Martha Nussbaum Mogelijkheden scheppen.

Nussbaum doet in dit boek verslag en gaat in debat over een nieuwe manier van beschrijven van de capaciteiten en mogelijkheden van mensen. Een aanpak die het mogelijk maakt om landen en groepen met elkaar te vergelijken en die beter is dan alleen te kijken naar economische factoren als het Bruto Nationaal Product.  De kernvraag van de capabilitybenadering is: wat kunnen mensen werkelijk doen en zijn? Welke reële kansen op activiteit en keuze heeft de samenleving hun geboden? De capability benadering is sterk verwant aan de stroming die kijkt naar mensenrechten.

nussbaum

  1. Enkele hoofdlijnen en kernbegrippen uit haar betoog

De volgende begrippen komen regelmatig aan bod:

Capaciteiten/ capabilities:

Nussbaums capabilities benadering cirkelt rond drie kernideeën. Elk mens wordt geboren als een kwetsbaar wezen vol mogelijkheden en talenten die ieder zelf tot ontwikkeling moet kunnen brengen om zo de mens te worden die hij of zij in aanleg is. Anderen zijn daarbij onmisbaar, want zonder hun zorg, hulp, ondersteuning, vriendschap en liefde kan geen mens tot leven komen. Door de manier waarop anderen meeleven, beïnvloeden zij het al dan niet lukken van de ontwikkeling. Ieder mens blijft echter zelf verantwoordelijk voor dit proces. Een goede samenleving is een samenleving die elk van haar leden in de gelegenheid stelt om zijn capaciteiten te ontplooien en die daarvoor ook de materiële, juridische, politieke en culturele voorwaarden schept, minstens tot een drempelniveau. (Citaat: Humanistische canon. )

Functioning: met dit begrip is de actieve  realisering of verwezenlijking van een of meer capabilities bedoeld.
Vruchtbare functioning versus ondermijnende achterstand: Nussbaum benadrukt de situatie dat mensen door hun maatschappelijke positie niet in staat  zijn om hun capaciteiten in te zetten.
Drempelwaarde: minimale eis of niveau van wat een land als niveau van basisvoorwaarden aanneemt. Denk aan sociaal minimum, recht op onderwijs
Tragische keuze: situatie waarin een overheid of ook mensen uit twee kwaden moeten kiezen. Denk aan fatsoenlijk inkomen voor een gezin en kinderarbeid aan de ene kant en scholing van kinderen en goed onderwijs. Of: inkomen versus vrije tijd en aandacht voor het gezin. (Situatie voor veel Amerikanen)
Menselijke  Waardigheid: dit is een cruciaal verbindend element van de theorie. Het kan het beste beschreven worden vanuit een netwerk van verwachte woorden (actief streven, respect, zelfstandigheid, gelijkheid, vrijheid, lichamelijke integriteit) Achterliggend basisidee is dat sommige levensomstandigheden mensen een leven bezorgen dat menselijke waardigheid waarover ze beschikken waardig is en andere levensomstandigheden niet.

10 essentiële capabilities.thema's

  1. Leven. Een normaal leven kunnen leiden en niet voortijdig sterven.
  2. Lichamelijke gezondheid. Een gezond leven leiden, voedsel en onderdak kunnen verwerven.
  3. Lichamelijke onschendbaarheid. Je vrij kunnen verplaatsen. Beschermd tegen lichamelijk geweld, seksueel misbruik en eigen keuzes kunnen maken m.b.t. voortplanting.
  4. Zintuiglijke waarneming, verbeeldingskracht en denken. Vrijheid hebben om te denken, te fantaseren, initiatieven te nemen, vrijheid van expressie en religie.
  5. Gevoelens. Vrijheid om  gehecht te zijn aan dingen, mensen, hen lief te hebben, te rouwen bij hun afwezigheid, dankbaar te zijn, gerechtvaardigde woede te mogen beleven en te mogen ontwikkelen als het gaat om gevoelens.
  6. Praktische rede. In staat kunnen zijn een beeld te vormen van het goede en kritisch te kunnen reflecteren op de planning van je leven. Dit impliciet gewetensvrijheid en vrijheid van godsdienstoefening.
  7. Sociale banden. In staat zijn voor anderen te leven, anderen te erkennen,  en  zich om hen te bekommeren, deel te nemen aan vormen van sociale interactie. Dit impliceert ook vrijheid van vereniging en politieke meningsuiting. Ook: beschikken van maatschappelijke grondslagen die wapenen tegen vernedering, helpen bij zelfrespect, vermogen tot zelfrespect, waardigheid. Voorzieningen die discriminatie voorkomen op terrein van ras, geslacht, seksuele oriëntatie, etniciteit, kaste, religie, en nationale herkomst.
  8. Biologie. In staat zijn te leven in relatie met dieren, planten en natuur als geheel.
  9. Spel. In staat zijn te lachen, spelen, en te genieten van recreatieve activiteiten.
  10. Vormgeving van de eigen omgeving. Recht hebben op politieke participatie, vrijheid van meningsvorming en vergadering. Recht op het verwerven van een inkomen, werk zoeken, arbeid verrichten, en relaties aan te gaan met andere werkenden.

