Jeroen Vanheste. De wijsheid van de roman

De schrijver van dit boek wil iets onmogelijks. Zeven schrijvers komen voorbij die aan de hand van een boek, een gedicht of oeuvre gepresenteerd worden als het gaat om hun levensloop, de context waarin ze leefden en hun inhoudelijke -filosofische ideeën.  Een dat in 215 pagina’s. Dit maakt dat de toon van het boek wat schools is, tegelijkertijd is er veel te ontdekken.

In zijn inleiding verantwoordt de schrijver zijn keuzes en positie. Het idee dat een roman, of  breder literatuur,  een vormende kracht kan zijn en mensen kan ‘opvoeden’,  dat idee is na de gruwelen van de twintigste eeuw ongeloofwaardig geworden. Toch gaat Vanheste er van uit dat schrijvers en dichters onderzoekers zijn van de menselijke natuur en cultuur. Een goed gedicht of roman kan zorgen voor ‘mimesis’ (Aristotelis), een overstijgen van het particuliere van de persoonlijke wereld, en de tekst gaat werken als een spiegel van iets dat algemeen menselijk is. Zo ontstaat inzicht in de menselijke conditie. En hoewel omstandigheden en voorwaarden verschillen blijft veel in de menselijke natuur hetzelfde: gevoelens en ervaringen van liefde, jaloezie, ambitite, pijn en verlies. Naast deze opvatting van mimeses zijn er ook andere literatuuropvattingen: Mensen veranderen (Kafka); verbeelding van de schrijver en esthetisch genot ( Nabokov); Commentaar op het menselijk leven (Proust) ;  vergroten van de eigen horizon en inzicht in de menselijke conditie (Vanheste); Het kan de gevoeligheid van mensen voor de wreedheid in de wereld vergroten ( Richard Rorty) en hun nieuwsgierigheid naar anderen. (Milan Kundera). Deze kwaliteiten gelden volgens de schrijver  zeker voor een aantal  boeken die de tand van de tijd hebben doorstaan.

De deconstructiefilosofen en andere postmoderne denkers hebben er op gewezen dat literatuur vaak een rol speelt in het in stand houden van economische- of machtsposities of ze legitimeert bepaalde rolpatronen of verhoudingen . De esthetische of inhoudelijke benadering is overvleugeld door de Nietzscheaanse ‘genealogische’methode, waarin literatuur als een symptoom wordt gezien en haar achterliggende motieven ontmaskerd worden. Niet wat er staat, maar waarom het er staat is van belang. (p. 10) Literatuur is bovenbouw, elitair en relatief.

Toch is volgens Vanheste de klassieke mimetische functie van literatuur niet weg en hij stelt  zich in dit boek de  vraag of er filosofische literatuur bestaat en of gedichten en romans kunnen helpen bij het beantwoorden van filosofische vragen over mens en cultuur. Volgens de schrijver beantwoorden belangrijke hedendaagse schrijvers als Nussbaum en Murdoch deze vraag positief. Literaire werken hebben zeggingskracht en kunnen filosofische thema’s verkennen en het denken hierover aanwakkeren. Denk dan aan: mensbeelden, de vrije wil, liefde, vervreemding, ethische kwesties, cultuurdiagnoses en kritiek. Literatuur heeft als kracht dat ze door haar verhalende karakter kan tonen in plaats van betogen, waardoor de lezer ‘ervaart’ in plaats van ‘leert’.

1. Cervantes. De weg is beter dan de herberg.

don quichotIn dit hoofdstuk geeft Vanheste naar aanleiding van het beroemde boek van Cervantes een collage van opvattingen over de liefde. De liefde van Don Quichot voor zijn Dulcinea staat in een lange traditie van platoonse geïdealiseerde liefde. Liefde als idee. Het is niet erg dat je de geliefde niet tegen komt. Bij Plato gaat het om een pelgrimage van de ziel. Bij christelijke denkers gaat het om de liefde als het beklimmen van een ladder. Via de dierlijke lust, de menselijke liefde naar de goddelijke liefde. De uiteindelijk platoonse liefde is liefde als verlangen naar schoonheid en perfectie. Aan bod komen ook Liefde als verlangen, het Romanisch pessimisme en de Liebestod en liefde als verbeelding. Kernbegrip is hierbij ‘kristalisatie’ dat Vanheste overneemt van Stendhal en zijn boek De l’amour. Stendhal ontdekte in Salzburg dat als je een boomtak een paar maanden in een zoutmijn legt deze overdekt is met zoutkristallen die flonkeren als het licht er op valt. Voor Stendhal is dit een metafoor voor de idealisering en vergoddelijkingkristallisatievan de liefde.

