Bas Heijne Onbehagen Nieuwe kijk op de beschaafde mens

Bas Heijne is een gerenommeerd essayschrijver die onlangs is geëerd met de P.C.

Heijne

Hooftprijs. Hij schrijft onder andere voor het NRC handelsblad. Thema’s die bij hem terug komen zijn de Verlichting en Contraverlichting, humanisme, populisme, de behoefte van mensen aan bedding en gemeenschap. Hij ziet zichzelf als een seismograaf van de wereld, de cultuur.

Hem werd gevraagd een boekje te schrijven over de huidige ontwikkelingen in onze cultuur op basis van twee begrippen uit het boek van Freud ‘Das unbehagen in der Kultur’ (1930) n.l. het realiteitsprincipe versus lustprincipe. Het heeft geresulteerd in het boekje ‘Onbehagen. Nieuw Licht op de beschaafde mens’. Ambo/Anthos 2016. De vraag die hem wordt voorgelegd is:

Freud

Terwijl cultuur in de opvatting van Freud mogelijk wordt gemaakt door een wisselwerking tussen het lust- en het realiteitsprincipe, lijkt cultuur nu, zoals gezegd vooral het lustprincipe te faciliteren. Zijn we daarmee realiteitszin verloren, of is de realiteit zo veranderd dat we het realiteitsprincipe moeten herbezien of zelfs opgeven?

Freud stelde in zijn cultuurkritische essay dat er een onoplosbare spanning is tussen een individu en de samenleving of cultuur waar hij deel van uit maakt. In de tekst past hij aspecten van zijn psychoanalytische theorie toe op de cultuur. De oerdriften van de mens, seksueel en gewelddadig worden getemd door de beschaving die orde schept door leefbare regels en geboden. Die driften – het lustprincipe – is gericht op het zoveel mogelijk beleven van genot en geluk. Maar we zijn ons bewust dat we niet zomaar al onze verlangens kunnen uitleven omdat we dan onszelf en anderen schade berokkenen. Door het realiteitsprincipe wordt het lustprincipe geconditioneerd. In zijn tekst voegde hij een derde principe toe: de doodsdrift. Mensen kunnen ook de behoefte hebben om geweld te gebruiken.

We lazen dit kleine boekje en bespraken het met plezier in onze Senia groep, omdat Heijne veel zaken aan de orde stelt die we dagelijks in de krant lezen. Hij probeert op fundamenteel niveau een verklaring te geven voor o.a. de uitslag van het Brexit referendum, de verkiezing van Trump en de opkomst van het populisme. Het zijn complexe mechanismen die op elkaar inspelen en Heijne biedt de lezer een aantal nieuwe begrippen die een werkbare verklaring kunnen geven.

  1. Onze (nieuwe) maatschappelijke werkelijkheid.

Heijne is in Parijs als er door IS een aanslag gepleegd wordt op het satirisch weekblad Charly Hebdo. Hij beschrijft hoe deze ervaring zijn wereld- en mensbeeld verandert. Het grondidee van de Verlichting was dat mensen individu zouden worden, ontwikkeld, verstandig en dan zou het goed komen met religieuze onderdrukking, discriminatie van groepen, de ongelijkheid tussen mensen, groepen en landen. Progressief vooruitgangsdenken bestond uit het idee dat dingen op te lossen zijn door ‘redelijk’ en slim te handelen.

Als je naar de geschiedenis kijkt, zijn er na de opkomst van de Verlichting in de negentiende en twintigste eeuw ook kritische schrijvers zoals Conrad, Dostojewski, en Couperus die zagen dat er duistere vernietigende kanten in de mens zitten. Deze duistere en niet-rationele emoties zouden mede een verklaring zijn voor het ontstaan van de 2e wereldoorlog. En ook na de oorlog bij de wederopbouw van het land werden opnieuw dit soort sentimenten onderdrukt. Het is volgens Heijne goed om te beseffen dat een bepaalde cultuur ook weer tegenkrachten oproept. Hij schrijft:

‘Wanneer het humanisme te zeker van zichzelf wordt, wordt het onherroepelijk naïef – en ook hypocriet. De mens laat zich niet rationeel beheersen. Hoed je voor de overmoed van de rede, het idee dat de wereld zich een kant op laat sturen, dat beschaving een blijvende garantie is tegen menselijke agressie en vernietigingsdrang. Beschaving en verlichting roepen het onheil over zichzelf af zodra ze blind worden voor tegenkrachten – van buitenaf maar ook van binnenuit’.

