C.C.W.Taylor Socrates. Kopstukken filosofie

Taylor heeft een gedegen, maar ook lastig inleidend boek over Socrates geschreven dat socrates en platowel een tipje van de sluier oplicht als je gaat om deze filosoof, maar wat ook  veel vragen over laat. De reden is dat Socrates geen eigen boeken schreef en dus geen afgewogen theorie heeft achtergelaten. Wat Taylor probeert te doen is op basis van secundaire literatuur (Plato) te reconstrueren wie Socrates was, welke manieren van filosoferen hij hanteerde, wat het thema was wat hem bezig hield en wat in de loop van de filosofiegeschiedenis over hem is geschreven. Alleen dat laatste hoofdstuk geeft wat houvast. In de overige hoofdstukken moet de schrijver steeds voorzichtig zijn met al te stellige uitspraken en heeft hij te maken met name met de interpretatie van Plato. En deze laat in zijn Socratesopvatting een bepaalde ontwikkeling zien.

In het eerste hoofdstuk gaat het om de historische figuur Socrates en zijn gekozen dood. Meletus bracht een aanklacht tegen Socrates naar voren die draaide om twee punten. Socrates  is een misdadiger die de goden die de stad erkent, niet erkent en andere Goden introduceert. Het tweede punt is dat hij de zeden van de jongeren bederft. Gevraagde straf: de dood. In de rechtszaak met een 500 koppige ( !) jury is de meerderheid voor de doodstraf en als hij in de tweede termijn, geen berouw toont wordt de stemverhouding nog groter tegen hem. Na deze uitspraak duurt het nog even tot kan worden overgegaan tot voltrekking en kunnen zijn vrienden hem bezoeken. De schrijver doet zelfs de suggestie dat hij gemakkelijk kan vluchten. Dit doet hij niet en op de dag van de socrates 4voltrekking drinkt hij de gifbeker leeg en sterft. Hij is dan ongeveer zeventig jaar.

In de twee hoofdstukken daarna probeert Taylor op basis van de teksten van Plato en anderen een beeld van Socrates te reconstrueren. Hij ziet vier terugkerende thema’s.

  1. Leven van Socrates.

Socrates is niet zozeer een leraar als wel een ondervrager. Hij ontkent dat hij wijsheid bezit en stelt vragen volgens de methode van de logische weerlegging

2. Definitie

socrates twee vragenVeel van de dialogen gaan over het zoeken van een definitie van een deugd of een ander belangrijk ethisch onderwerp. Wat is vroomheid of wat is matigheid. Zijn belangstelling voor definities komt voort uit zijn zoektocht naar deskundigheid. Kennis over een onderwerp en specifieker wat is dat onderwerp precies. In een socratisch gesprek wordt gestart met de vraag wat het feitelijke beginpunt is van het gesprek. Twee vragen kruisen elkaar. De vraag hoe kun je vanuit de deugd matigheid leven, deze vraag staat niet los van de vraag hoe je matigheid definieert. (Wat is X?) Kentheoretisch gaat die vraag vooraf aan de eerste vraag.

3. Ethiek

Hier bedoelt in brede zin namelijk: Hoe moet je leven? Naast de vraag naar definities, gaat het hem om praktische ethische problemen.

4. Discussies met de Sofisten.

In de teksten van Plato wordt de dialoog die Socrates voert met enkele sofisten weergegeven. Dit geeft inzicht in wat op dat moment de thema’s waren waar de filosofen mee bezig waren. Welke debatten er gevoerd werden. Hieronder een uitwerking van enkele van de thema’s.

Bezitten van wijsheid

Socrates ontkent dat hij enige wijsheid heeft. (Hij zegt niet dat hij niets weet). Hij contrasteert  met het menselijke model van wijsheid van Schoenlappers en bouwvakkers die specifieke wijsheid bezitten voor hun vak. De Sofisten stelden dat zo’n deskundigheid ook te verwerven was voor een goed sociaal en persoonlijk leven en het politieke ambacht. Socrates erkent echter geen deskundigen in zaken van de moraal. Het zou kunnen zijn dat Socrates deze kennis overlaat aan God. Taylor stelt dat Socrates morele waarheden kent op grond van goede bewijsgrond, maar hij geeft geen algemene theorie.

