelijk denken veel ruimte hebben gegeven of beter gezegd: het primaat van kijken ligt bij de wetenschap. Alleen door wetenschappelijk te kijken krijgen we kennis van de waarheid. Een boom bestaat bijvoorbeeld uit elementaire deeltjes en processen, maar daardoor kunnen we niet meermetafysica 3 goed ervaren wat een boom voor ons is. De schoonheid, de kracht, de veiligheid of de symboliek. Zijn thema is de wijze waarop we naar de werkelijkheid kijken. Als je alleen natuurkundig wetenschappelijk kijkt en aandacht hebt voor het fysieke -hij noemt dat naturalisme – dan degradeer je andere manieren van kijken. Zijn insteek is om de metafysica af te schaffen. Toch gaan ook veel bekende filosofen uit van een geheel of al. Kant en Husserl, maar ook Jürgen Habermas gaan niet uit van het idee van een bovenwereld, maar tegelijkertijd blijven ze vast houden aan het idee van een geheel om betekenisvol te kunnen handelen. Gabriel pleit echter voor een leven en denken dat uit gaat van thuisloosheid. Een vrije levenshouding waarbij mensen geen houvast hebben in geloof, cultuur, of wereldbeeld. Hij zegt:

“Zonder metafysica is de mens vrijer, daar ben ik van overtuigd. Je kunt niet meer gereduceerd worden tot je brein, of tot je ziel, tot je etniciteit of nationaliteit, of tot überhaupt één domein. En er is ook geen God of zoiets die bepaalt wie je bent. Je mag het zelf bepalen”.

Wat er volgens hem op het spel staat is dat het metafysisch denken, het denken in een laatste instantie of een overkoepelende waarheid, mensen uitsluit, discrimineert of aanzet tot oorlog. In een citaat:

“Het begon ermee dat ik telkens weer mensen ontmoette die zich vastklampten aan hun identiteit en uit naam daarvan anderen uitsloten of geweld pleegden. Ik had een hindoestaanse vriendin, uit een gegoed geslacht uit Noord-India. Deze familie vond zichzelf ‘Arisch’ en keek neer op de ‘zwarten’ uit het Zuiden van India. Ik vond dat stuitend. Ook het naturalisme komt altijd met een verhaal over secularisatie en het Westen. Wij voelen ons verenigd tegen de rest. Dat schept een thuisgevoel, maar het is een koud thuis, een Kalte Heimat. Dit idee dat er dat er zo’n thuis is, daar wil ik van af.”

metamorfose-van-metafysica-drie-dubbel-darwin-2Je zou het boek allereerst kunnen zien als een kennistheoretisch vertoog over de zijnsleer. Zo’n kennisleer beschrijft de eigenschappen, of breder: het zijn van het geheel van dingen, “entiteiten” of ook zijnden genoemd, waarvan aangenomen wordt dat ze bestaan of beter: zijn. Maar en dat wil hij aantonen, er is geen regel of wereldformule die alles in de wereld kan omvatten. Er is geen alomvattende zin of metafysica. In de hoofdstukken over Religie, kunst en televisie werkt hij zijn ‘zijnsleer’ van het Nieuw realisme meer praktisch uit.

 2. Hoofdlijnen

Ik loop een aantal hoofdlijnen uit het boek na.

In de inleiding komen de meeste centrale begrippen van het boek al kort voorbij. In een klein voorbeeld maakt hij al veel duidelijk. Als je gaat eten met vrienden in een restaurant zou je dan een alomvattend gebied kunnen maken van de gebeurtenis. Een cirkel die om alles dat bij bijvoorbeeld een restaurantbezoek hoort te beschrijven?  Het begint al met de gasten die aan verschillende tafels met hun eigen groepsdynamiek een eigen sfeer neerzetten; dan is er het personeel, de eigenaar, de koks; dan is er de inrichting, de kleur, de ruimte, de meubels. Maar je kan ook  nog denken aan gebeurtenissen op subatomair niveau en celdelingen, spijsvertering en hormonale schommelingen. Tenslotte kun je ook nog kijken naar bacteriën en insecten en spinnen.f7d7043c6629f40216288475a5acda97--the-frog-prince-to-find-outTussen deze gebeurtenissen en objecten bestaat samen hang, maar tussen andere volstrekt niet. Hoort de spin die op het plafond zit bij het restaurantbezoek.? Kortom veel gebieden, kleine werelden en perspectieven. Ze bestaan echt en niet alleen in de verbeelding. Maar je kunt niet zeggen dat er tussen al deze gebieden, werelden en perspectieven een verband of een eenduidige waarheid bestaat.