De kernvraag van dit hoofdstuk is of Don Quichot een komische of tragische held is. En of de idealistische insteek van de hoofdpersoon de voorkeur verdient boven een realistische. Vanheste kiest voor het eerste. Juist het najagen van de door eigen creativiteit geschapen dromen zou wel eens het hoogste vermogen van de mens kunnen zijn. Est Deus in Nobis. (In ons woont een God). Deze God in ons is onze verbeelding, ons verlangen, de eros, de beweging naar God, het goede, enz is. P. 44. Mooi in dit hoofdstuk is hoe er door schrijvers beschreven wordt hoe in alle tijden het thema van de liefde terug komt: het op afstand plaatsen van de liefde, de onbereikbare liefde en het zwelgen daar in, de liefdespijn. Tenslotte het psychologische mechanisme dat als de liefde beantwoord wordt, de spanning verdwijnt en de liefde ophoudt. Oftewel wat niet bereikbaar is, is interessant.

2. Tolstoi. Hoe te leven?

Tolstoi geeft verschillende antwoorden op de vraag hoe te leven. Soms is de toon moralistisch of religieus, maar soms is zijn advies dat je je mee moet gaan met de stroom van gebeurtenissen. Dit is te zien als een Aristoteliaans of Stoische denkwijze. De achtergrond is dat de taak van de mens is zijn plaats te vinden in de kosmische orde. Daarvoor is levenservaring nodig.

Later vindt Tolstoi het antwoord op zijn eigen vraag Hoe te leven in de religie. Dit vindt Vanheste minder interessant, maar ook daarmee kan de schrijver zijn lezers een spiegel voor houden. Reltolstoiigie is een bijzondere vorm van filosoferen. Volgens Vanheste wordt Tolstoi naarmate hij ouder wordt prekeriger en zijn personages meer een-dimensionaal.

Opvallend in het werk van Tolstoi is het steeds zoeken van een evenwicht tussen determinisme ( de natuurlijke gang der dingen) en eigen vrijheid en persoonlijke verantwoordelijkheid. We zijn beperkt door de loop van gebeurtenissen in ons leven en grotere maatschappelijke ontwikkelingen en tegelijkertijd hebben we enige keuzevrijheid door ons bewust zijn en besef van goed en kwaad.

3. Dostojewski. Christelijk humanisme.

Dat Vanheste Dostojewski een christelijk humanist noemt, is omdat zijn denken doortrokken is van een diepe religieuze bewogenheid. Maar tegelijkertijd omdat de mens in zijn denken centraal staat is Dostojewski humanist: de mens is uniek, onderscheiden van dieren, in staat is door zijn vrijheid een vermogen te ontwikkelen tot zelfbewustzijn, in staat tot moreel denken en handelen en heeft gevoel voor het schone. P 89

Dostojewski verzet zich tegen de ideeën van de verlichting. Naar zijn idee heeft de mens de idee van de transcendente waarheid, het idee van God verloren. Dit is zichtbaar in de romanpersonages als Raskolnikov en de broeders Karamazov. Door hun materialistisch en atheïstisch wereldbeeld zijn ze stuurloos en worstelen met hun zingeving. Ze ontsporen zo volledig door het vervreemd zijn van het leven.

Naar zijn idee betekent de verlichting, en de hier mee samenhangende ideeënstromingen als liberalisme, utilitarisme, rationalisme, positivisme en materialisme, een veel te grote nadruk op de pretentie dat de mens begrepen kan worden. Hij wijst het geloof in vooruitgang en maakbaarheid af. Een rechtvaardige maatschappij kan nooit gebouwd zijn op rede. In zekere zin zou je kunnen zeggen dat Dostojewski datgene wat in WO I en II is voorgevallen voorspeld heeft. Zijn idee is dat de wetenschap en het verstand nooit de verbindende factor kan zijn voor een volk. Dit kan alleen de kracht van het geloof zijn. Dit laat zijn religieuze manier van kijken zien.