Definitie

Socrates geeft veel belangstelling voor definities en dat komt volgens Taylor door zijn zoektocht naar deskundigheid. De vraag naar wat het onderwerp is. De definitievraag Wat is zus of zo?  Verloopt in de gesprekken volgens een bepaald patroon. Er is een startvraag die het gesprek op gang brengt. Bijv. Hoe kun je deugd verwerven? Dit leidt onvermijdelijk tot de 2e vraag: Wat is eigenlijk deugd? Kentheoretisch kun je de eerste vraag niet beantwoorden zonder te beginnen met vraag 2. Wat is X? Taylor stelt overigens dat het voor een gesprek niet altijd nodig is dat precies duidelijk is wat de definitie is van het onderwerp. Anders gezegd er is niet altijd prioriteit van definitie nodig. Toch hecht Socrates sterk aan een definitie, terwijl soms een gemeenplaats voldoende is voor een gesprek. De praktische vraag – hoe kun je eigenschappen verkrijgen om deugdzaam te leven – maakt het nodig om scherper te definiëren. Taylor geeft zelf een mogelijke definitie van het begrip deugd.

  1. Eigenschap/kenmerk of een middel, een van een reeks eigenschappen, elk voor zich noodzakelijk en gezamenlijk voldoende voor het bereiken van totaal succes in het leven.
  2. De reeks eigenschappen zoals vermeldt in 1.

De praktische vraag dwingt tot verduidelijking. Het gaat om eigenschappen die succes in socrates 9het leven bevorderen. Er wordt niet gezegd welke eigenschappen dat zijn en ook heel belangrijk hoe die eigenschappen moeten worden verkregen. Mensen zouden het wel eens kunnen zijn over de hierboven gegeven definitie, maar kunnen het oneens zijn over de antwoorden op de praktische vraag. ( Hoe je deze eigenschappen verkrijgt zou kunnen door afkomst, intelligentie, oefening) De praktische vraag lijkt om een ander soort definitie te vragen nl. een substantieve gedetailleerde beschrijving van wat die eigenschap is. Allereerst een goede beschrijving van het geheel van eigenschappen in de onderdelen van het  geheel ( bijv. deugd bestaat uit rechtvaardigheid, zelfbeheersing,  enz) maar ook uit uitleg van de eigenschappen (bijv. zelfbeheersing bestaat uit beheersing door de rede van de lichamelijke begeerten) Als Socrates op zoek is naar deskundigheid dan gaat het er om dat hij definities geeft en bijv. als deskundige in deugd moet kunnen uitleggen wat deugd is met als doel een betrouwbare leidraad te verschaffen over hoe je deugd kunt verwerven, en behouden. Socrates zoek eerder naar substantieve dan naar zuiver  conceptuele   definities. Het gaat bij Socrates om deskundigheid en dat de bezitter hier van heeft een theorie  van de inhoud van die deskundigheid, een begrip van de aard ervan en dat het antwoorden levert op verdere vragen. Zowel theoretisch als praktisch.

Ethiek

De Socrates van Plato loopt aan tegen de tegenstrijdigheid van twee principes. De eerste gedachte van Socrates is dat deugd kennis is van het menselijk welzijn. De tweede idee is dat deugd menselijk welzijn is. Deze twee gedachten botsen met elkaar. ‘Als menselijk welzijn moet worden gelijkgesteld aan zowel kennis als deugd , dan moet die kennis een ander object hebben dan zichzelf’. p. 89. In de oplossing gaat het om kennis van de deugd zelf, een algemeen principe van rationaliteit. De oplossing zit in de volgende logische redenering: 1. het menselijk welzijn is deugd. 2. deugd is niet identiek aan kennis, maar wordt geleidt door kennis 3. de kennis in kwestie is kennis van het algemeen goede.