In hoofdstuk een  start hij met de rol van de filosofie die hij ziet als steeds opnieuw vragen stellen bij ‘wat gewoon is’. Hij citeert René Descartes die de filosofische grondhouding typeerde als de noodzaak om minstens één keer in het leven te twijfelen aan alles waarin men normaal gesproken gelooft. In dit boek is de centrale filosofische vraag: hebben het menselijk leven, de geschiedenis, en de kennis van de mens wel zin? Is de werkelijkheid waarin we leven niet een illusie. Meer toegespitst is de vraag waar vindt al ons handelen plaats? Wat bedoelen we met de begrippen ‘universum’ en ‘wereld’. Om deze begrippen preciezer te duiden introduceert hij het begrip Object gebied: dit is het gebied dat bepaald type objecten bevat en waarin vaststaat volgens welke regels die objecten met elkaar verbonden zijn. Voorbeelden zijn: de politiek, het planetenstelsel en het gebied van de natuurlijke getallen. Planeten en woonkamers behoren niet tot hetzelfde objectgebied. Regels en wetten bepalen wat tot een objectgebied behoort. Er bestaan oneindig veel objectgebieden. Het universum is het objectgebied van de natuurkundigen. Als we onze woonkamer in het universum plaatsen veranderen we van objectgebied. Universum verwijst ook naar de alomvattendheid en naar het materiele.Universum

Wereld wordt geassocieerd met de planeet Aarde, met ‘werelden’ zoals de wereld van de roman of de wereld van de Aboriginals. De wereld is een samenhangend geheel van objecten en dingen, maar ook van feiten. En objectgebieden. Het terrein van de feiten kent structuren en is onderverdeeld in regio’s, in ontologische provincies. Deze objectgebieden zijn vooral het gevolg van ons spreken, van taal, van ons indelen. Ook Ludwig Wittgenstein houdt zich bezig met de wereld, rol van taal en feiten. Hij stelt: 1. De wereld is alles wat het geval is, en 2. De wereld is de totaliteit van feiten, niet van de dingen. Gabriel legt deze indeling uit door de analyse van het beeld van een appel op een fruitschaal. Het is mogelijk dat de appel groter is dan de fruitschaal of dat de appel niet op de fruitschaal ligt. Het zijn dan de feiten die de verhoudingen tussen de dingen bepalen. Een feit is datgene dat waar is over iets. Het is waar dat de appel zich op de fruitschaal bevindt. Feiten zijn voor de wereld net zo belangrijk als dingen of objecten. Een wereld zonder feiten bestaan niet.

fabre_brein2Gabriel bouwt deze redenatie op omdat het constructivisme veel invloed heeft. Het constructivisme gaat uit van de aanname dat het niet mogelijk is om een feit ‘op zich’ te kunnen vast stellen, maar dat we alle feiten en gebeurtenissen zelf geconstrueerd hebben. In de geesteswetenschappen speelt dit inderdaad. We analyseren een gedicht of Bijbelverhaal vanuit de structuralistische of psychoanalytische methode. De manier van analyseren levert bepaalde resultaten op. Toch is het gevaarlijk om fictie en feiten niet goed uit elkaar te houden. Met een bepaald register van begrippen ordenen we onze werkelijkheid. Er bestaat een complex verband tussen feiten (materieel, wetenschappelijk) en kennis (constructies) . Maar dat ontkent niet dat er feiten bestaan. Het debat over wat wereld of universum is en de verhouding tussen de kenbare wereld is en de geïnterpreteerde wereld is, vormt voor Gabriel een rode draad in het boek.