Opvallend is het mensbeeld van Dostojewski die er van uit gaat dat de mens vaak niet rationeel en redelijk handelt en vaak juist tegen het goede en het wijze in handelt. Het is zichtbaar in zijn romans en de in de dagelijkse werkelijkheid. Ook al is hij of zij zich dit niet bewust, maar de mens is koppig, eigengereid, wil zijn individualiteit bevestigen en geen automaat zijn.  Wel kan je zeggen dat het Dostojewski te doen was om te laten zien dat juist het lijden het bewustzijn van mensen vergroot en hun gevoeligheid voor ‘werkelijk leven’. Dat deze loutering, door de duisternis heen, kan leiden naar het kiezen van de juiste weg. Dat is het project van de christelijk Humanist Dostojewski en daarom eindigt hij bij de Gebroeders Karamazov positief en hoopvol.

Dostojewski werk is geen filosofie, maar als je alleen gelooft in de rede en de maakbaarheid van het leven kan bij deze schrijver veel tegengeluid horen om over na te denken volgens Vanheste.

4. Thomas Mann. Het humanisme van de homo Dei.

thomas mannHet werk van Mann is volgens Vanheste zo boeiend doordat er een grote ideeënrijkdom in te vinden is. Ziekte en dood, de kunstenaar, romantiek versus verlichting, de kenmerkende waarden van de  Europese cultuur. In dit hoofdstuk gaat de schrijver meer specifiek in op Mann’s ideeën over humanisme als kern van de Europese identiteit. Dit betekent verder onderzoek naar de tegenstelling tussen rationalisme, optimisme en vooruitgangsgeloof in het verlichtingsdenken en het irrationalisme en pessimisme van het romantische denken. Mann geloofde in de versmelting van deze twee manieren van kijken en denken. In zijn leven maakt Mann een grote ontwikkeling door. Hij verdedigt in 1918 nog sterk het belang van cultuur met de nadruk op traditie, aristocratie, organische gemeenschap en metafysica. Hoewel hij ook een pleidooi houdt voor vrijheid en autonomie was zijn pleidooi voor Kultur in die dagen ook gevaarlijk. De jaren daarna ontwikkelt Mann een meer open en vooruitkijkende blik. Hij houdt een pleidooi voor de Weimarrepubliek en wordt in zijn speeches steeds meer een pleitbezorger van  een internationaal georiënteerd Duitsland. Deze thema’s komen ook terug in zijn romans. In Doctor Faustus onderzoekt hij hoe het fascisme kan ontstaan uit de Duitse cultuur. In zijn onderzoek richt zijn denken zich tegen de ‘Innerlichkeit’ van de Duitse cultuur. Deze ziet hij allereerst in de onderwerping van de Duitse bevolking, beïnvloedt door het denken van Martin Luther. De tweede manifestatie van die innerlijkheid komt door de Romantiek. In een citaat: ‘De Duitsers zijn het volk van de romantische tegenrevolutie tegen het filosofische intellectualisme en rationalisme van de Verlichting’. P112. De Romantiek schat de irrationele en demonische krachten van het leven veel hoger in dan die van de menselijke rede, het geestelijke superieur aan het maatschappelijke. Ze verheerlijkt het gevoel, het vitale en het dionysische in plaats van verstand. Door dit alles heeft de Romantiek een paradoxale affiniteit met de dood. Dat is het gevaar van het romantisch denken: het riskeert de afgrond van het estheticisme en decadentie, de sympathie voor ziekte, duisternis en dood. Deze reden is waarom Mann waarschuwt voor déze ‘Duitse innerlijkheid’: relativering van rede en Verlichting en de aantrekkelijkheid hier van voor nationalisme, fascisme en nazisme. In de romans van Mann komt dit o.a. tot uiting in de beschrijving van de passieve intellectueel die de politiek haar barbaarse gang laat gaan.

Als antwoord op deze gevaren zoekt Mann naar een nieuw humanisme, een synthese van het westers rationele en het Duits Romantische denken, van geest en leven , van Verlichting en Romantiek. Hij onderzoekt een mensbeeld dat niet af is, maar recht doet aan de complexe natuur van de mens. In de Toverberg is de held, de homo Dei, de mens met zijn religieuze vragen over waar vandaan en waar heen, zijn wezen, doel en zijn plaats  in het Al. De mens is een mysterie, meer dan natuur. Het absolute is hem gegeven in zijn gedachten over waarheid, vrijheid en rechtvaardigheid en met in gedachten de droom van verlossing. Beschaving en humaniteit zijn niet tot het natuurlijke ter herleiden en ideeën als menselijke waardigheid, vrijheid, waarheid en rechtvaardigheid behoren tot een boven-biologische sfeer. Het humanisme bij Mann is een soort geloof van het bijzondere van de mens ten opzichte van de omringende natuur. Sterker:het is te zien als religieus humanisme (niet christelijk) de eerbied, vroomheid, het geestelijk decorum zijn alleen via mens mogelijk. Het absolute van de geestelijke wereld is hem gegeven, de ideeën van de waarheid, vrijheid en  gerechtigheid.