2. De beschavingsparadox.

images (2)

Naarmate de wetenschap en technologie steeds meer gebruikt wordt om onze veiligheid en gezondheid te waarborgen of te bevorderen, lijkt die onze bewegingsvrijheid, lichamelijk en geestelijk, steeds verder in te perken. Die paradox van de wetenschap kun je als volgt samenvatten: naarmate deze steeds dieper in onze levens en vaak letterlijk, in onze lichamen doordringt om ons te genezen, te beschermen en zelfs te verbeteren (een pil om pijnlijke herinneringen te wissen, een chip in je hoofd om je geheugen te vergroten), lijkt dat ons juist eerder minder dan meer vrijheid op te leveren. We worden steeds meer gewaar hoezeer we door onze biologie gedetermineerd zijn. De mens ziet zich op school, de gezondheidszorg, via internet steeds meer gereduceerd tot een te monitoren object, waarvan de toestand, het gedrag en de risico’s samengevat kunnen worden in tabellen. Samen maken die tabellen uit hoe de samenleving naar hem kijkt. Hoe hij naar de samenleving kijkt, doet er dan veel minder toe. De tendens om een mens steeds meer los te zien van zijn omgeving, hem niet langer als een burger maar als een klant te zien, als object voor commerciële en politieke manipulatie, als louter optelsom van statistieken en tabellen, maakt de verbondenheid met zijn omgeving zwakker en versterkt het onbehagen. Opnieuw gaat het onbehagen terug op een afvlakking van vrijheid, het bureaucratiseren van emoties en waarden, en niet zozeer het onderdrukken van vrijheid. Het gaat om het inperken van bewegingsruimte, allemaal voor onze eigen bestwil natuurlijk.

De geest is echter uit de fles als het gaat om het individu en zijn verhouding tot de wereld. Heijne bedoelt hiermee dat mensen steeds meer opkomen voor eigen uniekheid, de eigen identiteit van mensen, groepen en landen. Maar dat de gelijkheid tussen die groepen, mensen en landen minder aandacht krijgt.

Er speelt meer. Heijne gebruikt de Amerikaanse filosoof Matthew B Crawford om de achterliggende sociologisch processen op het spoor te komen. Een voorbeeld is zijn analyse van het beleid van de overheid met betrekking tot gokautomaten in Las Vegas. Omdat de politiek de mens als autonoom individu beschouwt en de staat de vrijheid van dat individu niet mag beperken, wordt er niet ingegrepen. Dat is immers betutteling. Maar de

paarden

speelautomaten spreken de gokker helemaal niet aan als autonoom individu. Ze zijn er op gericht om de speler te manipuleren met uitgekiende prikkels, zodat deze zich verliest in het spel en met lege zakken het casino verlaat. Heijne gebruikt deze analogie en stelt de vraag hoe de mens zich als autonoom wezen kan blijven zien als diezelfde mens op verschillende manieren zelf ondermijnt en ontkent wordt.

Iets verder neemt hij van Crawford de gedachte over dat er in de westerse cultuur niet langer de spanning onderkent wordt tussen binnen- en buitenwereld. Tussen de verlangens en ambities van een individu en de wereld buiten, waar die verlangens en ambities alleen maar met inspanning en het bedwingen van hindernissen gerealiseerd kunnen worden. Zeg maar het realiteitsprincipe. In onze postmoderne wereld is het werkende idee van de werkelijkheid maar ‘een perspectief’, want iedereen kan immers zijn ‘eigen werkelijkheid’ maken. Wat als effect heeft dat de idee van realiteit wordt uitgeschakeld en daarmee wordt alleen het lustprincipe versterkt. Op die manier wordt de buitenwereld een uitbreiding van de binnenwereld en het individu vormt daarin het centrum. Hij of zij is de ultieme klant die bediend moet worden. De werkelijkheid is vaak dat mensen heel weinig kunnen afdwingen of door de begrenzingen van de werkelijkheid gedwarsboomd worden. Op zich niet erg. Crawford stelt dat juist in het overwinnen van de hindernissen in het leven de mogelijkheid ligt tot zelfverwezenlijking van de mens. Crawford:

beeld

Nu wordt alles steeds meer afgevlakt, inspanning overbodig gemaakt, door nieuwe technologie en indirecte communicatie, zodat steeds meer contact met de wereld via een scherm, een cursor en een muisklik verloopt. Dat heeft, zegt Crawford, een verlies van aandacht tot gevolg – veel ‘ervaringen’ zijn zo indirect en vereisen zo weinig betrokkenheid dat ze nauwelijks indruk op ons maken.