In hoofdstuk twee geeft hij een introductie van zijn ontologisch model: het nieuwe realisme. Je zou het een gedachten-experiment kunnen noemen.

arp-squares

  • De aanname is dat de wereld bestaat uit ontelbaar vele werelden.
  • het  bestaan van iets kan alleen als het in een gebied voorkomt. Dit leidt tot de definitie Bestaan = verschijning in een zinveld.
  • De zinveldontologie stelt dat er alleen dan iets is, als er een zinveld is waarin het verschijnt. (verschijnen is voorkomen of voorvallen, maar ook het onware kan verschijnen. Het staat ook niet gelijk aan waarheid).
  • Zinvelden onderscheiden zich van objectgebieden.  Een object heeft vaak een specifieke kwaliteit of functie in een objectgebied.  Een objectgebied bestaat uit telbare hoeveelheid duidelijk van elkaar te onderscheiden objecten.
  • Bij zinvelden is dit niet het geval. Deze kunnen vage ambivalente verschijningen bevatten.
  • Zinvelden zijn gebieden waarin iets, bepaalde objecten, op een bepaalde manier verschijnen. Er zijn geen objecten of feiten buiten de zinvelden.
  • Alles wat bestaat verschijnt in een zinveld (eigenlijk oneindig veel verschillende zinvelden) .

Een citaat uit het boek:

‘Alles doet zich voor in een bepaald perspectief. Die perspectieven noem ik inderdaad Sinn­fel­der, zinvelden. Zin komt van het Latijnse woord voor richting, sensus. Zin is het licht waarin iets betekenis krijgt, de manier waarop je iets kunt begrijpen. Daarmee is zin niet iets wat wij zoeken of wat wij zelf aan de wereld kunnen toevoegen. Toch is zin ook weer geen gegeven, want het zit ’m in ons vermogen de werkelijkheid te doorgronden – en dat is een nooit afgerond proces.’

Door de introductie van het begrip zinveld kan de schrijver in het volgende hoofdstuk drie aantonen dat de wereld, wat een constructiebegrip is,  niet kan bestaan omdat er geen zinveld is waar we de wereld in kunnen plaatsen.

Hij schrijft: ‘steeds wanneer wij denken dat we haar hebben begrepen, hebben we enkel een kopie of afbeelding van de wereld voor ons. De wereld zelf kunnen we niet begrijpen, omdat er geen zinveld bestaat waartoe ze behoort. De wereld verschijnt niet op het wereldtoneel, ze treedt niet op en stelt zich niet aan ons voor. P. 77. (..)Elke gedachte over de wereld is een gedachte in de wereld. We kunnen  niet van bovenaf over de wereld nadenken en daarom kunnen we letterlijk niet over de wereld nadenken. Gedachten over de wereld ‘als geheel’ hebben geen waarheidswaarde, want er is geen object waarop ze betrekking hebben. ‘p 81

Hoewel de wereld niet bestaat zijn er wel gedachten en objecten die verschijnen in een achtergrond zonder welke ze niet kunnen bestaan. Zo geven ze een klein beeld van de wereld. Een object verschijnt in een zinveld, dat weer in een zinveld verschijnt om te kunnen bestaan. Op die manier bekeken is de wereld waarin we bestaan een geheel van objecten en constructies in een oneindig aantal zinvelden. Dit alles kan leiden tot de gedachte van nihilisme. Er is immers een veelheid van betekenissen in zinvelden, maar er is een geen houvast meer. Dan is alles zinloos. Gabriel lost dit op door te stellen dat er wel degelijk sprake is van de zin in zinvelden. Individualiteit en identiteit zijn bepalend voor zinvelden. Wat zinvelden van elkaar onderscheidt is hun zin, die we moeten kennen wanneer we willen weten in welk zinveld we ons bevinden. Kortom: Er zijn dus heel veel zinvelden en die zijn van elkaar onderscheiden. Dit is het overkoepelend concept van de zinveldontologie. Gabriel stelt dat we de andere wetenschappen, malewitsj 1ervaring en zintuigen, ons spreken en denken (empirische wetenschappen) nodig hebben om zinvelden te onderscheiden. In de zin: Er bestaan heksen en er bestaan geen heksen. Beide beweringen zijn waar. Hierin wordt duidelijk dat je achtergrond (zinveld) en de wisseling van zinveld nodig hebt om uitspraken te doen. In een wetenschappelijk veld is nooit aangetoond dat er heksen zijn gevonden of beschreven. Echter in de verhalencultuur van Zweden komen wel heksen voor. Voortdurend worden we geconfronteerd met zogenaamde wereldbeelden. Deze buitenwereldpositie bestaat niet, en het is volgens Gabriel belangrijk om de zinveldwissel te herkennen waar we dagelijks mee te maken hebben. Gedachten, herinneringen, ervaringen, emoties worden door ons aan elkaar geschakeld of worden ons opgedrongen. Hij sluit dit hoofdstuk af met dit citaat:

“Het inzicht dat de wereld niet bestaat, dat er alleen zinvelden zijn die zich in oneindig veel varianten oneindig vaak vermenigvuldigen, stelt ons in staat de mens onafhankelijk van een of ander vaststaand wereldbeeld te thematiseren. Alle wereldbeelden zijn namelijk onwaar, omdat ze vooronderstellen dat er een wereld bestaat waarvan we ons een beeld kunnen vormen”.

Vervolgens positioneert hij in hoofdstuk vier ‘het natuurwetenschappelijk wereldbeeld’kennis en geloofzijn model van het nieuw realisme ten opzichte van de naturalisten aan de ene kant en aan de andere kant de constructivisten uit de twintigste eeuw. De naturalisten, dat zijn onderzoekers zoals Dick Swaab, die ons voorhouden dat we gedetermineerd zijn door de neurobiologische processen in ons brein, of dat we niet meer voorstellen dan een radertje in een mechanische wereld. De constructivisten, dat zijn de opvolgers van Immanuel Kant, die ons willen doen geloven dat niets is wat het lijkt en dat waarheid slechts een constructie is van het menselijk bewustzijn. Volgens Gabriels ontologie van het Nieuwe Realisme is het heel goed mogelijk om adequate kennis te hebben van de dingen die ons omgeven, alleen niet door alles te reduceren tot een hoop elementaire deeltjes. De wereld bestaat uit meer dan materie, er zijn ook mogelijkheden en concepten en droombeelden. Om recht te doen aan alles wat bestaat, moeten we af van de gedachte dat er één wereldbeeld is dat alles verklaart. De wereld is niet de som van de natuurwetten en evenmin een schepping. De wereld willen vatten in één enkele formule komt voort uit angst, uit de wil om grip te krijgen op iets dat oneindig gefragmenteerd en in zichzelf gebroken is. Er zijn daarom geen uitspraken die algemeen geldig zijn.

metafysica 2Met de visie van zinvelden en kennis in gedachten gaat Gabriel in hoofdstuk 5 op zoek naar de rol en betekenis van religie. Ook de filosofie is net als de religie bezig met vragen als: Heeft het leven een zin die we er zelf niet aan hebben gegeven? Of is het een zelfverzonnen projectie, een illusie die we ons zelf aanpraten. We moeten daarbij ook de vooronderstellingen van het nihilisme onderzoeken. Dat stelt dat alle menselijke zin een illusie is en wil ons laten geloven dat we vreemden zijn in een koud universum dat een eindeloos zinloze en onbewoonde uitgestrektheid is. P. 139. En als alle constructies, net als de wereld, niet ‘waar’ zijn hoe moeten we dan omgaan met religie en geloof? Het wetenschappelijk wereldbeeld wekt de onjuiste suggestie dat de zin van het menselijk bestaan kan worden genegeerd,  omdat er een geprivilegieerde feitenstructuur zou bestaan die in essentie identiek is aan het objectgebied van het universum. En het is waar: het universum vraagt niet naar zin. Maar mensen en datgene wat mensen doen vraagt wel naar zin.  P. 134.