De capabilities komen nooit in afzondering voor en hangen met elkaar samen. Het een waardigheidversterkt het ander. In de theorie is er een conceptueel verband tussen de capabilities en de overheid. Om te garanderen dat mensen in waardigheid kunnen leven behoren basis capabilities tot de standaardbeschrijving van de doelstellingen van de overheid.

2. Theoretische en filosofische achtergronden

In hoofdstuk 3 plaatst Nussbaum de capabilities benadering tegenover vergelijkbare denkwijzen en probeert sterke en zwakke kanten van die denkwijzen aan te tonen. Aan bod komen, de bbp benadering, het utilitarisme, theorieën die hulpbronnen centraal stellen en de mensenrechtenbenaderingen. Door zo in gesprek te gaan biedt ze de lezer een goed overzicht over het veld van ideeën en de onderliggende denkconcepten. Met name bekritiseert ze het utilitaristisch denkidee van het meeste nut voor de meeste mensen Jeramy Bentham gaat uit van de regel dat elk mens telt voor een en niemand voor meer dan een. Dat wil  zeggen dat voldoening voor de een net zoveel gewicht heeft als de voldoening voor een ander. (boer of koning) Elk krijgt een stem. Dit is het radicale uitgangspunt van het utilitarisme. Maar intenties zijn niet alles. Er wordt wel naar nut, plezier of voldoening van mensen gekeken, maar vrij een-dimensionaal. De verschillende manieren waarop mensen in hun leven naar zin en betekenis streven wordt niet bekeken.  Ook wordt geen rekening gehouden met de culturele aspecten die maken dat mensen iets waarderen als nuttig, plezierig. Dit is zeer cultuur en geschiedenis gebonden. Gemarginaliseerde groepen internaliseren hun tweederangs status vaak. Dit heeft invloed op de onderzoeksresultaten. Ten slotte wordt in deze benadering de factor vrijheid of keuzevrijheid onderbelicht.

Er is grote verwantschap tussen de benadering vanuit capabilities en mensenrechten. Dit zit vooral in het idee dat mensen over enkele essentiële rechten beschikken op basis van hun menselijkheid en dat het de fundamentele plicht van de samenleving is om die rechten te respecteren en te ondersteunen. Het gaat bij capabilitys als mensenrechten om eerste generatierechten die de grondslag vormen voor de vergelijking tussen culturen en deze grondwettelijk waarboren. p. 97

Het utilitarisme heeft zoals we zagen z’n beperkingen. Nussbaum suggereert dat schema capabilitiesbijvoorbeeld ‘verlangen’ een intelligent, interactief aspect van de persoonlijkheid is en gevoelig is voor informatie over het goede. Het kan helpen om te bepalen of de theorie die gehanteerd wordt stabiel zal blijken te zijn. p. 123

Theorie van het sociaal contract.  Bestaande sociale structuren worden bepaald door een hiërarchie van rijkdom, klasse en prestige. Als mensen zonder deze voorgegeven ordening mochten kiezen voor rechtvaardigheidsprincipes voor de samenleving wat zouden ze dan voorstellen? De sociale contracttheorieën komen op dezelfde uitgangspunten neer. Ze gaan uit van gelijke geestelijke en lichamelijk vermogens en dat het in ieders voordeel is een deel van de hulpbronnen over te dragen (delen) en in te stemmen met politieke en wettelijke beperkingen van de eigen vrijheid. Het contract dat zo ontstaat levert een wederzijds voordeel op voor de betrokkenen. p. 126.

Implementatie. P. 140
Hier een toespitsing op het gebruik van de capabilities en hun onderlinge samenhang. Nussbaum introduceert een nieuw kernbegrip: ondermijnende achterstand. Bedoeld is dat rassendiscriminatie en stigmatisering een bron zijn van ondermijnende achterstand. Iets wat niet gemakkelijk ontdekt wordt als we alleen naar sociale banden kijken. Ander voorbeeld is het onvermogen de lokale taal te spreken.

Citaat: vaak zal capability falen verbonden zijn met marginalisatie, stigmatisering, en andere vormen van groepsgebaseerde vormen van groepsgebaseerde machteloosheid die samenlevingen redenen geeft om groepsgerichte maatregelen te nemen ook al is het doel van de C. Benadering altijd de volledige mondigheid van elk individu. p. 143.