KierkegaardIn hoofdstuk 5 gaat het om Socrates en de latere filosofen. In dit interessante hoofdstuk gaat het om hoe filosofen na Socrates zijn leven en manier van filosoferen interpreteren. Aanbod komen twee vrienden van Socrates Antisthenes en Aristippus, Erasmus, de Arabische literatuur, Hegel, Kierkegaard en Nietsche. Ik pak uit dit hoofdstuk de manier waarop Kierkegaard Socrates interpreteert. In de figuur van Socrates wordt volgens hem een keerpunt in de geschiedenis bereikt. Door de opoffering van een individu bereikt de mensheid een hoger ontwikkelingsstadium. Het wapen dat Socrates gebruikt in zijn proces is ironie. Door zijn subjectieve houding wordt een lager stadium van denken opzij gezet ten gunste van een hogere vorm van denken. Hier is het dialectisch denken van Hegel zichtbaar. (These, antithese en synthese) Kierkegaard ziet een analogie waarbij het Jodendom opzij geschoven wordt door het Christendom. Socrates bijdrage aan de ‘ontwikkeling van de moraal is dat hij bewust het gezag van de voorgaande morele normen verwerpt en dat hij zich bewust is van zijn vrijheid. De beweerde objectieve autoriteit van deze normen wordt vervangen door het subjectieve aanvaarden van die normen door het individu’.  P.119 Socrates wordt door hem beschreven als iemand die de idee van het goede, schone, en ware als grens van de ideale oneindigheid als mogelijkheid. Dit als subject aanvaarden van een hoger niveau kan gezien worden als een geloofssprong. Daarmee wordt Socrates gezien als een voorloper van het Christendom. Het aanvaarden van de unieke waarheid van de opstanding van Christus en de koppeling aan de persoonlijke verplichting tot een bepaalde levensstijl is kenmerkend voor zowel Socrates als Christus.  De keuze van Socrates laat mogelijk zijn geloof zien.

Socratisch gesprek.

socrates zandlopermodelEen deel van de avond gebruikten we om een ‘socratisch gesprek’ te voeren. Op internet zijn veel websites te vinden waar Socrates als bron voor gespreksvoering wordt beschreven. We gebruiken het stappenplan van de website van Marilou van Paridon:  www.hetsocratischgesprek.nl

Kenmerk voor de aanpak is het werken met een startvraag, die vervolgens steeds concreter en praktischer gemaakt wordt en bevraagd wordt door de deelnemers tot het kernmoment of hittepunt gevonden is. Daarna verbreedt het thema zich naar meer algemene uitspraken, overtuigingen of principes. Zie het zandloper model.

Stappen

  1. Startvraag. Gezamenlijk komen tot de vraag en een bijbehorend voorbeeld, een ervaring van een van de aanwezigen. Hulpvragen:  Is het een echte vraag? Heeft de vraag betrekking op het voorbeeld?  Is de voorbeeldgever zélf betrokken? Kan iedereen zich hiermee identificeren?

2. Concretiseren. Kenmerken: Oordeel uitstellen;  Niet interpreteren/ geen aannames; Houding van niet-weten;  Empathische 0-stand; Gebruik in je vraag de woorden van de ander. Eerst feitvragen: wie, wat waar, wanneer, wat werd er gevoeld, gedaan, gezegd + contextvragen. Dan vragen naar beweegredenen: wat vond je daarvan? Wat maakte dat…?socrates7

 

3. Hittepunt. Wat wil iedereen nog weten om de vraag te kunnen beantwoorden? En op welk moment in het voorbeeld speelde die vraag vooral? (=hittepunt) Allen (behalve de voorbeeldgever) verplaatsen zich in de voorbeeldgever; op het hittepunt; en stellen zichzelf de vragen – op schrift- : 1.Wat zou ik voelen? 2.Wat zou ik denken? 3.Wat zou ik doen? 4.Wat is mijn antwoord op de vraag + argumentatie

 

4. Antwoorden op de vraag. Rechtvaardiging van antwoorden. Check of de socrates vraagzinargumentatie aan de hand van feiten uit de casus gebeurt. Bespreek enkele verschillende antwoorden + rechtvaardiging daarvan. En vraag naar vooronderstellingen. Blijf bij de casus. Vraag naar woordgebruik: ’waarom zeg je dit zo?’ Eventueel reflectie adhv de kardinale deugden.

 

5. Concluderen. De voorgaande vergelijking en analyse van uitspraken heeft nadere reflectie en mogelijk nieuwe uitspraken opgeleverd. Vraag opnieuw naar de vooronderstellingen die onder de laatste uitspraken liggen. Mogelijke afronding mbv syllogisme of stel de vragen: “Waar gaat dit gesprek voor jou over? Wat gaat jou hierin aan het hart?”