Belangrijk van het denken van Mann is zijn doordenken van de geschiedenis en de denkstromingen in zijn land met alle terreur die dit heeft opgeleverd. Zijn zoeken betreft ook een humanistisch mensbeeld dat kan voorkomen dat landen, volkeren en mensen opnieuw de fout in gaan.

5. Proust Lessen in idealisme.

Het filosofisch idealisme is de denkwijze die stelt dat het menselijk bewustzijn de meest proust 2fundamentele werkelijkheid is, dat dit bewustzijn niet te reduceren valt tot onderliggende materiele eigenschappen, en dat de menselijke realiteit daarom op de eerste plaats geestelijk van aard is. Niet de objecten in de buitenwereld, maar de ideeën in ons hoofd zijn de grondslag van de werkelijkheid die we ervaren.

Proust is te zien als een idealist in de traditie van Plato, Descartes, Hegel en de Duitse idealistische filosofie. De wijze hoe mensen in hun hoofd de ander de wereld construeren is de perceptie van de werkelijkheid.

Proust schrijft over de mentale processen die hem bezig houden. Dromen, verliefdheden, geheugen of herinneren. In  dit proberen te herinneren van de verloren dagen en tijd (titel van zijn roman) wordt het onwilligkeurig geheugen geactiveerd door het toeval. Een voorbeeld is de scene waar de verteller een kopje thee drinkt en waarin hij een madeleinekoekje in doopt. De handeling en de smaak roept een sterke herinnering in hem op van zijn tante Léonie en zijn bezoekjes aan haar op zondagmorgen. Het onwillekeurig geheugen stelt ons in staat om de werkelijke impressie, de verloren tijd terug te vinden.  Als bij Proust discontinuïteit nodig is, een breuk tussen verleden en heden, is voor Bergson de continuïteit tussen verleden en heden van belang. Volgens Proust is er geen constant ‘ik’, omdat we constant in de tijd veranderen. Juist de discontinuïteit maakt dat je steeds opnieuw op zoek moet naar je werkelijke ik.

Zoals geschreven, het denken van Proust staat in de idealistische traditie. Kenmerken: nadruk op de persoonlijke gevoelswereld; onderzoek van het geestelijk leven; bewondering voor het geniale individu; het aanvankelijke geloof in de wederzijdse liefde en vriendschap. Dat alles is romantisch. Ook zijn mensbeeld is romantisch in zijn weerstand tegen materialistische reducties als erfelijke aanleg en milieu. Elk individu is uniek, is een ‘zelf’  en kan zijn roeping realiseren. ‘ Dit onherleidbaar individuele bestaan is wat we liefhebben en dit is belangrijker dan aardse eigenschappen als jeugd of schoonheid.

Toch blijft deze individualiteit een onvervulde belofte. De verteller leert dat ‘iedere hoop de ander te bereiken een ijdele hoop is. Elk mens is uiteindelijk alleen en niet bij machte de muren van zijn innerlijk te slechten’.

Proust denken is niet alleen romantisch maar ook pessimistisch. Zijn boek is te zien als een kroniek van een lange desillusie. In een citaat: ‘De illusies van de liefde, de vriendschap, en de beau monde zijn uiteindelijk verschillende gedaanten van een en hetzelfde verschijnsel: het botsen van de voorstellingen die de verteller zich maakt in zijn hoofd met de werkelijkheid. Het zijn allemaal vormen van idolatrie, waarbij het beeld verward wordt met de de werkelijkheid er van’.

Wat er in zijn zoektocht uiteindelijk overblijft is de kunst, de verwezenlijking van de esthetische roeping van de kunstenaar. In de kunst kan Proust de ware betekenis van dingen vinden. Dit kan bijvoorbeeld een schilderij zijn, dat als een openbaring de werkelijkheid ontsluit. In zijn eigen roman staat het doel om door het schrijven van een boek de verloren tijd terug te vinden voorop. En daarnaast door te dringen in de essentie van de dingen. p. 151. De hele Recherche is een oefening in het zoeken naar de realiteit achter de verschijnselen.