Culturele diversiteit.nussbaum levensloop
Dit hoofdstuk gaat over de vraag hoe een denk concept als de capability benadering universele geldigheid heeft en of er recht gedaan wordt aan de culturele diversiteit van groepen, volkeren enz. Nussbaum geeft een goed overzicht van de geschiedenis van de mensenrechten beweging en de fundeert het ontstaan van de capability benadering in India en hoe ze van daaruit door een internationale groep onderzoekers zich verder heeft ontwikkeld. De kernvragen: wat kan ik doen en zijn? Wat zijn mijn werkelijke keuzes? zijn universeel en daarmee blijft ze dicht bij de lokale situatie van mensen waar dan ook.
Ze is zeer scherp over het begrip traditie waarvan ze zegt dat wat voor traditie doorgaat de zienswijze is van de dominante groep in een cultuur. Volgens haar moeten de denkbeelden van de onderliggende groepen meegenomen worden en is traditie vooral een permanente conversatie, een debat van verschillende posities. P. 151.
Vervolgens geeft ze zes redenen waarom de capabilities aanpak een soort module is die voldoende ruimte geeft aan landen, culturen en religies om tot specifiekere uitwerkingen te komen die recht doen aan de eigen identiteit. Het vermijdt nl. uitspraken te doen over metafysische kwesties als de vraag naar het bestaan van God, de ziel, enz omdat deze mensen en culturen verdelen. Essentieel uitgangspunt van de aanpak is dat de lijst de uitkomst is van een kritisch normatieve discussie met als kern de notie van menselijke waardigheid. Essentieel is dat de lijst een open structuur en systeem is en juist vraagt om aanvulling en verbetering.

In hoofdstuk 7 beschrijft ze de filosofische invloeden van de theorie. Ze noemt het een moderne theorie met een lange geschiedenis. De centrale vragen van iemands keuzen, mogelijkheden en wat iemand in  zijn positie kan doen en zijn, zijn van alle tijden en culturen. Door haar samenwerking met Amartya Sen komen ook de bronnen uit de Oosterse filosofie van Tagore en Ghandi in het vizier. Zij noemt werken uit het oude Rome en Griekenland, Smit, Mill en Marx als belangrijkste bronnen. En natuurlijk John Rawls.

3. Enkele indrukken uit de bespreking.nadenken

Martha Nussbaum heeft een pittig boek geschreven dat voor een niet ingevoerde lezer soms te specifiek is en daarmee minder interessant. Haar rechtskennis en kennis van het amerikaans liberalisme verondersteld veel voorkennis bij de lezer. Niettemin hadden we een boeiend gesprek waarbij de volgende punten aan de orde kwamen.

  • De lijst met capabilities roept veel vragen op. We konden niet goed inschatten of dit nu een lijst is vanuit westers dominant denken of dat deze punten ook gedragen worden door culturele minderheden in de wereld. Ten tweede is de lijst met thema’s en de manier waarop  ze beschreven zijn nogal normatief en lijkt het wel een ideologisch paradigma, bijna een politiek programma. Een en ander komt nogal dwingend en utopisch over. Hoewel ze schrijft over de ruimte voor minderheden en het doorlopen van democratische processen in het politieke spel bleef deze argwaan wat hangen.
  • Ze is niet precies in haar definitie van het begrip capabilities. Er is geen goede Nederlandse vertaling voor dit woord en daardoor blijft het begrip wat hangen. Gaat het over talenten, mogelijkheden of potenties?.
  • In het boek gaat ze meerdere malen in gesprek met de opvattingen van  econoom Amartya Sen, waarmee ze zegt te verschillen. Voor ons als lezers waren die verschillen niet zo inzichtelijk en het had het boek beter gemaakt als ook Sen zijn opvatting over de denkwijze van Nussbaum had verwoord. Het derde wereld perspectief blijft daardoor wat schimmig.
  • Zoals gezegd waren een aantal van ons wat sceptisch over de mogelijkheden om haar idealen te realiseren. Willen de politieke doctrines zich aan deze thema’s houden en waarom zouden ze dat willen?. Tegelijkertijd is haar insteek om de factoren waardoor mensen zich wel of niet kunnen ontplooien goed beschreven en in vergelijking gebracht met een beschrijving van landen en hun bewoners op basis van het bruto nationaal product. Inzichtelijk werd ook haar opvatting over inzet van bewoners en groepen om de capabilities op de agenda te krijgen en tegelijkertijd de rol en het belang van de overheid om voorwaarden te scheppen.
  • De goede lezer hoort een wat dubbel verhaal. Het boek is vrij specifiek en het was minder een filosofieboek dan we eerder gelezen hebben. Toch is de kracht van Nussbaum dat ze met alles wat ze in kan zetten opkomt voor de waardigheid van mensen. Ze toont daarmee lef en moed en als je op internet verder zoekt, ontdek je dat haar benadering navolging begint te krijgen. Dat is alleen maar positief te noemen.

Ontdek meer van Filosofie lezen

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Plaats een reactie