Het eerste wat Gabriel doet is te beschrijven wat de socioloog Weber  bedoelde met de onttovering van de wereld, wat hij een lot van de tijd noemde. De grote nadruk op ratio en wetenschap is een versmalling van het denken en kijken. Maar veel belangrijker aan deze onttovering is bij Weber de zelfbeschrijving van de burgers van de moderne samenleving, die hun samenleving zelf niet doorzien. Aan de onttovering gaat een ander proces schuil namelijk dat van de differentiatie van de maatschappij en haar ondergeschikte systemen. (Luhmann) Zowel Weber als Luhmann zien een modern vooruitgangsgeloof dat de wetenschap welhaast magische krachten toedicht. Gabriel spreekt hier van fetisj. Daarmee bedoelt hij de projectie van bovennatuurlijke krachten op een zelfgemaakt project. Die projectie vindt plaats om de eigen identiteit in een rationeel geheel te integreren. Als je jezelf kunt zien als deel van een geheel voelt dit veiliger. Een sociale orde functioneert en is er altijd van afhankelijk dat wij een subject veronderstellen dat weet heeft van de orde en die in stand houdt.  Gabriel noemt daarbij : wetsteksten, politie, de staat, de bazin, en ook de wetenschapper. Er is dus vaak een anoniem subject van kennis dat voor orde zorgt. Het is iets wat we als mensen veilig vinden. (Lacan) Dit is volgens Gabriel tegenwoordig de rol van de wetenschap, de expert. We voelen on veilig als een wetenschapper er zijn zegje over heeft gedaan. Dan is het echt waar en betrouwbaar. Maar in werkelijkheid heeft het het gevaar van een fetisj. ( Dit mechanisme kun je volgens mij ook plakken op economie of Individualisme JvD)  Het wetenschappelijk wereldbeeld is zo een religie (onder vele anderen) en een poging om de hele geschiedenis zin te geven. Door zo over de werking van een fetisj te spreken wordt het ook mogelijk om de rol van religie beter te definiëren. Gabriel ziet twee vormen. De eerste vorm van religie als fetisj gaat uit van ideeën die zo een alles omvattend, alles beheersend en ordenend wereldprincipe voortbrengen. Het gevaar van religie in de eerste vorm is dat er een God of Een Big bang wordt vereerd en dat men een ultieme waarheid veronderstelt. Dit fetisj-denken is slechte religie. De tweede vorm is een uitdrukking van ons gevoel en smaak voor het oneindige. Met Schleiermacher in de hand spreekt Gabriel over zin van religie vanuit een houding van maximale openheid: dat anderen met hun mening ook gelijk kunnen hebben; dat er individuele standpunten bestaan die op zich waardevol zijn en bescherming verdienen. Gezonde religie is uitdrukking van een zoektocht. Ze zoekt volgens Gabriel naar sporen van zin in het oneindige. Het gaat bij religie niet om kennis en waarheid. Religies begonnen met verhalen te vertellen en een orde in het gebeuren te zien, waar de mens in was betrokken, maar waar het gebeuren tegelijkertijd de mens te boven ging. Religie zou je kunnen zien als een terugkeer naar onszelf vanuit het oneindige.metafysica

Zin is Geest (daarom geesteswetenschappen) en niet louter iets mentaals of subjectiefs, het is ook de aanduiding van de zindimensie van het menselijk begrip. De afgelopen periode is het woord Geest is een negatief daglicht terecht gekomen. Zeker door het postmodern constructivisme van Derrida die sprak over geest als politiek verdacht en  als ‘onderhuids totalitarisme’. De mens en zijn zinverstaan kom je alleen op het spoor als je de geest en de zin interpreterend benaderd. Zoals Gadamer in zijn Waarheid en methode beschrijft: Zin dat kan worden begrepen, is taal. De wetenschap kan verklaren wat te verklaren is, maar moet niet worden vergoddelijkt. Nodig is de wereld opnieuw te benaderen en te bekijken vanuit de mens. En mensen bewegen zich nu eenmaal in de geest. Het komt er op aan de dingen helder te benaderen en te onderscheiden. Wat is het terrein van de wetenschap en wat is het terrein van de geest.  Hij zegt:’ Religie is belangrijk niet omdat  God bestaat, maar omdat religie een bepaalde vorm van denken met zich meebrengt die we niet mogen vergeten.’