Zijn pessimisme betreft vooral zijn relaties met mensen. Het is alsof hij niet kan zien dat mensen door elkaar geraakt kunnen worden en daardoor ook als persoon veranderen. Tekenend is dat hij zich de laatste jaren van zijn leven opsloot in zijn kamer en toen zijn boek af was ook stierf.

6. T.S. Eliot Waste Land.

Het gedicht ‘Waste land’ is te zien als een kenmerk van modernimisme in de literatuur. Een collage van stijlen, mythen,, metaforen, citaten, thema’s, de inhoud is niet omstreden.TS eliot

Verwerking van de 1e wereldoorlog en reactie van grote vooruitgangsidealen. Miljoenen dode mannen, dorre binnenwereld van de mens zonder geloof, zonder nieuw spritueel houvast. Eliot gebruikt: 1. Vruchtbaarheidsmythen van verschillende culturen. Seizoenen, symbool water, dood en wedergeboorte. 2. Graalverhalen. Thema van ieder mens op zoek naar spirituele vervulling.

Dit hangt samen met Eliots visie op traditie en cultuur. Mythen zijn volgens Eliot verhalen over universele ervaringen. Verleden, heden en toekomst zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Hieraan gerelateerd is de verhouding tussen traditie en vernieuwing. ‘ Elke tijd herinterpreteerrd de culturele erfenis op zijn einge wijze, en echte origonaliteit is alleen mogelijk binnen een bepaalde traditie.

Eliot was deel van een groep schrijvers die in de jaren 20-30  publiceerden in tijdschriften als The Criterion en Europeische Revue. Het gedachtengoed van de groep werd door Eliot classicisme genoemd. Tot de belangrijkste waarden behoorden, naast Europese waarden, geloof in het belang van historisch besef en culturele continuiteit; belang van een brede opleiding; en de betekenis van kunst en literatuur.

Vanheste ziet dit classicisme als een vorm van humanisme. Naast andere vormen van humanisme die erg verschillen, delen ze ook bepaalde basisovertuigingen over mens en cultuur: vrijheid, autonomie, verantwoordelijkheid.

Eliot kan gezien worden als belangrijke vormgever van het humanistisch gedachtengoed, ook al is er door critici ook veel kritiek geleverd op de humanistische cultuuropvatting, zijn er ook nu filosofen als Nussbaum en Ferry, die in de lijn van Eliot vast houden aan de humanistische opvattingen. Vanheste noemt dan met name de tijdloze vragen over de menselijke conditie: vragen over liefde en vriendschap, leven en dood, tegenslag, verlies en geluk. Kortom levensvragen. Kortom alles wat het leven de moeite waard maakt.

7. Herman Broch. Slaapwandelaars in het avondland.Herman Broch

Deze Oostenrijkse filosoof van Joodse afkomst  was voorbestemd om het bedrijf van zijn vader over te nemen, maar zijn bestemming lag in de literatuur. Broch studeerde filosofie en hij kwam in aanraking met de denkbeelden van de Wiener Kreis. Een analytische filosofie die radicaal wetenschappelijk, rationeel en antimetafysisch wil zijn. De filosofie wordt neo-positivistisch genoemd. Broch verzet zich tegen de groep, omdat hij het als een verarming ervaart. Met name als de filosofie zich afkeert van gebieden als ethiek, esthetiek, waarden en zingeving.  Naar het idee moet de literatuur en dan speciaal de roman zicht geven op het totaalbeeld van mens en wereld, de crisis van onze tijd weer te geven en te analyseren en de grote vragen te overdenken. ( Wat is de mens, wat is een geslaagd leven) Deze laatste vragen stonden centraal in de antieke filosofie, maar werden ook behandeld in de idealistische filosofie van de 19e eeuw. (Mann, Musil, Gide)

Broch is vooral geïnteresseerd in de ontbinding van het oude Europese waardensysteem en het zoeken naar nieuwe waarden. Via de roman De Slaapwandelaar werkt Broch aan een integratie van vertelling en filosofie waarbij hij brieven, krantenartikelen, gedichten, aforismen en bijbelcitaten gebruikt. Net als andere schrijvers van zijn tijd probeert Broch de vraag te beantwoorden hoe het kon dat een hoogstaande Europese cultuur aan een 1e wereldoorlog begint met zoveel verliezen.