Als er geen verbondenheid is tussen mensen verzwakt de aandacht en zien mensen elkaar niet meer als persoon, maar als een vertegenwoordiger en niet langer als een individu. Dit vervlakt onze relaties en maakt ze abstracter. P. 40. Misschien is dit wel het sleutelcitaat uit de tekst van Heijne.

De omgeving doet ter zake – we zijn niet ons brein, zoals een bankbiljet meer voor ons is dan een stukje papier. En we zijn vooral geen autonome, rationele wezens die mens en wereld stapje voor stapje vooruithelpen naar een lichtende eindstreep. De tendens om een mens steeds meer los te zien van zijn omgeving, hem niet langer als een burger maar als een klant te zien, als object voor commerciële en politieke manipulatie, als louter optelsom van statistieken en tabellen, maakt de verbondenheid met zijn omgeving zwakker en versterkt het onbehagen. Het roept het verlangen op naar een radicaal herstel van autonomie, de fantasie van een gesloten gemeenschap die zich niets van de buitenwereld meer hoeft aan te trekken. Al het onbehagen in de cultuur richt zich daarop. Het roept het verlangen op naar een radicaal herstel van autonomie, de fantasie van een gesloten gemeenschap die zich niets van de buitenwereld meer hoeft aan te trekken. Al het onbehagen in de cultuur richt zich daarop. P.45

3. Populisme is mede de consequentie van onze cultuur.

populisme2

Voorgaande paragraaf liet zien dat de idee van vrijheid in combinatie met het subtiel manipuleren van mensen (het verhaal van de gokmachine) en de voortdurende plaatsing van de mens in het middelpunt, zodat de wereld (realiteitsprincipe) op afstand komt, zorgt voor spanning tussen het individu en de wereld en daarmee het onbehagen. Het volgende vraag is hoe dit onbehagen de basis vormt voor populisme.

Het sterke verlangen naar identiteit kun je zien als een afweer tegen een vijandig geachte buitenwereld. Heijne steekt in op twee belangrijke momenten. N.l. de Brexit en de verkiezing van Trump. In beide situaties lijkt ‘Facts don’t work’ te gelden. In de Brexit campagne werd ingezet op emoties en niet op ingewikkelde analyses. Een versimpelde wereld. Trump en zijn politieke geestverwanten bedienden de burgers die aan de ene kant gewend zijn om als consumenten benaderd te worden en aan de andere kant bevrijd willen worden van een onoverzichtelijke, hopeloos complexe wereld waarin experts de dienst uitmaken.

Twee mechanismen versterken het onbehagen. Aan de ene kant de permanent ontevreden burger die niet het algemeen belang erkent, geen geduld heeft. Deze burgers zijn gewend hun zin te krijgen, hen is beloofd dat ze hun wereld kunnen maken. Deze burger is een diva, door en door egocentrisch en verwend, intolerant voor andere opvattingen. De andere kant is er het individu die van alle kanten autonomie krijgt aangepraat, maar feitelijk juist verlies van autonomie ervaart. Nieuwe technologie maakt het leven makkelijker maar ook moeilijker. Werk, sociaal contact, internet, regels zijn verknoopt. Er is teveel dat aandacht vraagt en confronteert met eigen beperkingen. En er is sprake van minder contact. Globalisering en immigratie lijken het idee van de eigen omgeving, cultuur te verwateren en zelfs te vernietigen. Terwijl de kosmopolitisch en multiculturele elite het idee van cultuur lijken te ontkennen. Uit de naam van de vrijheid worden door hen de oude structuren ontmanteld. Alles is keuzevrijheid.