In hoofdstuk 5 De zin van Kunst laat hij zien hoe kunst de rol heeft om te ontregelen. zwarte vierkantDoor naar kunst te kijken ga je de betekenis van het kunstwerk in het zinveld ontdekken. In het kijken naar kunst wordt onze manier  van kijken zichtbaar, maar ook op een ander been gezet. Dit komt omdat kunst objecten in een ander ongewoon zinveld plaatst. Op verschillende manieren wordt bijvoorbeeld in de beeldende kunst, literatuur, maar ook in de film het  verschil tussen feit en fictie omzeild. De zin van kunst is niet vermaak of reproductie van de werkelijkheid, maar eerder een zelfbeeld van de maatschappij, de tijd. Hij probeert uit te leggen hoe de zin verschijnt in de kunst en een eigenheid, eigen autonome gegeven betekenis heeft. Zoals we op een reis in een vreemde omgeving komen, moeten we ons aanpassen aan de nieuwe wereld en proberen conclusies te trekken. In zijn termen: op  zoek moeten naar de zin van het zinveld. Hetzelfde geldt voor kijken naar kunst. De kunst verrast met  een nieuwe  zin en belicht de objecten vanuit een ongewoon perspectief. Belangrijk is daarbij dat volgens de schrijver er bij bijvoorbeeld de interpretatie van een gedicht meerdere manieren van kijken bestaan, maar er tegelijkertijd ook een objectieve meerduidigheid bestaat.

Hij analyseert twee schilderijen waaronder ‘Het zwarte vierkant’ van Malewitsj. Bij het eerste bekijken gaat de aandacht uit naar het vierkant, pas later komt de achtergrond in het vizier. In de uitleg van Gabriel helpt het schilderij om te zien dat elk object verschijnt in een zinveld, waarbij de achtergrond van dit gebeuren zelf niet verschijnt. De gewone wereld komt niet voor in het suprematisme vanMalewitsj. Het leeg maken van de wereld is het effect van zijn werk. Een van de leden van de groep sprak over  ‘thuisloosheid’.

In het slothoofdstuk Televisie kijkt hij naar populaire televisie series. Hij betoogt dat de de serie Seinfeld niets anders laat zien dan zichzelf. Er is geen verborgen betekenis. De malewitsj 3serie keert zich tegen de metafysica die er van uit gaat dat er achter de wereld een ware wereld schuil gaat. Die van natuurkunde of een of andere mystieke waarheid. Alles in de serie heeft een zin die in de serie zelf naar voren komt.

3. Uit de bespreking.

  • We vonden het deels een interessant nieuw boek. Maar sommigen waren er door de al te populaire stijl en de aanpassingen aan de Nederlandse situatie niet goed doorgekomen.
  • Er zijn duidelijk raakvlakken met de taalfilosofie van Wittgenstein.
  • De gedachten over het fetisjkarakter van de wetenschap en de rol van de expert was een goede analyse.
  • Het voorbeeld van op vier manieren kijken naar de Vesuvius maakte goed duidelijk dat je een persoonlijke blik hebt vanuit drie richtingen, maar daarnaast is er ook nog het feit van de Vesuvius zelf.
  • Volgens een van ons staat deze schrijfstijl in een typisch Duitse cultuur. Zo heeft Gabriel aan het einde van zijn boek een woordenlijst toegevoegd.
  • Waar we niet goed uit kwamen was de positie van Kant die beweert dat altijd alles een menselijke constructie is ( we kunnen alleen maar op een bepaalde manier waarnemen) en Gabriel die zich tegen al te nadrukkelijk constructivisme verzet.
  • Het Trouwartikel was een goede verheldering.

4. Eigen verwerking.

G8Gabriel heeft een pittig boek geschreven dat zeker de drie uiltjes (moeilijkheidsgraad van  Senia) verdient. Het is rijk aan thema’s die vragen om twee of meer keer lezen. Ik pak er een paar uit die mij bezig hielden.