De these van De slaapwandelaars is dat de Europese cultuur op drift is geraakt door een proces van fragmentatie en ontbinding van het waardensysteem. Een wereld die transcendent dakloos is geworden. In de roman wordt dit zowel in filosofische passages als romandelen uitgewerkt. Volgens Broch steunt elk waardestelsel op een intuïtie of waarheidsgevoel dat een keten van vragen afsluit: Zo is het en niet anders. Bij de grote monotheïstische systemen was dit waardestelsel samengevat in het beeld of centrale waarde van de almachtige God. Hieronder bestonden de deelwaardesystemen bijv.  militair, handel, politiek. Door het verdwijnen van God zijn de  deelwaardesystemen als autonome gebieden naast elkaar komen te staan. De twee dominante domeinen zijn die van de wetenschap en het geld.

Broch fundeert de grote verandering in de periode van de Rennaissance waarbij er sprake is van een transformatie van platonisme naar het positivisme, van de taal van God naar de taal der dingen. Het effect  is volgens Broch een ontbinding van waarden waardoor de mens zonder waardekompas stuurloos dreigt te worden. Een tweede gevolg is dat mensen op ethisch gebied de weg kwijt raken en tenslotte dat de waardesystemen tegenover elkaar komen te staan.

De gevolgen zijn de doorbraak van het irrationele, de doorbraak van het autonome en de doorbraak van het leven, met de mens zonder waarden als werktuig. Hoe hier uit komen? Een mogelijkheid zou kunnen zijn dat een deelsysteem  de rol van het leidende systeem op zich neemt. Bijvoorbeeld het nationalistische deelsysteem. Als het gaat om een oplossing of richting noemt Broch zichzelf een Platonist en daarmee een idealist en optimist, die gelooft dat de een ‘hogere wereld van het Goede’ mogelijk is. Een waardesysteem dat gebaseerd is op de christelijke fundamenten van de westerse cultuur. Broch laat goed zien dat er sprake is van een overgangstijd, van een ‘niet meer en nog niet’

 Uit de discussie: questions

• we herkenden bij Cervantes en Proust de kracht van ideeën. Het is kenmerkend voor de mens dat deze  een eigen werkelijkheid schept, een constructie, zoals Don Quichot een geidealiseerde liefde schept die hem liever is dan de werkelijke vrouw. Zoals in het geloof mensen zich een God scheppen en oprecht veinzen dat ze in deze persoon, dit idee geloven. Ideeën kunnen ook met mensen op de loop gaan. Denk heel praktisch aan je dromen over je vakantie die als je te veel droomt ook kan tegenvallen. (de industriesector draait op deze gedroomde werkelijkheid van luxe, All inclusive, verzorging en gemak). Door het hele boek komt de spanning tussen idealisme en realisme, Romantiek of Verlichting terug.  Je kan  mindfulness zien als poging om dit in het nu zijn te oefenen en daarin het overstijgende ( of verzoenende) te ervaren of te ontdekken.

• Zijn zoektocht is niet alleen een onderzoek naar de filosofische werking van romans, maar is ook een verzamelen van materiaal voor een humanistische levensbeschouwing en waardenopvatting.

• We hebben niet erg doorgepraat over de houding van verschillende schrijvers ten opzichte van de denkbeelden van hun tijd, de omgang met hun context (Mann, Broch, Dostojewsky) . De synthese die Mann zoekt tussen Romantiek en Verlichtingsdenken kwam het dichtst bij ons eigen zoeken en onze context van een Europese cultuur die bevraagd wordt door de vluchtelingenproblematiek en opkomende spanningen als gaat om identiteit, vrijheid van religie en het wegvallen van grenzen en blokken in Oost- Europa.

• Discussie over goed en fout in de oorlog en daarna en dat er tijd nodig is, de loop van de geschiedenis om te zien wat goede en slechte kunst is. Bijv. Entarttekunst die nu in de musea hangt, Russische kunst na de revolutie van 1917.

• Op een of andere manier kwam bij een van de deelnemers steeds terug: Wat is een filosofische vraag? Iets om op terug te komen.

• Een laatste thema was de vraag of je een scheiding kunt maken tussen een persoon en z’n  product. Iemand kan een heel vervelend persoon zijn en toch een heel mooi boek schrijven. We kwamen hier onder andere op door het leven van Proust die zich opsloot en in zijn latere leven weinig contacten meer had. Voor hem was het afmaken van zijn boek voldoende.
 


Ontdek meer van Filosofie lezen

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Plaats een reactie