Het wereldbeeld van het populisme beantwoord aan twee grote verlangens van een grote groep mensen in onze

populisme3

tijd. Allereerst wordt de complexe werkelijkheid simpel en overzichtelijk voorgesteld, en het geeft de mensen de illusie van zelfbeschikking terug, het idee dat je de wereld toch weer gewoon naar je hand kan zetten, dat je niet langer object bent, maar gewoon weer subject. Dat gaat ten tweede gepaard met woede en frustratie omdat anderen de verwezenlijking van jouw irreële zelf en wereldbeeld dwarsbomen. Mensen die niet willen dat jij de wereld ziet zoals jij die ziet.

Heijne komt tot de stelling dat wanneer je geen dragend verhaal meer hebt, het lastig wordt weerstand te bieden aan de nieuwe opkomende mythes van het bedreigde nationaal belang, van de vernietiging van specifiek lokale gemeenschappen, enzovoort.

4. Nadenken over een nieuwe morele orde.

mimese 1

We zien verwende, ongeduldige individuen die de illusie van zelfsturing hebben maar tegelijkertijd verliezer zijn, omdat ze de ontwikkelingen niet mee kunnen maken. Ze hunkeren naar een verloren gemeenschap. (P. 54) Door de sterke nadruk op rationaliteit wordt volgens Heijne vergeten dat mensen een verhaal nodig hebben en betekenis willen geven. Daarnaast moeten enkele illusies van deze tijd doorgeprikt worden. En denk niet dat je het als mens alleen af kan, of dat instituties de beschaving waarborgen. Hoedt je voor de barbaar in je omgeving en in jezelf. Een citaat:

Een verhaal blijft nodig. Zonder verhalen – noem het mythes, noem het godsdienst, noem het cultuur – kan een mens niet goed mens zijn. (..) Zonder de humaniora, zonder filosofie, zonder geschiedenis, zonder sociologie, zonder culturele studies is het onmogelijk over die kwesties na te denken, onmogelijk om die ontwikkelingen in te bedden in ons bestaan.

Het boek eindigt met deze zin:

Een individu verwezenlijkt zich zelf in contact met zijn omgeving, zijn cultuur. ‘Wat als de coherentie van een leven op een significante wijze een functie van cultuur is? Wat als wij onder onze medemensen “gesitueerd” zijn in normen en praktijken die een leven vormgeven? In dat geval doet cultuur ter zake. Dat wil zeggen: de omgeving doet ter zake, en wel op een sterkere manier dan je zou vermoeden als je ofwel het interne, volledig ontwikkelde model van de rationele agent ofwel de antigeestelijke, breingerichte opvatting [van de mens] accepteert.

5. Bespreking in de leesgroep

populisme

We zien Heijne vooral als een beschouwer. Hij pakt de maatschappelijke ontwikkelingen op en probeert deze te duiden. Het is geen uitgewerkte theorie, maar de twee principes van Freud is wel het basismodel waar hij op voort borduurt. Hij ziet, signaleert en probeert de lezer in zijn verhaal mee te krijgen.

We spraken met name door over de spanning tussen primitief lustgedrag en het dunne laagje cultuur. Je opvoeding bepaalt of je geleerd hebt om met je lusten om te gaan. Het realiteitsprincipe zien we als de culturele schil, beschaving, dat wat je van barbarisme behoedt. En dat we ons best moeten doen om dit te handhaven.

Lustprincipe: alles wat gaat over onmiddellijke bevrediging. Hoe je zelf omgaat met de verhouding tussen lust en realiteit wordt sterk bepaald door de omgeving, je socialisatie. We herkennen dat er tegenwoordig veel aandacht is voor comfort, veiligheid, gemak. We zitten in de comfortzone. Wat Crawford schrijft over jezelf realiseren door om te gaan met tegenslagen herkennen we wel. Juist het leveren van inspanning is wezenlijk onderdeel van de levenservaring. Hoewel we soms weinig kunnen veranderen aan omstandigheden. Juist die inspanning zorgt voor zelfrealisatie.

We vroegen ons af wat nu precies dat onbehagen is. De permanent ontevreden burger of de burger die permanent gelukkig wil zijn. En als het gaat om de oplossing. Moeten sommige burgers weer een schop onder de kont krijgen? Heijne laat zien dat het complexer is. We waren onder de indruk van de door hem benoemde mechanismen die onder de ontevredenheid van burgers zit. We leven in een complexe wereld en het verlangen naar simpelheid, overzicht, duidelijkheid is begrijpelijk. En ook de illusie van individuele keuze, dat alles bereikbaar is. De suggestie van de klant is koning staat haaks op de niet maakbaarheid. Dat is juist het besef van realiteit.