  • Zijn filosofisch werkterrein is o.a. dat van de zijnsleer. Het debat dat hij voert gaat over het kennen van de werkelijkheid en de vraag of er een bovenwereld, een metafysica bestaat. In een interview zegt hij dat hij graag het gesprek aan gaat met tegenstanders. Hij wil op het scherpst van de snede argumenteren. In dit boek zijn de tegenstanders de aanhangers van het naturalisme en het constructivisme. Met zijn Nieuw realisme neemt hij een eigen filosofische positie in. Op wikipedia wordt realisme als volgt gedefinieerd: Realisme (van het Latijn res, ding, werkelijkheid) is de verzamelnaam voor een aantal verschillende standpunten en stromingen binnen de filosofie, die met elkaar gemeen hebben dat ze ervan uitgaan dat er een werkelijkheid onafhankelijk van het menselijk bewustzijn bestaat. Die werkelijkheid wordt dan ook als een voorwaarde beschouwd voor de kennis en het denken. Ergens in het boek geeft hij als voorbeeld dat drie mensen van verschillende kanten de vulkaan de Vesuvius bekijken. Zo ontstaan er drie verschillende gezichtspunten, maar daarnaast is er ook het feitelijk bestaan van de vulkaan. Dit is het vierde gezichtspunt. Voor mij  was dit ontologisch debat nieuw. Gabriel maakt steeds onderscheid tussen dingen, feiten en constructies. We kwamen er in de bespreking niet goed uit en relevantie van dit debat is me ook niet helder. Misschien dat een lezer hier verder kan helpen.
  • Gelukkig gaat het boek niet alleen over wetenschapsleer. Er staat meer op het spel. eenhoornZijn argumentatie om te laten zien dat wereld niet bestaat gaat over wat er gebeurt als mensen uit gaan van een overkoepelende waarheid. Hij laat zien dat er een menselijk mechanisme is dat mensen houvast of veiligheid zoeken in een wereldbeeld. Dit ondersteunt de sociale orde. Die construeert dat er een iets of iemand is die a. weet heeft van de orde en b. die in stand houdt. Hij verbindt dit aan de werking van de fetisj. Een zelf geconstrueerde en geprojecteerde waarheid. Dit houvast kan als effect hebben dat mensen elkaar uitsluiten, elkaar gaan bevechten enz.
  • We moeten om leren gaan met een wereld die geen vooropgezette, bedachte  bedoeling kent en zelf met die vrijheid om leren gaan en hebben zo de verantwoordelijkheid gekregen om deze naar beste geweten in te vullen. Dit sluit aan bij ons vorige boek over Nietzsche en zijn beschrijving van het nihilisme. Ook Nietzsche zoekt een weg uit de middelmatigheid en de mens die zich aanpast en veiligheid zoekt.
  • Gabriel is positief over de functie van religie. Ze kan een rol vervullen in het onderzoeken en werken aan die eigen weg door aandacht te besteden aan wat mensen werkelijk betekenis geeft. Het is een vorm van denken die belangrijk is voor onze maatschappij.
  • Dat Gabriel een kind van deze tijd is kun je goed merken aan zijn behoefte aan vrijheid en het zelf betekenis kunnen geven. Dit mensbeeld is wat al te simpel. Elk mens wordt geboren met een moeder en of vader, familieleden, taal, rituelen. Niemand is blanco als het gaat om waarden en normen, opvattingen, praktijken en houdingen. Elk mens bouwt voort op de opvattingen van de mensen die hem of haar voorgingen. Ook dus wat betreft het kiezen van het goede. Of zoals Taylor dat noemt een morele ontologie. Malewitsj 2
  • Interessant is dat hij dat zoeken naar ‘wat waar is’ ziet in de uitingen van de gewone cultuur. Hij is bijvoorbeeld fan van de televisieserie Seinfeld die hij ziet als verbeelding van het gewone leven. Hij probeert te laten zien hoe in het dagelijkse het overstijgende gezocht kan worden.
  • Het is jammer dat hij zijn methode van zinveldontologie niet verder uitwerkt. Het zou naast het wetenschappelijk debat gebruikt kunnen worden in filosofische gesprekken met mensen, maar ook bij bijvoorbeeld bij conflicten tussen mensen en groepen.
  • De hoofdstukken over religie en kunst zijn ook goed los te bespreken, waardoor je beter en nauwkeuriger zijn redenatie kan volgen en bespreken.

 

Literatuur

Op internet is meer informatie over Markus Gabriel te vinden. Ik vond:

https://www.vn.nl/filosoof-markus-gabriel-je-moet-zo-veel-mogelijk-goeds-bereiken/

https://www.trouw.nl/home/goed-nieuws-de-wereld-bestaat-niet~aa6dce88/

 


Ontdek meer van Filosofie lezen

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Plaats een reactie