 

6. Evaluatie.

 

socrates voorbeeldgeverWe proberen zelf een socratisch gesprek te houden en praten over de vraag: Wanneer is iets waar. Hoe kan je iets aannemen als de waarheid? De achtergrond van de vraag is hoe de administratie van Trump omgaat met wetenschap (klimaatdiscussie) en de rol van de media. Wat op de achtergrond bij de vragensteller ook speelt is dat veel mensen  een houding / mening hebben dat ieder z’n eigen waarheid heeft. Daardoor is er volgens de vragensteller in de maatschappij weinig gezamenlijkheid over bepaalde thema’s. Uit het gesprek een paar punten:

  • Waarheid is wat mensen met elkaar afspreken.
  • Het scepticisme- nl. dat je niets definitief kunt weten is voor een deel waar. Een aantal waarheden zijn meer meetbaar dan andere.
  • Je kunt wel uitgaan van een bepaald idee, maar het blijft belangrijk om ook oog te houden voor minderheden die andere inzichten hebben. Waarheid heeft vaak te maken met belang.
  • Door de stappen langs te lopen en met concrete praktische voorbeelden te komen (hittepunt) worden meer algemene stellingen door de praktijk getoetst. Dit is herleidbaar naar het boek van Taylor waar het gaat om de spanning tussen definitie uitspraken (Wat is is x?) die alleen maar getoetst kunnen worden aan ervaringen en gebeurtenissen uit de praktijk.
  • We ontdekken dat zo praten wat anders is dan het inhoudelijk gesprek over een filosofieboek en bijbehorende vragen. Door de socratische methode wordt je aangezet om zelf ordentelijk te argumenteren.

Bespreking en beoordeling van het boek.

We zijn uiteindelijk niet echt enthousiast over het boek omdat het meer een vakboek is dan een publieksboek. Taylor analyseert nauwgezet de gesprekken van Socrates met zijn omstanders zoals ze door Plato zijn opgeschreven om zo tot zijn theorie te komen. Dat doet hij wetenschappelijk en verantwoord, maar dat is voor ons als niet filosofisch geschoolde lezers geen gemakkelijke stof. Er wordt veel kennis vooronderstelt. Daarbij komt dat hij in moeilijke en lastige zinnen schrijft en daarbij de argumentatieleer gebruikt om beweringen te analyseren. Ook is het een thema dat het boek vooral een analyse is van het denken van Plato over Socrates. Dit geeft ruis op de lijn in die zin dat je iets moet weten over het denken van Plato om de Socratesaopvatting goed te begrijpen. Het laatste hoofdstuk is wel goed leesbaar en informatief. Dan wordt beter zichtbaar hoe de denkbeelden van  Plato en Socrates doorwerken in de ontwikkeling van de Griekse filosofie. Mensen die op zoek zijn naar meer informatie over Socrates, zijn methode en invloed op de geschiedenis van filosoferen moeten afwegen of een ander boek meer geschikt kan zijn.

Tot slot. Hoewel Taylor hier niet over schrijft is een onderdeel van de Socratische methode de maieutiek. Dit begrip wordt op Wikipedia als volgt omschreven.

Maieutiek (Oud-Grieks: μαιευτική τέχνη (maieutikè technè), de kunde van de vroedvrouw) is in de dialogen van Plato de manier waarop men iemand anders of zichzelf kan helpen in contact te komen met ware kennis, anders gezegd: te helpen die kennis over de Platoonse ideeënwereld te ‘baren’. Socrates gebruikt de maieutiek als onderdeel van zijn socratische methode. Socrates maakt eerst door middel van ironie en elenchos (logische weerlegging)) de geest van zijn gesprekspartner leeg, vrij van eerdere veronderstelde kennis. Vervolgens gaat hij proberen de al half-aanwezige kennis over vormen van de ideeënwereld op te wekken. Zijn gesprekspartner hoeft zich deze alleen maar te ‘herinneren’ door middel van anamnese. De kennis is al in hem in een sluimertoestand, maar hij is zich er alleen nog niet van bewust. Als een vroedvrouw helpt Socrates door het stellen van de juiste vragen diens eigen kennis naar buiten, vaak gebruik makend van de methode der hermeneutiek. Maar maieutiek is niet genoeg: het bereidt de ziel van zijn gesprekspartner alleen voor op het aanschouwen van de vormen. Een zeker toeval of goddelijke inspiratie is vereist om het doel werkelijk te bereiken.

 

www.arsfloreat.nl


Ontdek meer van Filosofie lezen

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Plaats een reactie