  1. Eigen overwegingen

– Heijne is meer een analist van de huidige cultuur dan schrijver van toekomstscenario’s. In de humanistische beweging zijn voldoende schrijvers die bouwstenen ontwikkelen voor een andere cultuur. Ik denk aan Harry Kunneman, Suzan Neiman, Martha Nussbaum. Hij reikt wel een aantal elementen aan. Hoe kunnen mensen een gemeenschap vormen? Hoe krijgt die gemeenschap een verbindend verhaal? Hoe vindt het onderling gesprek plaats omdat mensen sociale wezens zijn? Hoe helpen we mensen om een goed zelfbeeld te krijgen (niet alleen middelpunt van de wereld) en te activeren om hun talenten te ontwikkelen, waardoor ze hun hindernissen overwinnen en zichzelf verwezenlijken.

-Nadruk op individualiteit , vrijheid en maakbaarheid is sterk verbonden met het

mimetische driehoek

neoliberalisme. Het is opvallend dat Heijne niet veel schrijft over wat dit economisch model en haar ideologie met ons doet. Want het lijkt of dat wat hij schrijft ons overkomt. Hans Achterhuis laat in zijn boek ‘De utopie van de vrije markt’ zien dat bepaalde economische universiteiten, overheden, maar ook bedrijfsleven, liberale groeperingen en partijen deze strategie en ideologie ontwikkeld hebben en over de wereld geexporteerd. Ik mis in het verhaal een meer economische analyse. Heijne kijkt meer naar de culturele eigenschappen. Achterhuis legt bijvoorbeeld in zijn boek veel accent op het mechanisme van mimese als verklaring waarom het consumentisme groeit en groeit. Ook zou je, net als historicus Philip Mirowski, kunnen stellen dat het neoliberalisme de meest dominante en bepalende wereldvisie is. Ik citeer Fenna Kortooms. Zij schrijft:

Het geldende economische systeem lijkt dus de plaats in te hebben genomen van de daarvoor geldende culturen in het westen, als een overstijgend idee. Door deze nieuwe plek van het economische gedachtegoed wordt ze niet langer ingeperkt door normen en waarden die door de cultuur worden opgelegd. Sterker nog, de culturele normen en waarden worden aangepast aan het floreren van de economie. Bron: Filosofiekalender 2017 28 juli.

– Heijne wijst net als Dostojewski op iets belangrijks. De donkere kant of onderstroom van de Verlichting is die van emoties als boosheid, versimpeling, verlangen naar eigen grond, het land en de eigen identiteit. Maar die constatering lijkt iets onvermijdelijks te hebben. Je zou ook kunnen zeggen dat er in elke samenleving een permanente politieke strijd van ideeën is. En dan denk ik niet aan een centraal verhaal maar verschillende ideologische groepen en stijlen zijn die met elkaar in debat zijn. Denk aan de oude indelingen als socialisme, het christendom en de islam die het gemeenschappelijke, het verhaal en het thema van de verantwoordelijkheid voor de wereld en aarde hebben uitgedragen. Tegenwoordig zijn deze verschillen bijvoorbeeld te vinden in de leefstijl groepen van Motivaction. Ik denk daarbij ook aan het opnieuw invulling geven aan het begrip burgerschap zoals dit te vinden is bij Hanna Arendt.

Basismodel

-Paul Frissen schreef een boek over hoe de politiek en het bestuur om zouden moeten gaan met het populisme van Fortuin en Wilders. Na uitleg over hoe de politieke democratie werkt pleit hij voor vast houden aan principes en rustig en wijs leiderschap. Zie

In een goed artikel in dagblad Trouw schrijft Hans de Bruijn over de manier waarop Trump bepaalde groepen in de Amerikaanse samenleving aan zich heeft gebonden en hoe achter het stemgedrag van deze Trumpaanhangers een zoeken van waarden verborgen zit. Zie.

-Onderzoekers van de Erasmus universiteit deden onderzoek naar de relatie tussen de laagopgeleide bevolking en hun opvatting en gedrag in het politieke domein. Ze laten zien dat de betekenisgeving heel genuanceerd werkt, en niet gediend is met algemene verklaringen. Zie.


Ontdek meer van Filosofie lezen

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Plaats een reactie